woensdag 17 juli 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Nr. 09
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  VARIA  >  BERICHTEN  >  2003
 >  JANUARI  >  NR. 09 

''Voor een beter jeugdbeleid zou mannelijkheid veel meer geproblematiseerd moeten worden'' (Saskia Poldervaart)

Op 27 november 2002 werd in Slot Doddendael bij Nijmegen het slotcongres gehouden van het VNG-project Lokaal jeugdbeleid. Bedoeling van dit project was de diversiteit in het jeugdbeleid te stimuleren. In de publiciteit na afloop werd veel aandacht besteed aan een korte congresbijdrage van Saskia Poldervaart, docente Vrouwenstudies en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Emancipatie.nl vroeg Poldervaart om haar aantekeningen. Die vindt u onderstaand. In dit betoog reageerde zij op een inleiding van Kees Schuyt (hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), getiteld ''Ontwikkelingskansen en sociale uitsluiting'' en op het congresdocument ''Sorry dat ik besta''.


Sociale uitsluiting door teveel nadruk op specifieke, als eenduidig opgevatte, cultuurverschillen.   

Reactie van Saskia Poldervaart

Ik wil zowel reageren op Kees Schuyt als op ''Sorry dat ik besta'', de tekst voor dit slotcongres. Gezien mijn korte tijd, zal ik dat doen aan de hand van een aantal stellingen: 

1. Cultuurverschillen worden niet alleen bepaald door Nederlanders tegenover immigranten. Nederland is altijd al multicultureel geweest.

Zeer terecht zegt Kees Schuyt: Alle jongeren, ongeacht huidskleur, hebben problemen en dat is altijd al zo geweest. En in een van zijn collums in de Volkskrant (6-11-2002) stelde hij: er heeft nog nooit een samenleving bestaan zonder uiteenlopende en botsende waarden. Ik ben het dan ook geheel eens met Schuyt, maar wil enkele van zijn opmerkingen meer accentueren en daarbij ''Sorry dat ik besta'' wat bekritiseren.  Multiculturalisme is het bestaan van verschillende culturen binnen een samenleving; uiterlijke kenmerken en nationaliteit hebben daar niets mee te maken. Botsende waarden hebben altijd bestaan, Nederland is altijd multicultureel geweest. Maar in de huidige discussies gaat multiculturaliteit meestal alleen over migranten, veelal beperkt tot niet- witte mensen en Islam, hetgeen leidt tot een nadruk op wij, witte Nederlanders, en zij, die anderen. Maar wie zijn ''wij'', wie zijn ''zij''? Onder het kopje ''Culturele diversiteit'' in ''Sorry dat ik besta'' wordt onmiddellijk ''allochtone jongeren'' genoemd, waarbij men nooit aan ons koningshuis zal denken. Maar culturele diversiteit houdt vele verschillen in, ook die tussen witte Nederlanders onderling.   

2. Culturele diversiteit wordt bepaald door etniciteit (= naast kleur/''ras'' ook taal, religie, geografische en regionale herkomst en door klasse. De diversiteit tussen witte Nederlanders wordt veronachtzaamd (behalve het lichamelijk wel/niet ''gezond'' zijn. Ook zonder gekleurde mensen is een discussie over verschillen belangrijk.

Men kan niet over ''etnische groepen'' spreken en daar dan de witte Nederlanders van uitsluiten (zie pag. 4 van ''Sorry dan ik besta''). Witte Nederlanders behoren ook tot etnische groepen, die onderling botsen wat betreft taal/dialect, vaak verbonden met regionale en/of klasse-afkomst. Friezen en Limburgers voelen zich helemaal geen Hollander. En ikzelf, afkomstig uit een arbeidersklasse-gezin, hoorde thuis heel vaak: 'Dat is niets voor ons soort mensen'' (bijv. naar de middelbare school gaan, of bepaalde kleding dragen, of wijn drinken). En katholieke en protestantse Nederlanders botsen ook nog steeds, vooral op het platteland: zo ken ik een katholiek dorp uit het Noorden waar de mensen uit de omliggende protestantse dorpen nog steeds niet mee omgaan. (Voorbeelden: zwarte jongen uit Limburg die in Amsterdam ''zijn'' cultuur moest leren kennen; in het leger het samengaan van witte en migranten Friezen, Groningers en Limburgers tegen de arrogante witte en gekleurde randstedelingen: regionale cultuur bepalender dan andere verschillen). De erkenning van deze verschillen tussen witte Nederlanders is noodzakelijk om niet de zwart-wit-tegenstelling in het multiculturalisme-debat te reproduceren. Er bestaat niet één Nederlandse cultuur, zoals Schuyt wel suggereerde met zijn mooie term glokalisering waarbij voor de niet-Nederlander de keuze voor de eigen cultuur of alleen de Nederlandse niet meer zo allesbepalend is.   

3. Door zo te foccussen op allochtone jongeren (en gehandicapten) worden in ''Sorry dat ik besta'' de overeenkomsten tussen witte en niet-witte jongeren genegeerd.

