woensdag 12 december 2018 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 de vrouw beslist
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  EMANCIPATIE ALGEMEEN  >  INTRO EMANCIPATIE  >  DE VROUW BESLIST 
INTRO EMANCIPATIE

DE VROUW BESLIST.
Over anticonceptie, abortus en voortplantingstechnologie

Het uitgangspunt: “de vrouw beslist of zij zwanger wil worden of blijven” steunt al jaren op een stevige meerderheid van de bevolking. Toch is het nog maar een recente verworvenheid:  pas in de jaren zestig en zeventig van de 20e eeuw, ruim 30 jaar geleden dus, kwam het debat daarover eerst goed op gang. Ook nu nog zijn er geregeld discussies. Over de pil in het ziekenfondspakket bijvoorbeeld (1995). Over het stijgend aantal abortussen (2002), m.n. onder allochtone vrouwen. Over lesbische vrouwen die met behulp van IVF een kind willen. 

Professor dr. Joyce Outshoorn loopt de jongste geschiedenis na en noemt een aantal actuele kwesties.

1.

  De vrouw beslist: het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen

 2.

  Abortus: wetgeving en praktijk vóór de jaren zestig

 3.

  Opkomst van de abortusdiscussie

 4.

  De politiek aan zet

 5.

  Wij Vrouwen Eisen

 6.

  1976: Eerste wetsvoorstel afgestemd. Terug naar af

 7.

  1984: Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ) treedt in werking

 8.

  Grenzen aan het zelfbeschikkingsrecht?

 9.

  In-vitro fertilisatie: een debat over ethiek ....

10.

  .... en over kosten

11.

  1988: Kabinetsnotitie Kunstmatige bevruchting en draagmoederschap

12.

  2002: Embryowet

13.

  Een rustig bezit? Actuele kwesties

Om verder te lezen
Om verder te surfen
    

1. De vrouw beslist: het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen
Pas eind jaren zestig brandt in Nederland de discussie over het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen goed los. Directe aanleiding is de abortus. Abortus is in die tijd in vrijwel alle gevallen verboden. Een arts die abortus pleegt riskeert een gevangenisstraf van drie jaar of 6.000 gulden (ca. 2.750 euro) boete. Zelfs reclame maken voor, en etaleren van voorbehoedsmiddelen zijn dan nog verboden. 
Als eerste breekt het inzicht breekt door dat anticonceptie abortus juist kan voorkómen. In 1969 wordt het verbod op reclame voor voorbehoedsmiddelen opgeheven. Intussen willen progressieve artsen ook tegemoet komen aan vragen van vrouwen om abortus. Maar wanneer mogen zij dat (misschien) nog wel, en in welke gevallen zeker niet? In de discussie die daarop volgt is het kernpunt: wie beslist daarover? Joke Smit stelt al in 1966 dat de vrouw degene is die de beslissing toekomt; en niet artsen, dominees of psychiaters. Het is de vrouw die het beste kan oordelen over haar eigen situatie, en kan beslissen of zij een zwan­gerschap én de opvoeding inderdaad aan kan. 
De eerste vrouwengroepen van de ‘tweede feministische golf’, Man-Vrouw-Maatschappij (MVM, 1968) en Dolle Mina (DM, 1969) pleiten al vanaf hun oprichting voor de legalisering van abortus. Dolle Mina voert met ‘Baas in eigen buik’ de meest bekende leus van de vrouwenbeweging. Die geeft kernachtig aan waar het over gaat: het recht op zelfbeschikking over je eigen lichaam. Dit zelfbeschikkingsrecht is de basis van wat feministen vanaf eind jaren zeventig de ‘reproductieve rechten’ noemen: het recht op anticonceptie en seksuele voorlichting, en dus tégen gedwongen sterilisatie en experimenten op vrouwen met nieuwe voorbehoedmiddelen.  

