zondag 8 december 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Citaten
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  VARIA  >  BERICHTEN  >  2003
 >  001 - 050  >  041 - 050  >  049  >  CITATEN 


Citaten, behorend bij bericht
''Stopzetting Nederlandse steun aan
UNIFEM, het vrouwenfonds van de Verenigde Naties ?''


In de begroting 2004 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is - zonder veel toelichting - voorzien in onmiddellijke stopzetting van de Nederlandse bijdrage aan UNIFEM, het vrouwenfonds van de Verenigde Naties.

  • Beleidsartikel 8 - De rol van de VN bij armoedebestrijding (in EUR 1000): De bijdrage aan UNIFEM/INSTRAW gaat van 3789 (2002) naar 2789 (2003) naar 0 (2004 en volgende jaren). De toelichting terzake vermeldt: ''In het multilaterale kanaal dient versnippering van beleid en middelen te worden tegengegaan. Aan beleidsrelevante organisaties waar sprake is van resultaat en effectiviteit wordt de voorkeur gegeven (zie de beleidsagenda).Daarom is besloten tot het beëindigen of veel meer toespitsen van de zogenoemde Partnershipprogramma’s met diverse VN-instellingen. Het betreft de partnershipprogramma’s met UNDP en UNICEF (verlaging met 11 respectievelijk 12 miljoen m.i.v. 2004), WHO, UNEP en Habitat (halvering tot 14 respectievelijk 3,4 respectievelijk 2,1 miljoen m.i.v. 2005). De bijdragen aan UNIFEM (EUR 3,8 miljoen) en UNDG (EUR 3,4 miljoen) zullen worden beëindigd in 2004''.
  • Bron: Begroting 2004 van Buitenlandse Zaken, Kamerstukken II, 2003/04, 29200 V, nr. 2 (memorie van toelichting), pp. 118 en 206.

In de - aan de Tweede Kamer ter kennis gebrachte - Richtlijnen voor de Nederlandse delegatie naar de 58e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties staat het nogal versluierd:

  • [...]
    4.5 UNIFEM
    Nederland bekleedt dit jaar het voorzitterschap van het Raadgevend Comité van UNIFEM en zal uit dien hoofde leiding geven aan de onderhandelingen over de resolutie die iedertwee jaar hierover wordt aangenomen. Doel van de resolutie is de aandacht van donoren enoverige VN-lidstaten voor UNIFEM levend te houden. Ook van deze resolutie kan men zich overigens afvragen of deze dient te worden gehandhaafd. Terzake volgen in een later stadium nadere aanwijzingen in het licht van de financieringsbeslissingen die weldra zullen worden genomen over de multilaterale kanalen.
    [...]
  • Bron: Bijlage bij brief van 19 september 2003 van de Minister van Buitenlandse Zaken (Kamerstukken II, 2003/04, 26150, nr. 10), te vinden via Parlando. 

In de nota van wijziging (d.d. 6 oktober 2003) staat nog:

  • [...] De mutaties op dit artikel betreffen voorts grotendeels de structurele doorwerking van reeds in de MvT 2004 opgenomen ombuigingen en intensiveringen. De gedeeltelijke compensatie van EUR 2,3 mln voor UNDP vanwege het overnemen van activiteiten van UNIFEM en UNDGO (waaraan de Nederlandse bijdrage zoals gemeld in de MvT 2004 wordt beëindigd) wordt eveneens toegepast in 2006 en 2007.''
  • Bron: Nota van wijziging d.d. 6 oktober 2003 op de BuiZa-begroting 2004 (Kamerstukken II, 2003/04, 29200 V, nr. 8, p. 8).

De Kamer heeft ter voorbereiding van het begrotingsdebat een reeks vragen gesteld. Over UNIFEM is onder meer gevraagd:

  • ''Reproductief gezondheidsbeleid gebaseerd op de uitgangpunten van Caïro is een belangrijk doel in het beleid. Hoe verhoudt zich dit tot de voorgenomen afbouw en stopzetting van de steun aan Unifem?'' (Lijst van vragen over de Notitie Ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, vraag 11)
  • ''De minister pleit voor meer internationale allianties en wil zich actief inzetten. Hoe verhoudt zich deze inspanning met de korting op Unifem, waar Nederland momenteel zelfs het voorzitterschap van bekleedt?'' (Lijst van vragen over de Notitie Ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, vraag 40).
  • Bron: Lijst van vragen over de Notitie Ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, zoek op dossiernummer 29234, staat het daar nog niet dan via Parlando zoeken met ''UNIFEM''.

De Minister heeft de verschillende  vragen als volgt beantwoord:  

Uit de lijst van vragen en antwoorden (TK 29234, nr. 3 van 6 november 2003) over de beleidsnotitie ''Aan elkaar verplicht. Ontwikkelingssamenwerking op weg naar 2015'' (TK 29234, nr. 1):