Overeenkomsten qua klasse: 35% van de Nederlandse bevolking heeft alleen lagere school of vmbo/mavo. Een deel daarvan voelt zich ook vaak tweederangs-burger, doordat, zoals Schuyt al aangaf, de samenleving zo veel nadruk legt op geregistreerde bewijzen van bekwaamheid. Jeugdhulpverleners wordt door deze groep vaak beschouwd als afkomstig uit een andere cultuur, net zoals niet-witte groepen, vooral zij met een lagere opleiding, dat zullen doen. Bij sociale uitsluiting kunnen we dus niet alleen denken aan gekleurde jongeren met een lage opleiding. Helaas vormt tevens een overeenkomst tussen lager opgeleiden dat ze weinig netwerken hebben. 

Overeenkomst tussen religieus anti-westerse houding: ongeveer 4,5 % van de Nederlanders is Moslim, waarvan ongeveer 1 % fundamentalistisch. Ongeveer 5,5 % is gereformeerd, waarvan ongeveer 2,5 % fundamentalistisch is te noemen (SGP; heb ik elders uitgewerkt). Beide groepen verzetten zich tegen wat ze noemen 'de verwesterlijking'. Niet alleen islamculturen, ook het christen-fundamentalisme wijkt af van de dominante witte cultuur. Het problematiseren van de islam stigmatiseert  deze religie veel te veel, waarbij men vergeet dat voor alle (fundamentalistische) religies geldt, zoals Jan Blokker onlangs stelde: ''Vrouwen en God - dat heeft nooit geboterd''. 

Enkele andere overeenkomsten: op platteland bij witte Nederlanders: mannen en vrouwen nog aan verschillende kant van de kamer bij familiefeestjes; ook bij 75% van de witte Nederlanders bestaan er allerlei vanzelfsprekendheden over: waarom trouw je, waarom krijg je kinderen, zoals het onderzoek van Cees Straver uitwees. Beide aspecten van Nederlanders rekent men echter veelal als behorend tot 'de' migrantencultuur. Daarnaast is er een  nieuwe, ''eigen'' multiculturele taal aan het ontstaan in het stedelijke uitgaanscirquit (ja, kent de gemeente haar jonge burgers wel? , zoals gesteld wordt in ''Sorry dat ik besta''). Ook een overeenkomst is de behoefte aan hangplekken voor vooral jongens (en dat geldt voor alle 'patriarchale' culturen).  

4. Voor een beter jeugdbeleid zou mannelijkheid veel meer geproblematiseerd moeten worden.

Kees Schuyt stipte aan dat meisjes andere problemen ondervinden dan jongens en dat bij jongens emancipatie veel moeilijker zichtbaar is omdat in een mannencultuur daar minder over wordt gepraat. In ''Sorry dat ik besta'' wordt gerept van die paar Marokkaanse jongeren die problemen geven, waardoor een blinde vlek ontstaat voor al die jongeren met wie het goed gaat. Met dat laatste ben ik het zeker eens, maar weer wordt vergeten dat het vooral om jongens gaat die overlast op straat geven. En zeker niet alleen Marokkaanse jongens: lager opgeleide, ongetrouwde jongens hebben altijd jeugdbendes gekend, altijd dronkenmans-overlast gegeven (waarvan men de Marokkaanse jongens nou net niet van kan beschuldigen). Alle jongens van een bepaalde leeftijd zijn vaak lastig en soms zelfs gewelddadig, zoals de 'zinloos geweld' daden hebben aantoond. Het is dan ook absurd om bij de Venloose moord alleen met de Marokkaanse gemeenschap te gaan praten: alle zinloos-geweld-moorden voordien zijn door Nederlandse jongens gepleegd. Ik wil er niet voor pleiten dat alle jongens negatief worden benaderd, wel dat er op allerlei plekken (bijv. brede school) met hen gediscussieerd wordt over hun invulling van mannelijkheid: wanneer ben je een ''echte''' man? Dit zou m.i. idealiter gecombineerd moeten worden met het drieledige toekomstperspectief, waar de Raad voor het Jeugdbeleid al in 1991 voor pleitte voor zowel meisjes als jongens: zorgzelfstandigheid (ieder mens zijn zichzelf en zijn directe omgeving moeten kunnen verzorgen), economische zelfstandigheid en sociale participatie (in netwerken/organisaties, om hun betrokkenheid te vergroten). Vooral dat laatste wordt heel vaak vergeten (ook in het emancipatiebeleid voor meisjes).   

5.

Samenvattend: jeugdbeleid zou idealiter:

  • minder nadruk leggen op kleurverschil / immigrant-zijn
  • beseffen dat er vele culturele verschillen bestaan, ook tussen Nederlandse jongeren (regionale, klasse-verschillen)
  • mannelijkheid veel meer problematiseren
  • veel meer werken aan zorgzelfstandigheid en sociale participatie
  • jongeren aanspreken op de vele identiteiten die ze hebben (en niet zozeer op hun dubbele identiteit qua nationaliteit, waar Schuyt voor pleit, maar veelmeer: op hun werk-, buurt-, muziek- en andere subculturele identiteiten: Mensen hebben een heleboel identiteiten tegelijkertijd).