2. Abortus:  wetgeving en praktijk vóór de jaren zestig
De (straf)wet die abortus verbiedt stamt uit 1911. Hij staat alleen abortus toe als de zwangerschap de fysieke gezondheid van de vrouw bedreigt. Met als gevolg een onbekend aantal illegale abortussen. Vóór 1900 waren het vooral vroedvrouwen die abortussen uitvoerden, en dat gebeurde dan ook relatief veilig. Artsen waren daar echter fel tegen, onder meer uit concurrentie-overwegingen. Intussen kende elke arbeidersbuurt wel ‘adresjes’ waar vrouwen terecht konden – met risico op bloedingen en infecties. In de loop van de 20e eeuw werd er gaandeweg clandestien door artsen geaborteerd. Schattingen over het aantal illegale abortussen begin jaren zestig lopen uiteen van 20.000 tot 60.000 per jaar. Dat waren niet alleen de spreekwoordelijke breinaald verhalen. Vrouwen die ‘de weg wisten’ konden een medisch verantwoorde abortus krijgen. Anderen namen hun  toevlucht tot ondeugdelijke pillen of sprongen van de trap in de hoop op een miskraam. De praktijk van artsen die een abortus uitvoerden werd steeds meer “gedoogd”. Strafvervolging beperkt zich gaandeweg vooral tot de medisch onbevoegden. Toch werd in 1953 nog een arts tot gevangenisstraf werd veroordeeld toen hij op sociale gronden aborteerde. 
In de jaren vijftig probeerden artsen de uitzondering in de wet op te rekken: ook als de geestelijke gezondheid van de vrouw wordt bedreigd zou abortus zijn toegestaan. Met andere woorden: vrouwen die een abortus willen zijn eigenlijk psychiatrische patiënten die door hun zwangerschap in een labiele situatie terecht zijn gekomen. 

3. Opkomst van de abortusdiscussie
De jurist en hoogleraar strafrecht Enschedé stelt in 1966 dat een arts niet strafbaar is als hij volgens de regels van zijn kunst handelt. Vanaf dat moment durft een aantal ziekenhuizen vaker abortus toe te passen. Er ontstaan ‘abortus teams’: gynaecologen, psychiaters en maatschappelijk werksters beslissen samen of een vrouw een zo overtuigende medisch-psychologische verhaal heeft, dat zij aan haar verzoek om abortus kunnen voldoen. 
De ‘experts’ hadden echter niet voorzien dat hun opstelling zou leiden tot een enorme toeloop van vrouwen die om abortus vragen. De teams kunnen eenvoudigweg de vraag niet meer aan. Bovendien blijkt het onmogelijk om eenduidige indicaties op te stellen voor een abortus. De teams hanteren verschillende criteria. Een vrouw die een abortus wenst kan bij het ene team worden afgewezen maar door het andere worden toegelaten. Rechtsongelijkheid dus. 
Het is Stimezo (Stichting Medisch Verantwoorde Zwangerschapsonderbreking) die in dit gat springt. Zij richt vanaf 1970 aparte abortusklinieken op. Ze trekt in deze klinieken de consequentie van het falen van de teams: geen indicatiestelling door een team, maar de wil van de vrouw als uitgangspunt.
De vrouwenbeweging steunt het werk van Stimezo, ook met acties, zoals door appeltjes te verkopen op het Waterlooplein in Amsterdam. De overheid intussen laat, in afwachting van een nieuwe wet, de Stimezo-klinieken voorlopig ongemoeid. Rond 1973 is in Nederland de situatie dus, dat dankzij het werk van Stimezo, iedere vrouw op haar verzoek een abortus kan krijgen.

4. De politiek aan zet
Het animo in Den Haag om de verouderde (straf)wet die abortus verbiedt te wijzigen is rond de jaren zeventig gering. De politiek is hopeloos verdeeld. De confessionele partijen willen aanvankelijk de oude wet handhaven, desnoods met de erkenning van “psychische nood.” Twee parlementariërs van de Partij van de Arbeid, Lamberts en Roethof, dreigen echter een initiatief-wetsvoorstel in te dienen. Het confessionele-liberale kabinet De Jong ziet zich in 1970 dan ook gedwongen een regeringscommissie in te stellen om het vraagstuk te bestuderen: een beproefde manier om een beslissing uit te stellen. De confessionele partijen hopen intussen dat de artsenorganisatie KNMG met een oplossing zal komen. Maar de KNMG blijkt even verdeeld als de politiek, en trouwens als de Nederlandse samenleving als geheel.
In 1972 komt het confessioneel-liberale kabinet Biesheuvel met een zeer voorzichtig voorstel: abortusteams zouden de beslissing moeten nemen. Deze teams moeten vaststellen of het welzijn van de vrouw zodanig door de zwangerschap wordt aangetast dat dit de abortus rechtvaardigt. Ook mag de ingreep alleen in een ziekenhuis gebeuren. Dit voorstel loopt echter achter op de praktijk in de klinieken en lokt dan ook hevig protest uit. Als het kabinet-Biesheuvel kort daarna valt over een begrotingskwestie (1973), verdwijnt dit voorstel naar de achtergrond. Tijdens de formatie van het kabinet Den Uyl (1973) blijkt men niet tot overeenstemming te komen over een nieuw voorstel. Daarom wordt besloten om het initiatief maar bij de Tweede Kamer te leggen en verdere voorstellen af te wachten. In de tussentijd zal het ministerie van Justitie alleen ingrijpen bij kwalijke incidenten in de abortuspraktijk.

