dinsdag 19 november 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Nr. 05
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  VARIA  >  BERICHTEN  >  2003
 >  JANUARI  >  NR. 05 

hspace=0

Veiligheid achter de voordeur
Actieplan tegen vrouwenmishandeling
9 januari 2003

[Zie ook het persbericht]


Inleiding

Vrouwenmishandeling is wereldwijd een hardnekkig en veelvoorkomend probleem dat zich in alle maatschappelijke lagen en etnische groepen voordoet. In Nederland is één op de vijf vrouwen wel eens slachtoffer geweest van vrouwenmishandeling. Bij één op de negen was dit geweld herhaaldelijk en ernstig. Jaarlijks overlijden in ons land ongeveer 70 vrouwen aan de gevolgen van dit geweld. Vrouwenmishandeling heeft ernstige gevolgen, zowel voor vrouwen zelf als voor hun kinderen. Kinderen die in hun jeugd getuige zijn geweest van vrouwenmishandeling, ondervinden daarvan zowel in hun jeugd als later vaak ernstige psychische klachten, zoals depressies, concentratiestoornissen, agressief gedrag en angsten. Meisjes lopen een grotere kans een partner te treffen die zelf ook weer mishandelt, terwijl jongens uit gezinnen waarin vrouwenmishandeling voorkomt, een grotere kans lopen zelf ook gewelddadig gedrag te vertonen.

Vouwenmishandeling komt vaak samen voor met kindermishandeling. Dat wordt samen doorgaans aangeduid als huiselijk geweld. Mannen die hun vrouw slaan, slaan vaak ook hun kinderen. Circa 80 procent van de TBS-patiënten was in hun jeugd slachtoffer van mishandeling en/ of seksueel geweld. In dit actieplan ligt de nadruk op vrouwenmishandeling. Op andere momenten ligt de nadruk weer op kindermishandeling, bijvoorbeeld bij de initiatiefwet tegen kindermishandeling die GroenLinks momenteel voorbereidt. Ook mannenmishandeling komt voor, zij het veel minder dan vrouwenmishandeling. Van de slachtoffers van mishandeling is 80 % vrouw. De dader is dan meestal niet de partner, maar een ander familielid, bijvoorbeeld een vader. De kosten van vrouwenmishandeling worden geschat op 150 miljoen euro per jaar. Het gaat dan om de kosten voor politie, justitie, medische en psychisch-sociale zorg, en sociale zekerheid.

Vrouwen die mishandeld worden, hebben te kampen met schaamte en schuldgevoelens. Ze zoeken daarom niet snel hulp. Vaker trekken ze zich juist uit schaamte meer uit het sociale leven terug. Tot in de jaren zeventig konden zij ook niet op veel begrip en steun rekenen. Vrouwenmishandeling gold als een privé-probleem waar buitenstaanders zich niet mee mochten bemoeien. Maatschappelijk werkers, artsen, therapeuten, politie en justitie hadden weinig oog voor noch kennis van vrouwenmishandeling, evenmin als van andere vormen van huiselijk en seksueel geweld. Dankzij de inspanningen van de vrouwenbeweging in de jaren zeventig is dat veranderd. Artsen, politie en andere professionals erkennen nu dat vrouwenmishandeling een misdaad is en de dader strafbaar. Ook het grote publiek heeft meer begrip voor het slachtoffer en keurt huiselijk geweld af. Toch kampen slachtoffers nog steeds met schaamte- en schuldgevoelens en zoeken ze niet snel hulp. Vaak doen ze dat pas als ook de kinderen slachtoffer van mishandeling door de partner/ vader worden, of als de vrouw aan levensgevaar is ontsnapt.

