zondag 29 november 2020 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 022
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  VARIA  >  BERICHTEN  >  2004
 >  021-030  >  022 

 hspace=0
21 februari 2004 

Elma Drayer:

Zij doet haar werk.
Prostitutie, meestal geen leuk vak. Nou alleen nog maar een cao. Glamour zoek je elders.

''Het oudste beroep ter wereld'' heet het vergoelijkend. Mannen zijn nu eenmaal zo en daarom verdienen vrouwen nou eenmaal zus hun geld. In de jaren zeventig en tachtig kozen zelfs feministen ervoor het hoerenvak te beschrijven als een plezante en goedbetaalde, maar voor het overige normale baan. Maar zo eenvoudig ligt het voor de betrokkenen zelden of nooit. ''Ik werk niet meer aan mijn eigen verkrachting mee'', zei Karina Schaapman tegen zichzelf toen ze besloot ermee te stoppen.

Elk tijdperk kent zijn eigen kijk op de hoer. In 1987 - de Tweede Feministische Golf ebde nog na - verscheen ''Hoerenboek - Tien vrouwen over het vak''. Auteur Martine Groen liet niet af te benadrukken dat prostitutie heel normaal was. Vol dedain beschreef ze hoe de 19de eeuw aankeek tegen ''gevallen vrouwen'': die moesten van de ondergang gered met nijvere handwerken en het evangelie. Groen wist beter. ''Het maakte grote indruk op me dat vrouwen die al jaren als prostituee werken, veel vrijer met hun seksualiteit omspringen dan de vrouwen om me heen''. Ook als ze ertoe gedwongen waren. ''Gelukkig hebben deze vrouwen hun werk zo plezierig mogelijk gemaakt''.
 
Hoeren, moest de lezer begrijpen, waren eigenlijk slimmere wezens. Zij waren tenminste zo verstandig zich te laten betalen voor wat getrouwde vrouwen gratis deden. En wie er anders over dacht, was behept met ''vooroordelen''. De meeste prostituees, schreef Groen, deden hun arbeid ''met plezier''. Het beroep geeft vrouwen de gelegenheid om zichzelf te manifesteren op een wijze die in veel banen onmogelijk is. Het enige dat nog ontbrak was wettelijke erkenning en een cao.

Groen was representant van een feministische stroming die de hoer niet langer wenste te beschouwen als zielig slachtoffer maar als een mondig wezen. Het ''stigma'' moest de wereld uit. Zoals Joyce Outshoorn laat zien in ''The Politics of Prostitution'' is die lobby in Nederland buitengewoon succesvol geweest. Uiteindelijk leidde het tot een breed aanvaard onderscheid tussen ''vrijwillige'' en ''gedwongen'' prostitutie. Alleen het laatste geldt nog als verwerpelijk en strafbaar. Vrijwillige prostitutie is sinds enkele jaren geheel gelegaliseerd.

De situatie in Zweden laat zien dat vanuit een even feministische visie een radicaal aan die van Groen tegengestelde uitkomst denkbaar is. Anders dan de Nederlandse vrouwenbeweging opteerde de Zweedse voor een totaal taboe. Dat is behoorlijk geslaagd. In Zweden geldt hoerenlopen tegenwoordig als een onaanvaardbare, inhumane vorm van exploitatie die zoveel mogelijk moet worden uitgebannen. Het is ook het enige land waar niet de hoer, maar de hoerenloper strafbaar is.

In Nederland domineert de mening dat prostitueebezoek een prive-zaak is waarmee geen mens zich mag bemoeien. Wie daar vraagtekens bijzet, bezondigt zich aan ''moraalridderij'' - de term waarmee de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk in bescherming werd genomen. Hoerenlopen is een ''noodzakelijk kwaad'': daar kun je evenmin tegen zijn als tegen regen. Prostituees voorzien nu eenmaal, is de gedachte, in een onuitroeibare mannelijke behoefte. En je kunt alleen de uitwassen proberen tegen te gaan. Het maatschappelijk medeleven gaat wellicht nog uit naar het illegale heroinehoertje aan de Theemsweg. Niet naar de legale clubhoer die er vrijwillig voor kiest.