5. Wij Vrouwen Eisen
De vrouwenbeweging is niet gerust op de goede afloop. In 1974 richten vrouwen uit DM, MVM, Rooie Vrouwen (de vrouwenorganisatie van de PvdA), de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB, van communistische huize), de Vrouwenbond NVV  en een aantal ongebonden feministes, “Wij Vrouwen Eisen” (WVE) op. Deze nieuwe platformorganisatie formuleert drie eisen:
-         abortus moet uit het Wetboek van Strafrecht;
-         de kosten van een abortus worden door het Ziekenfonds vergoed;
-         de vrouw beslist.
Wij Vrouwen Eisen weet met twee grote demonstraties de weg naar de media te vinden. Ze gaat ook lobbyen in de Tweede Kamer om het voorstel van Lamberts en Roethof te bepleiten. Zo slaagt zij er in om de abortuskwestie definitief tot een vrouwenkwestie te maken. De drie eisen die zij had geformuleerd worden ook voor een breder publiek de maatstaf voor de beoordeling van alle latere wetsvoorstellen.  

6. 1976: Eerste Wetsvoorstel afgestemd. Terug naar af.
De vrije abortuspraktijk roept intussen ook een groeiend verzet op. Tegenstanders van abortus, meest van orthodox-religieuze zijde, zetten de grote confessionele partijen onder druk om de oude wet te handhaven en de nieuwe abortuspraktijk aan te pakken. De katholieke minister van Justitie, Van Agt, toont zich vatbaar en probeert twee keer een abortuskliniek in Heemstede, de Bloemenhove, te sluiten. In deze kliniek worden namelijk ook late abortussen (na twaalf weken zwangerschap) verricht. De eerste keer verliest Van Agt zijn zaak bij de rechter. De tweede keer bezetten vrouwen uit de kringen van Wij Vrouwen Eisen de kliniek en verhinderen zo de sluiting (1976). De abortuskwestie dreigt uit te lopen op een kabinetscrisis. De PvdA drijft de zaak echter niet op de spits, en minister Van Agt kan blijven zitten. Maar het zet wel grote druk op een snelle parlementaire behandeling van een nieuw initiatief-wetsvoorstel van de PvdA en de VVD. Dit voorstel volgt in grote lijnen het eerdere voorstel van Lamberts en Roethof en legt de beslissing over abortus bij de vrouw. De Tweede Kamer neemt dit wetsvoorstel in 1976 aan. In de Eerste Kamer echter stemt de VVD-fractie verdeeld. Het wetsvoorstel wordt alsnog verworpen. Terug dus bij af.   