Vrouwenmishandeling komt zoals gezegd voor in alle lagen van de samenleving. Wel is er reden om nadrukkelijk aandacht te besteden aan mishandeling van vrouwen uit etnische minderheden. Uit recent onderzoek van Intromart blijkt één op de vier allochtonen slachtoffer van huiselijk geweld. Dat heeft een reeks oorzaken: de afhankelijke verblijfsvergunning de eerste drie jaar, de financiële afhankelijkheid van de partner die vaak nog langer duurt, een maatschappelijk isolement, onbekendheid met de Nederlandse wetten die vrouwenmishandeling verbieden en gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal. Bovendien is in veel migrantengroepen het idee dat geweld nooit toelaatbaar is, minder gemeengoed. Verontwaardiging over vrouwenmishandeling die daders veroordeelt en slachtoffers steun biedt, is minder gemeengoed. Dat lijkt overigens ook te gelden voor autochtonen in sommige plattelandsgemeenten, zo blijkt uit recent onderzoek. Het gaat in beide gevallen om kleine gemeenschappen waarin iedereen elkaar kent en men bang is voor roddel en uitsluiting.

Gelukkig is er binnen migrantengroepen juist op dit punt veel beweging te zien. Er zijn steeds meer moedige vrouwen (en soms mannen) die vrouwenmishandeling in eigen kring bekritiseren en de discussie erover stimuleren. Saida el Hantali, winnares van de Joke Smit Prijs voor emancipatie 2002,  doet dat bijvoorbeeld in Marokkaanse kring, het Inspraak Orgaan Turken doet het in de Turkse gemeenschap, en de Stichting Kezban richt zich op bestrijding van vrouwenmishandeling onder diverse etnische groepen.

Het is van groot belang dat politiek en beleid goede initiatieven ondersteunen door ook zelf vrouwenmishandeling hoog op de politieke agenda te plaatsen. Gelukkig is er vanuit de politiek de laatste tijd ook veel aandacht voor. Die aandacht is echter nog erg versnipperd: verspreid over meerdere ministers, en lokaal en regionaal zijn er allerlei goede initiatieven die elders niet bekend zijn of in elk geval nog onvoldoende overgenomen worden. Er is relatief veel aandacht voor ingrijpen door politie en justitie, maar weinig voor preventie. In andere landen bestaan allerlei goede initiatieven ter voorkoming en bestrijding van vrouwenmishandeling die in ons land navolging verdienen. Inde jaren zeventig zijn er steeds meer opvangplaatsen gekomen. Maar de behoefte aan opvangplaatsen blijft het aanbod overtreffen. Vorig jaar meldden bijna 23.000 vrouwen en hun kinderen zich bij een opvanghuis. Ruim 10.000 werden toegelaten; bijna 13.000 werd de deur gewezen wegens plaatsgebrek. Dat is onaanvaardbaar.

Het ontbreekt al met al aan een landelijk samenhangend en ambitieus actieplan voor bestrijding van vrouwenmishandeling. GroenLinks komt daarom met een dergelijk plan. We bepleiten daarin drie soorten maatregelen: preventie, hulpverlening en ingrijpen door politie en justitie. Voor deze maatregelen trekt GroenLinks € 25 miljoen per jaar uit.


hspace=0 actieplan tegen vrouwenmishandeling


Preventie

1.      Grote landelijke campagne tegen vrouwenmishandeling.

Een brede campagne gericht op de hele (vooral mannelijke) bevolking, en daarnaast deelcampagnes gericht op verschillende leeftijdsgroepen en etnische groepen. De campagne die zich op Turken richt, moet bijvoorbeeld aansluiten op initiatieven van het Inspraak Orgaan Turken en de Stichting Kezban om ‘traditioneel geweld’ in eigen kring ter discussie te stellen. De op Marokkanen gerichte campagne moet aansluiten op de initiatieven van de Marokkanse Vrouwenvereniging en Het Spiegelhuis.

