dinsdag 23 juli 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Organisatie emancipatiebeleid
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  DEN HAAG  >  REGERING  >  ARCHIEF
 >  KABINET BALKENE...  >  ORGANISATIE EMA... 

ORGANISATIE EMANCIPATIEBELEID


Emancipatiepassages Strategisch Akkoord 2002 

[ teksten volgen ] 


Taakopdracht Staatssecretaris Emancipatie- en Familiezaken

Bij beschikking van 12 september 2002 (Staatsscourant 11 oktober 2002, nr. 196) gaf de Minister van SZW een  taakomschrijving voor Staatssecretaris Phoa van SZW.


 Strategie en structuur :  gender mainstreaming

(uit: Brief van de Staatssecretaris van Sociale zaken en Werkgelegenheid dd. 26 juni 2001 Kamerstukken II, 2000-2001, 27 061, nr. 15).

Uitgangspunten

  • De politieke en ambtelijke verantwoordelijkheid voor de concrete invulling van gender mainstreaming ligt primair bij de departementen zelf. Een goede basisstructuur op departementaal en interdepartementaal niveau is noodzakelijk voor het succes van gender mainstreaming
  • De co÷rdinerend bewindspersoon heeft een verbindende en ondersteunende rol in de organisatie van het intra- en interdepartementale proces van gendermainstreaming.  

Instrumenten

Departementale rapportages gender mainstreaming

a. een rapportage over hoe het departement heeft zeker gesteld dat de vijf algemene rand­voorwaarden voor gender mainstreaming worden vervuld en de organisatiestructuur die daarvoor is gekozen. Deze randvoorwaarden betreffen: commitment van de politieke en ambtelijke top, expliciet emancipatiebeleid met duidelijke doelstellingen, vastleggen van verantwoordelijkheden, beschikbaarheid van genderdeskundigheid, beschikbaarheid van middelen (formatie en budget) en instrumenten; 

b. concrete inhoudelijke doelstellingen voor gender mainstreaming en de resultaten die men tot nu toe behaald heeft;   

c. een verbeteragenda, waarin staat welke verbeteringen in het volgende jaar op de agenda staan;

d. een financiŰle paragraaf, waarin benodigd en benut budget en formatie staan gespecificeerd. De co÷rdinerend bewindspersoon rapporteert hierover aam de Tweede Kamer ľ na bespreking in de Interdepartemen­tale Coordinatiecommissie Emancipatie (ICE) -, voor het eerst in het voorjaar van 2002 [1]

Versterking interdepartementale ondersteuningsstructuur 

De Interdepartementale Coordinatiecommisie emancipatie (ICE) die sinds 1977 een adviserende rol heeft, wordt versterkt met een stuurgroep, waar ook de co÷rdinerend bewindspersoon aan deelneemt. Deze stuurgroep:

  • agendeert belangrijke departementsoverstijgende onderwerpen,- stelt zonodig projectgroepen in,
  • adviseert over beleidsonderwerpen waarop een emancipatie-effectrapportage van belang is,
  • evalueert de voortgang van het proces van gender mainstreaming binnen de departementen.

Instelling van een Visitatiecommissie gender mainstreaming:

 De co÷rdinerend bewindspersoon Emancipatie.benoemt een visitatiecommissie Gender Mainstreaming, bestaande uit vijf leden (drie externe kernleden, onder wie de voorzitter, en twee wisselende leden uit DCE en ICE). Taak van de Visitatiecommissie is de voortgang van het departementaal proces van gender mainstreaming te controleren en te evalueren, en voorts om aanbevelingen aan de departementen te doen inzake verbeterpunten. De visitatiecommissie rapporteert direct aan het betrokken departement en aan de co÷rdinerend bewindspersoon emancipatie.

Co÷rdinatie Emancipatiebeleid

De coordinerend bewindspersoon informeert zich onder meer door rondgangsgesprekken met de vakministers over de opzet en verloop van gendermainstreaming op de departementen. Ook de directeur van de Directie Co÷rdinatie Emancipatiebeleid (DCE) zal tweejaarlijks rondgangsgesprekken voeren met de portefeuillehouders en co÷rdinatoren emancipatie van de departementen. 

De DCE heeft tot taak:

  • het ondersteunen van departementen bij het proces van gender mainstreaming met behulp van informatie en advies 
  • het ontwikkelen van innovatief beleid (ontwikkelingsfunctie) 
  • het (verder) ontwikkelen van instrumenten, zoals een vierjarige beleidskalender, źgender sensitive budgeting╗, een interdepartementaal kennisnetwerk, databanken (strategisch infor­matiesysteem, een expertisebank, overzicht van źgood practices╗ en andere instrumenten, modules emancipatiedeskundigheid voor (reguliere) trainingen en (reguliere) cursussen. 

[1] Deze eerste rapportage aan de TK is 1 oktober 2002 nog niet verschenen.