7. 1984: de Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ) treedt in werking. Het verzet verdwijnt snel. 
Na de verkiezingen van 1977 komt het confessioneel-liberale kabinet Van Agt-Wiegel tot stand. Dit kabinet slaagt er in een nieuw wetsvoorstel te maken dat wél op een meerderheid in Tweede én Eerste Kamer kan rekenen. Deze Wet Afbreking Zwangerschap wordt in 1981 aangenomen.
De WAZ kent maar één indicatie voor abortus: de vrouw moet zich in een ‘noodsituatie’ bevinden, die alleen door een abortus kan worden opgelost. De arts moet vaststellen of dit inderdaad zo is en moet haar ook alternatieven voorhouden, bijvoorbeeld het afstaan voor adoptie. De arts moet ook kijken of de vrouw wel uit eigen wil handelt. De arts kan weigeren mee te werken aan de ingreep, maar moet de vrouw dan wel doorverwijzen naar een andere arts. De vrouw heeft uiteindelijk dus het laatste woord. Al moet ze voordat de abortus daadwerkelijk plaatsvindt een wachttijd van vijf dagen in acht nemen om na te denken over haar beslissing. Die wachttijd is mede bedoeld om “abortustoerisme” tegen te gaan: buitenlandse vrouwen die voor een abortus naar Nederland komen. Abortus is immers in vrijwel alle europese landen verboden. Maar door de relatief vrije abortuspraktijk komen vrouwen uit Belgie, Duitsland en Spanje voor een abortus naar Nederland (zie ook de tabel 1. Hervorming Abortuswetgeving in Europa). 
Andere eis voor een legale abortus is dat die plaatsvindt in een kliniek of ziekenhuis die een speciale vergunning heeft. Als deze voorschriften niet worden gevolgd, blijft abortus strafbaar. Abortus is ook verboden ingeval de vrucht buiten het moederlichaam levensvatbaar is. Aanvankelijk betekent dit een grens van 24 weken. Inmiddels is dat 21 weken.    

Velen uit de vrouwenbeweging zijn ongelukkig met deze nieuwe wet. De vijf dagen bedenktijd vinden ze betuttelend. Ook zijn ze bang dat de abortuspraktijk zal worden beperkt door het vergunningenstelsel. Abortus is bovendien nog steeds strafbaar: de nieuwe wet bepaalt alleen de uitzonderingen op die regel. Ook is nog niet geregeld wie de kosten van de abortus zal betalen. De confessionele partijen zijn tegen financiering uit het ziekenfonds. Pas in 1985 wordt een compromis gevonden: abortus wordt gefinancierd uit de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). 
Het verzet tegen de nieuwe wet verdwijnt echter vrij snel: de WAZ blijkt de bestaande praktijk niet te beperken. Daarmee valt ook de basis weg van Wij Vrouwen Eisen. Wel blijft een kleine actiegroep als kern actief, vooral om de ontwikkelingen rond de abortuswetgeving te blijven volgen. Het is dan ook vanuit deze kring dat in 1994 en 1995 het  verzet wordt georganiseerd tegen de plannen van het eerste Paarse kabinet Kok (1994-1998) om de anticonceptie-pil niet langer te betalen uit het ziekenfonds. 

8. IVF: Grenzen aan het zelfbeschikkingsrecht?
In de jaren tachtig ontwikkelen artsen nieuwe methoden in de behandeling van onvruchtbaarheid: IVF (in-vitro fertilisatie). Ook nemen de mogelijkheden snel toe om in een vroeg stadium van de zwangerschap ziekten en afwijkingen bij de vrucht vast te stellen - prenatale diagnostiek -. Deze ontwikkelingen leiden er toe dat soms selectieve abortus wordt toegepast: het weghalen van het teveel aan foetussen of van foetussen met een afwijking.
Ook wordt het eenvoudig om al vroeg in de zwangerschap het geslacht van de foetus te achterhalen.
Binnen de vrouwenbeweging en ook in het publieke debat rijst de vraag naar eventuele “grenzen van het zelfbeschikkingsrecht”. Hoe ver mag een vrouw gaan in zulke gevallen? Is er zoiets als “misbruik van zelfbeschikkingsrecht”? Ook over kunstmatige inseminatie en draagmoederschap laait de discussie op. Voorstandsters van de nieuwe technologieën pleiten, juist met een beroep op het recht op zelfbeschikking, vóór reageerbuisbevruchting. Ze keren zich tegen uitsluiting daarvan van bepaalde groepen vrouwen, zoals ongehuwde of lesbische vrouwen. Twijfelaarsters over selectieve abortus willen grenzen stellen aan de keuzevrijheid van vrouwen bij abortus. Relatieve consensus bestaat over de afwijzing van sekseselectie, een thema waarover in de jaren negentig een debat woedde: dat zou in de praktijk een voorkeur voor zonen helpen realiseren.  