2.      Doorbreking van seksestereotiepe opvattingen en gedrag

Daders van vrouwenmishandeling verschillen sterk in inkomen, opleiding, geloof en etnische achtergrond. Maar zij delen normen en waarden die de ongelijkheid van mannen en vrouwen benadrukken, zo blijkt uit onderzoek. Die normen en waarden blijken een belangrijke voedingsbodem voor vrouwenmishandeling. In veel gezinnen waarin vrouwenmishandeling voorkomt, worden ook traditionele sekserollen voorgeleefd. Daarom is het voor preventie van vrouwenmishandeling van groot belang om seksestereotiepe opvattingen en gedragingen te voorkomen, vooral bij nongens en mannen. Bijvoorbeeld via campagnes, publieke discussies en onderwijs.

3.      Bevordering van de economische zelfstandigheid van vrouwen.

Economische afhankelijkheid van vrouwen blijkt een belangrijke determinant van vrouwenmishandeling te zijn. Bevordering van de economische zelfstandigheid van vrouwen is daarom een belangrijk middel voor terugdringen van vrouwenmishandeling.

4.      Aandacht voor mishandeling in inburgeringscursussen

Verplichte deelname aan- en afronding van inburgeringcursussen is van groot belang voor migranten. In die cursus moet er onder meer aandacht zijn voor emancipatie, rechten van mannen en vrouwen, huiselijk geweld, opvanghuizen en telefonische hulpdiensten en de bevoegdheden van de politie. Mannen en vrouwen leren daar dat mishandeling in Nederland nooit is toegestaan, dat daders gestraft worden en dat daders en slachtoffers hulp kunnen krijgen. Voor vrouwen is verplichte inburgering bovendien van belang omdat het hun isolement doorbreekt. Daarmee is een uitweg uit mishandeling meer in zicht.

5.      Aandacht voor mishandeling als voorwaarde voor subsidies

Welzijnsorganisaties en zelforganisaties moeten actief aandacht besteden aan vrouwenrechten en huiselijk geweld om subsidie te kunnen krijgen. Dat kan bijvoorbeeld met voorlichting, discussieavonden en cursussen. Het is goed om daar organisaties bij te betrekken die zich daar al mee bezig houden, zoals de Federatie Opvang en het Clara Wichmann Instituut. Voor dit doel worden ook extra subsidies in het leven geroepen.

6.      Afschaffen van de afhankelijke verblijfsvergunning

De ‘introuwende partner’ bij gezinsvorming heeft een afhankelijke verblijfsvergunning. De afhankelijke verblijfsvergunning wordt te vaak als chantagemiddel gebruikt: ‘Je kunt toch niet bij me weg, dus ik kan met je doen wat ik wil…’ Afschaffing van de afhankelijke verblijfvergunning is daarom belangrijk voor de preventie van vrouwenmishandeling. Zo lang de onafhankelijke verblijfsvergunning nog niet geregeld is, moet mishandeling een zelfstandige grond voor een verblijfsvergunning worden. Nu hebben introuwende partners een afhankelijke verbijfsvergunning van drie jaar. Zij komen alleen voor een zelfstandige verblijfsvergunning in aanmerking wanneer zij mishandeld worden plus nog een andere dringende reden hebben voor een vervroegde verblijfsvergunning. Bijvoorbeeld kinderen in Nederland of het ontbreken van opvang in het land van herkomst (het zogenaamde ‘combinatiecriterium’).

GroenLinks wil de afhankelijke verblijfsvergunning afschaffen. Zo lang dat niet realiseerbaar is, moet het combinatiecriterium vervallen. De procedure voor verkrijging van de zelfstandige verblijfsvergunning moet aanzienlijk korter worden.

7.      Landelijk coördinatie- en informatiepunt voor geweld tegen vrouwen.

Deze uit het VN-Vrouwenverdrag voortvloeiende verplichting is Nederland tot op heden niet nagekomen. Het wordt hoog tijd dat dat wel gebeurt.

8. Jaarlijkse prijs

GroenLinks wil een jaarlijkse prijs uitreiken aan een organisatie of persoon die zich het meest heeft ingespannen om huiselijk geweld te voorkomen of bestrijden.