Maar wat is vrijwillig? Karina Schaapman, inmiddels PvdA-gemeenteraadslid in Amsterdam, stapte naar eigen zeggen met haar ''volle verstand'' de prostitutie in. Onlangs publiceerde ze haar autobiografie - ironisch genoeg in dezelfde week dat de bronstige wethouder uit de kast kwam. Schaapmans kindertijd, alleen met haar moeder, was eenzaam geweest, haar puberteit een en al liefdeloosheid. Uit geldgebrek bedient ze op een avond haar eerste klant, waarna ze langzaam verzeild raakt in het vak.
Beleeft ze ''plezier'' aan haar werk? Het ''knopje'' moet om, zoals ze zelf schrijft, en alleen het snelle geld verzoet en verslaaft. ''Ik probeer te denken aan wat Ann zei. Het is gewoon werk. En het verdient goed''. Zodra Schaapman doorkrijgt hoe het in elkaar zit (''Ik werk niet meer aan mijn eigen verkrachting mee'') stapt ze eruit. ''Zou het minder bitter smaken'', vraagt ze zich jaren later af, ''als iemand mij gedwongen had? Dan had ik een excuus''. Schaapmans egodocument heeft de stijl van het betere meisjesboek, maar de onopgesmuktheid ervan doet het je in een adem uitlezen.

Ook in het lijvige ''Vrouwenmantel'' komen vrouwen aan het woord die het vak van binnenuit kennen. Acht jaar lang begeleidde haptonome Dieuwke Talma een soort praatgroepen voor prostituees. Ruim vijftig van hen laat ze hun levensverhaal vertellen, begeleid door haar therapeutisch commentaar. En ook als je bij tijd en wijle de kriebels krijgt van haar new-age-wijsheden, blijft het resultaat verpletterend.
Talma wijst er haast verontschuldigend op dat zij vooral de elite aan het woord laat, en geen heroinehoertjes, of in de fuik gelopen Oost-Europese vrouwen. Haar vrouwen werken in clubs of achter een raam. De vraag dringt zich na lezing op: als dit de elite is, hoe moet het dan zijn aan de onderkant?
Op een enkele uitzondering na is geen van die nette, Hollandse hoeren voor haar ''plezier'' aan het vak begonnen. Bij bijna allemaal is er, ergens in de kinderjaren, iets misgegaan. Er was een overmaat aan ouderliefde of juist een tekort. Er waren te veel grenzen of juist te weinig. Hoe dan ook werd het meisje niet erkend en gezien zoals het werkelijk was. En een kind dat niet mag zijn wie het ten diepste is, lijkt Talma te willen zeggen, vlucht of neemt op een dag wraak. Uiteindelijk op zichzelf - maar dat is een inzicht dat alleen met grote moeite te verwerven valt.

Schrijnend zijn de verhalen van vrouwen die een jeugd van seksueel misbruik achter de kiezen hebben - vaak door hun vader of stiefvader. Hoe bekend de materie inmiddels ook mag zijn, telkens weer gaat het je verstand te boven: hoe kan het dat volwassenen dit hun kinderen aandoen, en het nog voor zichzelf rechtvaardigen ook? In veel gevallen raken juist deze vrouwen verstrikt in de netten van een vriend op wiens aandrang ze de hoer gaan spelen, maar met wie ze niet kunnen breken. Waarom dat zo is, en hoe dat werkt, laat Talma overtuigend zien.

''Nu en dan gebeurde er iets wonderlijks in de groep'', schrijft ze in het slothoofdstuk. ''Alsof het samenzijn en de gesprekken raakten aan al die vrouwen die door de eeuwen heen als prostituee hebben geleefd en gewerkt. Alsof de tijd wegviel. Alsof al die vrouwen die naamloos in de geschiedenis zijn verdwenen, aanwezig waren''.

Schaapman en Talma zijn onverdachte tegenstemmen in het koor dat prostitutie hardnekkig wil zien als een doodnormale vorm van arbeid. Voor het overige komt de oppositie helaas alleen van religieuze zijde. Onlangs verscheen van het POOP, platform van christelijke hulpverleningsorganisaties, een vlammend manifest tegen het huidige overheidsbeleid. Daarin heet het begrip vrijwillige prostitutie ''zeer discutabel''. Volgens eigen onderzoek van het platform zou overigens bijna driekwart van de hoeren morgen stoppen met werken als ze maar een alternatief zouden weten.

Het debat over prostitutie beinvloedt ook de geschiedschrijving. In het Engelse taalgebied zijn historici de laatste tijd nogal gegrepen door het fenomeen van de courtisanes. Een reeks biografieen zag het licht die deze vrouwenlevens in het zonnetje zet. Anders dan de naamloze zusters over wie Talma spreekt, waren courtisanes allerminst onzichtbaar. Ze verkochten hun lichaam en gezelschap uitsluitend aan machtige heren die maar al te graag met hen pronkten. Grandes horizontales genoten een sterrenstatus die tegenwoordig alleen voor topmodellen, prinsessen en actrices is weggelegd. Hun gangen werden door pers en publiek met dezelfde gretigheid gevolgd.