9. IVF: een debat over ethiek ....
Rond de invoering van reageerbuisbevruchting  (in-vitro fertilisatie – IVF) ontstaat een nieuwe organisatie in de vrouwenbeweging. Een aantal radicaal-feministen keert zich tegen IVF: het geeft artsen vergaande controle over het vrouwenlichaam. Zij wijzen op het lage slagingpercentage van IVF (in die tijd hoogstens 15% ). Ook zijn de gevolgen van de intensieve hormoonbehandelingen voor het kind op de langere termijn onbekend. Deze groep tegenstandsters tegen IVF organiseert zich in 1986 in Rhea, de Nederlandse tak van het Feminist International Network of Resistance to Reproductive and Genetic Engineering (FINRRAGE). Binnen de vrouwenbeweging leven ook andere opvattingen. Zo zouden vrouwen zeker niet te beschouwen zijn als willoze slachtoffers van de technologie: IVF vergroot juist hun keuzevrijheid. Wel moet worden onderkend dat technologie niet “neutraal” is: het draagt ook bepaalde waarden en keuzen. Zo zien artsen IVF gaandeweg vooral als de oplossing voor onvruchtbare ‘paren’, een zienswijze die ook in de politiek opgeld doet. Weer andere feministen wijzen er op dat de hele discussie over onvruchtbaarheid bevestigt en versterkt dat het moederschap de hoogst bereikbare vorm van geluk zou zijn voor vrouwen. Het debat over IVF is aanvankelijk vooral een debat over ethiek: in welke gevallen is het toelaatbaar? In welke gevallen niet? Moet IVF als een reguliere medische ingreep worden gezien? 

10. ....en over kosten: wie betaalt?
Allengs verschuift het debat naar de  kwestie van de financiële vergoeding: wie moet de hoge kosten dragen? De individuele mensen zelf? Of de ziektekostenverzekeringen? De confessioneel-liberale kabinetten Lubbers I en II kunnen het hierover in de jaren tachtig maar niet eens worden. De confessionele partijen aarzelen. De liberalen zijn vóór. Maar ook latere Kabinetten zijn er niet uit gekomen. Anno 2003 wordt IVF formeel  niet door het ziekenfonds vergoed. In de praktijk worden, ook door particuliere ziektekostenverzekeringen, wel tegemoetkomingen gegeven. 
In de praktijk neemt IVF intussen een hoge vlucht. Om dat enigszins in te dammen komt er in 1985 een tijdelijke regeling:  alleen klinieken die een vergunning hebben mogen IVF uitvoeren. 

11. 1988: Kabinetsnotitie Kunstmatige bevruchting en draagmoederschap
Uiteindelijk komt het kabinet-Lubbers II in 1988 met de notitie Kunstmatige bevruchting en draagmoederschap. IVF is, aldus de notitie, een medisch aanvaardbare behandeling van onvruchtbaarheid. Centraal in de nota staan de vragen:
- of lesbische vrouwen wel recht hebben op IVF, 
- of de anonimiteit van de spermadonor bij kunstmatige inseminatie wel gehandhaafd moet blijven en
- wat er met de overgebleven embryo’s na een IVF-behandeling moet gebeuren, en aan wie die toebehoren. 
De kritiek van Rhea op de medische beheersing van de voortplanting en de nog onbekende gevolgen voor het nageslacht raken nu op de achtergrond. Ook de andere elementen in het feministisch perspectief op deze nieuwe ontwikkelingen komen in het publieke en politieke debat nauwelijks aan bod. Oorzaak: verdeeldheid binnen de vrouwenbeweging zelf, weinig status van de feministische discussie, en ook een te laat ingezette lobby. 
In 1989 komt het tot een beperkte uitvoering van de kabinetsnotitie IVF, nl. een planningsbesluit dat een aantal klinieken toestemming geeft om IVF behandelingen uit te voeren.  IVF blijft dan ook nog voorbehouden aan hetero-paren: er is maar één kliniek die bereid is lesbische vrouwen te behandelen.In de jaren negentig wordt IVF een steeds meer gangbare ingreep, hoewel de slagingskansen vrij laag blijven (1-20%). De belangstelling van vrouwengroepen verdwijnt. 