Hulpverlening aan slachtoffers en daders

1.      Uitbreiding van het aantal opvangplaatsen

Er moeten meer opvangplaatsen komen voor mishandelde vrouwen en kinderen. Door gebrek aan plaatsen moesten in 2001 bijna 13.000 vrouwen en kinderen die bij de vrouwenopvang aanklopten, weggestuurd worden. Die vrouwen komen daar alleen in uiterste wanhoop en als ze verder helemaal geen perspectief meer zien. Wegsturen is inhumaan. Uitbreiding van de opvang is dus noodzakelijk. De Federatie Opvang heeft berekend dat dit 7,5 miljoen euro moet kosten.

2.      Verbetering van het perspectief van vrouwen in de opvang

Scholing, werk, huisvesting en kinderopvang zijn erg belangrijk voor vrouwen.  Gebrek aan perspectief is een van de oorzaken van het draaideureffect: het verschijnsel dat mishandelde vrouwen bij herhaling teruggaan naar hun mishandelende man, dan weer naar de opvang etc. Extra geld is nodig om de opvanghuizen beter in staat te stellen om vrouwen naar een zelfstandig bestaan te begeleiden. Zoals begeleiding bij het vinden van huisvesting, scholing, werk, kinderopvang, en bij het zelfstandig wonen en het opvoeden van de kinderen. Dit gebeurt al wel een beetje in sommige opvanghuizen, maar door gebrek aan geld en menskracht komt het nog niet goed van de grond.

3.      Uitbreiding van inloophuizen en telefonische en ambulante hulpdiensten.

In bijvoorbeeld Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en enkele noordelijke steden zijn preventieprojecten gestart om vrouwen die mishandeld worden, eerder te bereiken. Zo kan verdere escalatie worden voorkomen. Onderdeel daarvan zijn advies-, meld- of steunpunten huiselijk geweld, die telefonische en ambulante hulp bieden. Meiden- en vrouweninloophuizen zijn ook van groot belang. Vrouwen kunnen daar met andere vrouwen in contact komen en hun problemen bespreken en praten over oplossingen.

4.      Betere training van hulpverleners

Hulpverleners moeten de symptomen van vrouwen- en kindermishandeling sneller herkennen. Dat geldt bijvoorbeeld voor telefonische hulpdiensten (waaronder EHBO’s, Buro’s Slachtofferhulp en huisartsenposten). Ervaringen in andere Europese landen met deze trainingen laten positieve effecten zien. Na het volgen van deze trainingen komt huiselijk geweld 10 tot 20 maal zo vaak ter sprake als voor de training.

5.      Onderzoek naar groepswonen

Er moet een onderzoek komen naar de woonwensen van mishandelde vrouwen. Hebben zij behoefte aan groepswoningen of woningen in de buurt van andere alleenstaande vrouwen met kinderen die een nieuw bestaan moeten opbouwen? De indruk bestaat dat daaraan behoefte is. Vrouwen die niet terugkeren naar hun mishandelende partner en een nieuw bestaan moeten opbouwen, verliezen daardoor  vaak ook hun sociale netwerk. Zonder zo’n netwerk is het bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk om als alleenstaande arbeid en zorg te combineren. Steun uit de omgeving voor bijvoorbeeld informele kinderopvang is cruciaal. Groepswonen of centraal wonen kan daarin voorzien. Als uit onderzoek blijkt dat er aan dergelijke nieuwe woonvormen behoefte is, moeten woningbouwcorporaties zulke mogelijkheden creëren, eventueel met steun van de overheid.

6.      Hulpverleningsprogramma’s voor mishandelende mannen

Het is erg belangrijk dat mishandelende mannen stoppen met mishandelen. In veel andere Europse landen, Canada en de VS zijn veel succesvolle programa’s ontwikkeld die overgenomen kunnen worden. Tussen de 50 en 80% van de deelnemers stopt door deze hulpverlening met mishandeling.  Deze programma’s zijn het meest succesvol wanneer deelname verplicht is, en de dader wordt aangesproken op seksestereotiepe opvattingen.