Courtisanes waren meestal meisjes uit arme gezinnen die op jonge leeftijd hun schoonheid en intelligentie leerden uit te buiten. Soms waren ze ''onteerd'', soms kozen ze er zelf voor, soms waren ze - net als topmodellen nu - ontdekt op straat. Alle biografen zijn het erover eens: duurbetaalde hoererij was een aantrekkelijk alternatief voor meisjes die meer in hun mars hadden dan een saai huwelijk, het klooster of een bestaan als oude vrijster. Ze genoten, schrijft Susan Griffin in ''The Book of Courtisanes'', eeuwenlang meer macht en onafhankelijkheid dan enige andere groep vrouwen in Europa.

Griffin laat zich wel erg meeslepen door haar feministisch-romantische blik. Waren courtisanes echt de eerste ''vrije'' vrouwen voor wie zij hen aanziet? Ze bleven, hoe je het ook wendt of keert, afhankelijk van mannelijke gunsten. Hoezeer de courtisane ook bemind, bezongen, bewonderd en in de watten werd gelegd door haar hooggeplaatste klanten, ze bleef bewoonster van de demi monde. Mannen konden moeiteloos pendelen tussen de ene wereld en de andere. Vrouwen niet. En verwelkte hun schoonheid, de belangrijkste troef, dan was het snel gedaan. Behalve de enkele slimmerik die er een respectabel huwelijk met haar beschermheer wist uit te slepen, eindigden de meeste courtisanes hun oude dag in eenzaamheid en armoede.

Soms wisten ze, eenmaal in ruste, nog een laatste slaatje te slaan uit hun pikante verleden. Dat deed Harriette Wilson (1786-1845). Frances Wilson wijdde een mooie biografie aan deze beroemde Londense die trouwens ook opduikt bij Griffin en in Katie Hickmans ''Courtisans'. Maar deze biografe geeft de barre feiten, zonder te romantiseren - en dat is een verademing.
Harriette was zeer succesvol in het vak, net als haar drie zusjes dat waren. Op haar veertiende bleek ze al een gehaaide coquette die met charmant geschreven briefjes interessante heren tot een ontmoeting wist te verleiden. Bijna alle geadresseerden bezweken. Ze was, met al die prinsen, hertogen en premiers in haar klantenkring, wat je nu een starfucker zou noemen. Tot ze aan de verkeerde kant van de veertig belandde, en de ene na de andere minnaar haar afdankte.
Ze besloot wraak te nemen. IJverig begon ze aan haar autobiografie, waarbij ze dreigde geen klant ongenoemd te laten - tenzij de heren in kwestie met zwijggeld over de brug kwamen. Haar lezenswaardige Memoirs, in serie uitgebracht, vlogen de winkel uit. Veel schoot ze er overigens niet mee op. De ''laatste grote Engelse courtisane'' stierf in treurige omstandigheden. Schrijven uit wraak, merkt haar biografe fijntjes op, is een gif dat zich steevast tegen de schrijver keert.
Beleefden de courtisanes duivels plezier aan hun werk, zoals Griffin de lezer wil doen geloven? Het is de vraag. Vermoedelijk niet voor niets verdween de prostituee-met-sterrenstatus van de aardbodem, toen er langzaam andere wegen opengingen voor mooie, intelligente vrouwen die hongerden naar rijkdom en roem.

De gewone prostituee verdween allerminst. Ze doet haar werk, elke dag, ook in het uiterst humane Nederland. Legaal of opgejaagd. Al dan niet vrijwillig.
  • Joyce Outshoorn (red.): The Politics of Prostitution - Women's Movements, Democratic States and the Globalisation of Sex Commerce. Cambridge University Press. ISBN 0521540690; 319 blz. 36,25 euro.
  • Dieuwke Talma: Vrouwenmantel - Verhalen van vrouwen die in de prostitutie werken. Uitgeverij Fagel, Amsterdam. ISBN 9059141318; 336 blz. 22,50 euro.
  • Karina Schaapman: Zonder moeder. Uitgeverij Balans, Amsterdam. ISBN 9050187277; 285 blz. 16,50 euro.
  • Frances Wilson: The Courtesan's Revenge - Harriette Wilson, The Woman who Blackmailed the King. Faber & Faber, London. ISBN 0571205056; 359 blz. 35 euro.
  • Susan Griffin: The Book of Courtesans. Pan Books, London. ISBN 0330488074; 269 blz. 17,30 euro