12. 2002: Embryowet
Eén van de gevolgen van IVF zijn de zogenaamde rest-embryo's: embryo's die na bevruchting niet worden teruggeplaatst in de baarmoeder van de vrouw. Mogen die worden gebruikt voor medisch onderzoek? Mogen ze worden gebruikt voor genetische diagnostiek, dus om vroegtijdig genetische afwijkingen op te sporen? Mogen embryo's speciaal worden gekweekt voor therapeutische doeleinden? In ieder geval dit laatste is voorlopig verboden in de Embryowet, die in 2002 in werking is getreden. Ook restembryo's mogen niet voor therapeutische doelen worden gebruikt. Over 5 jaar, aldus de wet, zal dit verbod opnieuw worden bezien. Verder bepaalt de wet dat embryo's zich niet langer dan 14 dagen buiten de baarmoeder mogen ontwikkelen. Wel is toegestaan dat voor de implantatie in de baarmoeder het embryo wordt onderzocht op ernstige erfelijke afwijkingen. Dat mag overigens niet leiden tot selectie op basis van sekse.

13. Een rustig bezit? Actuele kwesties
De norm van 'de vrouw beslist'  heeft dan wel een brede verankering in de Nederlandse samenleving, maar er zijn wel regelmatig vragen, discussies en incidenten.

  • Seksuele voorlichting
    Uit een recent rapport van TNO blijkt dat jongeren veel vragen hebben over seksualiteit, zwangerschap, pil- en condoomgebruik, en ook abortus. Het aantal tienerzwangerschappen neemt toe, terwijl ook het aantal abortussen bij jonge meisjes stijgt. Seksuele voorlichting is en blijft kennelijk hard nodig, en niet alleen bij allochtone jongeren. Inmiddels zijn verschillende websites geopend die in de behoefte aan voorlichting moeten helpen voorzien. 
       
  • Pil in het basispakket ziektekosten
    In Nederland gebruikt meer dan 50% van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd de pil. Moet de pil in het basispakket van de ziektekostenverzekering blijven? Deze vraag wordt weer actueel: het Regeerakkoord 2003 stelt dat het verzekerd pakket zal worden beperkt. Ook al eerder stond deze vraag ter discussie. In 1995  bijvoorbeeld stelt de toenmalige minister Borst (Volksgezondheid) voor om “de pil” uit het ziekenfondspakket te halen. Vrouwen uit de kring van Wij Vrouwen Eisen organiseerden toen een snelle actie: zo'n maatregel zou vooral de economische en sociaal zwakkere vrouwen, onder wie veel allochtone meisjes en vrouwen, treffen. Borst trok haar voorstel toen haastig in. Maar zal de pil ook het nieuwe basispakket ziektekosten van 2006 halen?
       
  • Women on waves: abortusboot
    Ofschoon Nederland pas relatief laat (1983) een abortuswet krijgt kennen we vanaf 1973 een vrije abortuspraktijk (zie tabel 1). In veel landen, zelfs in europese landen als Ierland, is abortus echter nog steeds verboden. In 2001 richten drie Nederlandse vrouwen daarom een nieuwe organisatie op: Women on Waves, met een ‘abortusboot’ om vrouwen te helpen  in al die landen waar abortus verboden is. Ierland was het eerste land waar zij actie voeren. Het schip echter wordt als Nederlands grondgebied beschouwd. Daarom is ook hier de WAZ van toepassing. Van confessionele zijde rijst fel verzet tegen dit initiatief. Minister Borst van Volksgezondheid weigert een vergunning te geven, zoals de wet eist. Uiteindelijk, juli 2002, stemt ze echter toe dat Women on Waves op de  boot overtijdbehandelingen met een ‘abortuspil’ gaat verrichten. Ook Women on Waves volgt in Nederland de af en toe opflikkerende abortusdiscussie.
       