Ingrijpen door politie en justitie

1.        Uitbreiding meldrecht huiselijk geweld naar volwassenen.

Artsen en andere professionals, maar ook buren of familieleden, hebben het recht om vermoedens van kindermishandeling te melden bij een Advies en Meldpunt Kindermishandeling. Ook voor vermoedens van vrouwenmishandeling moet volgens GroenLinks een meldrecht komen. Slechts vijf procent van alle mishandelde vrouwen durft haar echtgenoot zelf aan te geven bij de politie. Huisartsen en andere hulpverleners maar ook kennissen en buren moeten geweld tegen vrouwen en kinderen achter de voordeur bij één centraal meldpunt kunnen melden.

2. Huiselijk geweld prioriteit voor politie en Openbaar Ministerie.

De politie en het Openbaar Ministerie moeten meer tijd en aandacht uittrekken voor de bestrijding van huiselijk geweld. Bij vermoedens van huiselijk geweld moet politie en justitie actiever kunnen handelen. De politie moet vrouwen die een aangifte willen intrekken, benaderen om de beweegredenen te doorgronden en andere hulp aan te bieden. Daartoe zou de politie elke melding of aangifte moeten registreren om de situatie in een gezin beter te kunnen volgen. In de situaties waarin vrouwen geen aangifte (willen) doen, kan de politie hulp aanbieden en grenzen stellen. Ook in echtscheidingsprocedures moeten rechters en hulpverleners alert zijn op vrouwenmishandeling. Bij het vaststellen van het omgangsrecht tussen mishandelende mannen en hun kinderen moeten de eventuele risico’s en gevolgen worden meegewogen.

3.      Herstel zedenpolitie.

De afdelingen van de Jeugd- en Zedenpolitie zijn bij de reorganisaties van de politie opgeheven of sterk ingekrompen. Voor de bestrijding van deze vormen van huiselijk geweld is het noodzakelijk dat de Jeugd- en Zedenpolitie weer een apart specialisme wordt binnen de politie. De bestaande afdelingen moeten worden versterkt en uitgebreid.

4.      Uithuisplaatsing van plegers van huiselijk geweld.

De plegers van huiselijk geweld moeten uit huis kunnen worden geplaatst. Dit om ervoor te zorgen dat het mishandelde gezin in de vertrouwde omgeving kan achterblijven en niet gedwongen is om naar een opvanghuis te gaan of te verhuizen. In sommige andere landen, zoals Oostenrijk, zijn daarmee goede ervaringen opgedaan. Het huidige kabinet is overigens in principe van plan deze mogelijkheid te creëren. Het gaat hier om zogenaamde BLIJF UIT MIJN HUIS - opvanghuizen. GroenLinks stelt voor hiermee in de  komende kabinetsperiode een wetenschappelijk begeleid experiment te starten.

5.      Voorlopige hechtenis van daders.

Het moet mogelijk worden de politie daders van huiselijk geweld direct in voorlopige hechtenis neemt. Op dit moment is dat wettelijk niet mogelijk. Daartoe zal mishandeling (artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht) moeten worden opgenomen in artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering.

6.      Verplichte hulp en training voor daders

Daders handelen vaak ook uit machteloosheid. Hulp en training kunnen dat bestrijden. Een succesvolle vorm van hulp is de zgn. Grip-training (Geweld in relaties interventie project). Daarmee kan het aantal recidieven tot helft worden teruggebracht. De rechter dient bij de berechting van huiselijk geweld gebruik te kunnen maken van de mogelijkheid om de Griptraining als bijzondere voorwaarde op te leggen bij een voorwaardelijke straf.


Deze tekst in PDF (om te downloaden)