  • 11- Reproductieve gezondheid gebaseerd op de uitgangspunten van Cairo is een belangrijk doel in het beleid. Hoe verhoudt zich dit tot de voorgenomen afbouw en stopzetting van steun aan UNIFEM ?
    • Voor reproductieve gezondheid is het bevolkingsfonds UNFPA de aangewezen VN-organisatie. Het bevorderen van gelijke rechten voor vrouwen en mannen, dat behoort tot het mandaat van UNIFEM, is een belangrijke voorwaarde voor de verbetering van reproductieve gezondheid en reproductieve rechten van vrouwen. Ik ben echter van mening dat deze doelstelling ingebed moet worden in beleid en operationele activiteiten van alle belangrijke VN-organisaties, op de eerste plaats UNDP en UNHCR. Niet voor niets is UNIFEM onderdeel van UNDP. Het bestaan van UNIFEM mag niet worden gezien als reden voor het onvoldoende incorporeren van genderbeleid in het werk van de grote VNorganisaties. Ik wil dan ook hiertoe een krachtig signaal afgeven aan desbetreffende organisaties en tevens bevorderen dat gender in de VN beter gemainstreamed wordt.
      Zie ook vraag 40.
  • 40 - De minister pleit voor meer internationale allianties en wil zich actief inzetten. Hoe verhoudt zich deze inspanning met de korting op Unifem, waar Nederland momenteel zelfs het voorzitterschap van bekleedt ?
    • In mijn beleid staat het behalen van de Millennium Development Goals (MDG’s) centraal. Zonder gendergelijkheid is het onmogelijk deze doelstellingen te halen. Gezien het voorgaande en in het licht van de wereldwijde daling van aandacht voor genderissues, die wordt gereflecteerd in de wijze waarop de Verenigde Naties (VN) in beleid en praktijk omgaan met gender mainstreaming, zet ik mij in om met – in de eerste plaats gelijkgezinde – donoren gender-mainstreaming binnen de VN een flinke steun in de rug te geven.
      Mijn voornemen tot stopzetting van de financiering van UNIFEM is bedoeld om VN-organisaties als UNDP (United Nations Development Programme) een duidelijk signaal te geven en met hun eigen verantwoordelijkheid op dit punt te confronteren. De activiteiten die UNIFEM – onderdeel van UNDP – verricht dienen geïntegreerd te worden in UNDP en overige VN-organisaties. Zie ook vraag 11.

Uit de lijst van vragen en antwoorden (TK 29233, nr. 3 van 19 november 2003) inzake de nota Homogene Groep Internationale Samenwerking 2004 (HGIS-nota 2004, TK 29233, nr. 2):

  • 32 - Waarom wordt de steun aan UNIFEM in 2004 beëindigd? Hoe verhoudt zich dit besluit met het feit dat Nederland op dit moment voorzitter is en hoe verhoudt zich dit besluit met de doelstellingen van de MDG’s en het thema «gender» ?
    • In de uitvoering van beleidsvoornemens en voor succesvolle implementatie van de MDG’s zijn gender mainstreaming en empowerment als strategieën essentieel. Niet alleen geldt dit voor het bilaterale ontwikkelings-beleid, maar ook voor alle ontwikkelingsinspanningen in EU- en VN-kader. Het Nederlandse voorzitterschap van de Consultative Committee van UNIFEM onderstreept de voortdurende inzet van ons land op dit terrein. De aandacht voor gender issues is, zeker in het licht van de wereldwijde ontwikkelingen, meer dan ooit noodzakelijk. Met de Nederlandse steun aan UNIFEM per 2004 te beëindigen is ingegeven door de wens een krachtig signaal richting VN af te geven om gender mainstreaming in alle onderdelen van het beleid en uitvoering de komende periode serieus aan te pakken. Nog teveel wordt het bestaan van UNIFEM door andere VN-organisaties gebruikt als een reden voor het
      uitblijven van adequate eigen maatregelen op het terrein van gender mainstreaming. Hier moet op afzienbare termijn verandering in komen. De regering is voornemens om zich daar, in samenspraak met andere donoren, actief voor in te zetten. Daarbij wordt in het bijzonder gericht op UNDP als coördinerende VN-organisatie. Deze zou ter zake van gender mainstreaming een voorbeeldfunctie binnen de VN moeten vervullen. Daarnaast wordt UNHCR beschouwd als een belangrijke organisatie in dit opzicht, gezien haar mandaat bij de opvang van ontheemden en vluchtelingen, meest vrouwen en kinderen. Met genoemde organisaties zal tot concrete afspraken gekomen worden over voortgang op dit thema. Indien deze niet tot de gewenste resultaten leiden, zullen hieraan uiteindelijk financiële consequenties verbonden worden.

De problematiek kwam uitvoerig aan de orde in een Nota-overleg op 17 november 2003 over het beleid van Ontwikkelingssamenwerking voor de komende jaren. Zie het ongecorrigeerd stenogram terzake [zoek op UNIFEM]. Een door TK-lid Karimi ingediende motie (TK 29234, nr.  13) vraagt om het besluit tot stopzetting van de bijdrage aan UNIFEM terug te draaien. Minister Van Ardenne ontraadt deze motie aldus:

Ten aanzien van de motie van mevrouw Karimi op stuk nr. 13 over UNIFEM zijn wij in overleg met UNDP, UNHCR en met UNIFEM bezig na te gaan hoe de genderbenadering binnen de VN als instelling kan worden verbeterd. In hoeverre wij de Nederlandse bijdrage aan UNIFEM nog kunnen terugdraaien of zullen terugdraaien, houdt daarmee verband. Daarop wil ik niet vooruitlopen. Ik ontraad de aanneming van deze motie omdat zij te vroeg komt. Wij zijn net begonnen met deze discussie, waaraan het Verenigde Koninkrijk ook meedoet, zoals ik al zei. Laten wij dat nog niet zo vaststellen. Met een dergelijke notitie wordt mijns inziens ook de druk te veel van de ketel afgehaald. Ik ben het met de Kamerleden eens dat deze ingreep UNIFEM niet mag treffen, maar wij moeten de druk opvoeren op de andere organisaties en dit is de beste manier om dat te doen. Uiteindelijk zullen wij een wijs besluit nemen als wij een goed besluit bij de VN-organisaties tot stand kunnen brengen. Ik ontraad dus de aanneming van deze motie ten sterkste.