  • Stijging aantal abortussen: vooral bij allochtone vrouwen
    In 2002 ontstaat discussie over abortus: Nederland blijkt niet langer het laagste abortuscijfer in de wereld te hebben: 8,5 abortussen op 1000 zwangerschappen in plaats van vroeger 5,6. Betekent dat niet “slordig gebruik van anticonceptie”? Wordt er niet te lichtzinnig overgegaan tot abortus? Leiden de nieuwe voortplantingstechnologieën niet tot meer selectieve abortussen? Deze discussie dooft weer uit als de de achtergronden duidelijk worden: de stijging van het aantal abortussen vindt z’n oorzaak grotendeels in de toegenomen hulpvraag van allochtone meisjes en vrouwen, in 2000 namelijk bijna 62% van alle abortussen. Juist zij zijn minder bekend met anti-conceptiemiddelen en worden eerder ongewenst zwanger.
    Het feit dat ook allochtone vrouwen zich tot abortusklinieken wenden roept echter de vraag op of zij wel een voldoende zorgvuldige behandeling krijgen. In 2003 is er een incident van een Marokkaanse vrouw die stelt dat zij ongewild een abortus heeft ondergaan: ze spreekt geen Nederlands en haar schoonzuster deed het woord. Staatssecretaris Ross van Dorp stelt dat in alle gevallen waarin de vrouw de taal niet spreekt een tolk beschikbaar moet zijn. De abortusklinieken verweren zich: zij handelen in zulke situaties al uiterst zorgvuldig.
        
  • Evaluatie Wet Afbreking Zwangerschap in 2004
    In sommige politieke kringen, met name bij de Christen Unie en de SGP maar ook wel binnen het CDA, wordt abortus nog steeds met argusogen bekeken.  De tegenstanders grijpen de (reguliere) evaluatie van de WAZ in 2004 dan ook aan om de discussie open te breken. Het Regeerakkoord 2003 vermeldt deze evaluatie uitdrukkelijk. Ze benadrukt dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de vraag of de zorgvuldigheidseisen wel voldoende worden gehandhaafd. Wordt de vrouw wel voldoende op alternatieven voor abortus gewezen, zoals adoptie? Wordt wel voldoende voorlichting gegeven om ongewenste zwangerschappen te voorkomen. De voorstanders zijn alert: Staatssecretaris Ross-van Dorp (Volksgezondheid) heeft de opdracht voor evaluatie op verzoek van de Tweede Kamer onlangs openbaar gemaakt.
       
  • IVF en lesbische vrouwen
    Aanvankelijk was IVF voorbehouden aan hetero-paren: het is in het belang van het kind dat het door een vader en een moeder sámen wordt verzorgd en opgevoed. De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) stelt echter een onderzoek in of na te gaan of IVF-klinieken die lesbische of alleenstaande vrouwen een IVF-behandeling weigeren daarmee niet de Algemene wet gelijke behandeling overtreden. Deze wet schrijft immers voor dat instellingen geen onderscheid mogen maken op grond van burgerlijke staat en seksuele voorkeur. De CGB oordeelt in 1998 dat een aantal IVF-klinieken inderdaad bij het aanbieden van behandelingen de wet overtreedt. Minister Borst grijpt deze uitspraak aan en stelt dat geen enkele IVF-kliniek op voorhand een behandeling mag weigeren aan lesbische vrouwen of ongehuwde vrouwen.
    De vraag of lesbische resp. ongehuwde vrouwen recht hebben op IVF is dus inmiddels met ja beantwoord. Maar hoe zit het met lesbische (echt)paren die samen een combinatie wensen van draagmoederschap en donorzaad: de ene vrouw draagt het kind, haar partner levert de eicel? Deze constructie is nu nog uitdrukkelijk verboden, tenzij er sprake is van een medische indicatie. 

Tabel 1 - Hervorming van de abortuswetgeving in West-Europa   

Land Jaar van hervorming
Zwitserland 1942
Zweden 1960 , 1967
Groot Brittannië 1967 *
Denemarken 1970 , 1975
Finland 1970
Oostenrijk 1974
IJsland 1975
Frankrijk 1974 , 1979 , 1982 
Bondsrepubliek Duitsland 1976 , 1996 **
Luxemburg 1978
Italië 1978
Griekenland 1978 , 1986
Noorwegen 1978 , 1979
Nederland 1981
Ierland 1983 , 1993 ***
Portugal 1984
Spanje 1986
België 1990
* met uitzondering van Noord Ierland 

**

1995 is de wetswijziging na de hereniging van Duitsland. Voor voormalig Oost Duitsland betekende de nieuwe wet voor vrouwen een grote achteruitgang. 

***

Hier gaat het om een grondwettelijk abortusverbod.

Bron:

Outshoorn, Joyce, The stability of compromise: abortion politics in Western Europe. In: Marianne Githens en Dorothy McBride Stetson (red.), Abortion Politics. Public Policy in Cross-cultural Perspective, New York/London: Routledge, 1995, pp. 145-165. 

 

Retour naar verwijzing in hoofdtekst

 


Prof. dr. J.V. (Joyce) Outshoorn is hoogleraar vrouwenstudies aan de Universiteit van Leiden. Zij was tot 2000 voorzitter van de Nederlandse Onderzoeksschool Vrouwenstudies.Zij promoveerde in 1986 op De politieke strijd rondom de abortuswetgeving in Nederland 1964-1984 (DenHaag,VUGA) waarin ze ingaat op de vraag waarom het zo lang heeft geduurd in Nederland om tot de legalisering van abortus te komen. Haar verdere publikaties gaan over drie driehoek vrouwenbewegingen, politiek en beleid. Binnenkort verschijnt onder haar redactie: The Politics of Prostitution. Women movements, democratic states and the globalisation of sex commerce, Cambridge University Press. Joyce_Outshoorn


Om verder te lezen:

Kerndocumenten beweging  

  • Abortus:   
    • Dolle Mina klaagt aan (z.j.), brochure.
    • Dolle Mina (1970) Een rebelse meid is een parel in de klassenstrijd, Amsterdam: SUA.
    • Legalisering van Abortus (1975) Uitgave van het Comité Wij Vrouwen Eisen.
    • Smit, Joke (1966) “ ‘Met u, over u, zonder u’ ”, De Nieuwe Stem, 21, 719-721.   
    • Soest, Marjo van (1975) “Meid wat ben ik bewust geworden”. Vijf jaar Dolle Mina, Den Haag: Stichting Uitgeverij Dolle Mina.   
    • Tien over tijd (1978),  Den Haag: MVM.   
    • Voor Vrije Abortus (1977) Informatiemap Wij Vrouwen Eisen, Leiden, WVE.
  • IVF   
    • Onstenk, Annemieke en Wilkens, Linda (red.) (1987) Voortplanting als bio-industrie. Vrouwen, kwaliteitskinderen en de beheersing van de vruchtbaarheid. Amsterdam: Sara/Van Gennep.
    • Sevenhuijsen, Selma (1991) ‘Feministische ethiek. Geboortetechnologie, zelfbeschikking, rechten en verantwoordelijkheden’, Rooie Vrouwen Magazine, nr. 3, pp.205.
    •  Vrouwen tegen genen- en voortplantingstechnologie (1985) Technologie als wapen. Brochure.  

Overheid

Wetenschappelijk onderzoek

  • Jany Rademakers: Abortus in Nederland 1993-2000, Uitgave STISAN, 2002 (?)   
  • Berkel, Dymphne van (1991) ‘Reproductieve rechten, belangen en behoeften van vrouwen’, Tijdschrift voor Vrouwenstudies, jrg. 12, nr. 3, pp. 404-411.   
  • Kirejczyk, Marta (1996) Met technologie gezegend? Gender en de omstreden invoering van in vitro fertilisatie in de Nederlandse gezondsheidszorg, Utrecht: Jan van Arkel.   
  • Outshoorn, Joyce (1986) De politieke strijd rondom de abortuswetgeving in Nederland 1964-1984, Den Haag: VUGA.
  • Wert, Guido de (1999) Met het oog op de toekomst.: voortplantingstechnologie, erfelijkheidsonderzoek en ethiek. Dissertatie Erasmus Universiteit Rotterdam.
  • J. Kremer: IVF-cijfers per kliniek. Cijfers per 1999.
  • Jongeren, seksualiteit, preventie en hulpverlening. Een verkenning van de situatie in 2002. Rapport van TNO Preventie en gezondheid, oktober 2002. Zie ook het persbericht hierover.

Actoren

  • Dolle Mina
  • FINRRAGE (Feminist International Network of Resistance to Reproductive and Genetic Engineering).   
  • Man-Vrouw-Maatschappij   
  • Rhea   
  • Wij Vrouwen Eisen   
  • Women on Waves   

Beeldmateriaal


Om verder te surfen

Prof. dr. Joyce Outshoorn: De vrouw beslist. Over anticonceptie, abortus en voortplantingstechnologie. Website http://www.emancipatie.nl - rubriek Emancipatie algemeen - subrubriek Intro emancipatie. Tekst afgesloten mei 2003.