dinsdag 23 juli 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Nr. 02
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  VARIA  >  BERICHTEN  >  2003
 >  FEBRUARI  >  NR. 02 

Betty de Hart in proefschrift: vreemdelingenrecht beter afstemmen op internationalisering

Vreemdelingenbeleid treft ook Nederlanders met buitenlandse partner

Bij gezinshereniging en gezinsvorming denkt men vaak aan Turken en Marokkanen die een buitenlandse partner naar Nederland laten overkomen. Toch gaat het in veertig procent van de gevallen om Nederlanders met een buitenlandse geliefde. Als gevolg van het re-strictieve vreemdelingenbeleid is het alles behalve vanzelfsprekend dat zij hun buitenlandse partner naar Nederland kunnen halen. De voorwaarden worden steeds strenger. Vooral Nederlandse vrouwen met een buitenlandse partner worden daardoor getroffen. Enerzijds als gevolg van regelgeving: hun keuzevrijheid wordt ingeperkt door het vreemdelingenrecht, anderzijds ook door de wijze waarop vreemdelingendiensten en de IND de regels uitvoeren. De relaties van de Nederlandse vrouwen worden vaker met wantrouwen beke-ken dan die van Nederlandse mannen. Het vreemdelingenrecht zou veel meer moeten uitgaan van aanvaarding van gemengde relaties als logisch gevolg van de internationalisering van de samenleving en het gegeven dat gemengde relaties deel uitmaken van meerdere nationale en transnationale verbanden.

Dit blijkt uit onderzoek waarop rechtssociologie Betty de Hart op 14 februari aan de KU Nijmegen promoveert. De Hart verdiepte zich in de vraag op welke manieren autochtone Nederlanders te maken krijgen met het vreemdelingenrecht. Het proefschrift geeft inzicht in de gevolgen van re-strictieve maatregelen in het vreemdelingenbeleid – zoals de voorgestelde verhoging van de in-komenseis bij gezinshereniging naar 130 %van het minimumloon – voor aanvragers. De studie is gebaseerd op dossieronderzoek bij vreemdelingendiensten en IND; observatieonderzoek bij vreemdelingendiensten en interviews met Nederlandse vrouwen en buitenlandse partners.

Inkomenseis vaak nadelig voor vrouwen


Hoewel het nationaliteitsrecht en vreemdelingenrecht sinds 1985 niet langer expliciet onder-scheid maken op basis van sekse, werken de regels nog altijd verschillend uit voor mannen en vrouwen. Een voorbeeld vormt de inkomenseis, een van de belangrijkste voorwaarden voor de verblijfsvergunning. De Nederlandse partner moet een inkomen hebben van tenminste de bijstandsnorm voor gezinnen, voor de duur van een jaar of langer. Nederlandse vrouwen hebben vanwege hun slechtere arbeidsmarktpositie meer moeite dan mannen om aan de inko-menseis te voldoen. Zij beroepen zich daarom noodgedwongen vaker op een van de uitzon-deringscategorieën.
Ambtenaren hebben daardoor de indruk dat Nederlandse vrouwen niet op normale wijze aan de voorwaarden voldoen, maar gebruik maken van ‘trucs’ (zoals het krijgen van een kind) om een recht te claimen dat ze anders op grond van de toelatingsregels niet zouden hebben.
Voor Nederlandse vrouwen betekent het dat belangrijke keuzes die zij in hun leven en relatie maken, op het gebied van carrière, arbeid, kinderen en zorg, vanwege het vreemdelingenrecht worden gediskwalificeerd. Verworvenheden van de moderne westerse samenleving worden door ambtenaren als verdacht gezien. Vrouwen worden door het vreemdelingenrecht ge-dwongen hun wensen op het gebied van arbeid, zorg en relatievorm naar beneden bij te stel-len. Zij werken in banen die zij niet willen, beneden hun opleidingsniveau . Zij trouwen, ook al geven ze de voorkeur aan andere samenlevingsvormen.

Onbezonnen vrouwen en goede lobbessen

Uitvoerders beschouwen gemengde relaties als verdacht. Ze worden gezien als afwijkend van normale sociale verhoudingen, waarin men trouwt binnen de eigen nationale en etnische groep. Uitvoerders beschouwen gemengde relaties vaak als schijnhuwelijken. De Nederland-se vrouw wordt getypeerd als een ‘onbezonnen vrouw’, de Nederlandse man als ‘goede lobbes’. Deze typering betreft met name relaties van Nederlandse vrouwen met een partner van niet-westerse nationaliteit.
In de uitvoeringspraktijk blijkt echter dat er absoluut geen sprake is van schijnhuwelijken in die mate die vaak wordt verondersteld. Integendeel, uitvoerders zijn na controle bijna steeds overtuigd dat er sprake is van ‘echte liefde’.
Het vreemdelingenrecht heeft belangrijke gevolgen voor de verhoudingen tussen man en vrouw. Zowel buitenlandse vrouwen als mannen zijn voor hun verblijf in Nederland de eerste drie jaar afhankelijk van hun Nederlandse partner. Beide partners ervaren de omkering van sekseverhoudingen en de machtspositie van de Nederlandse vrouw als problematisch. De vrouw heeft de meeste ‘hulpmiddelen’ in de relatie; zij fungeert als ‘poortwachter’ voor de buitenlandse man.

Bijstelling vreemdelingenbeleid

Kennismaking met het vreemdelingenrecht betekent voor de vrouwen een onverwachte ontmoe-ting met de Nederlandse staat. Rechten waarvan men denkt dat die in ons land voor eenieder gelden zoals het recht zelf de relatievorm te bepalen en het gezinsleven in Nederland te leven, zijn door hun keuze voor een buitenlandse partner onzeker geworden. De ondervraagde vrouwen zijn niet expliciet tegen een restrictief vreemdelingenbeleid, maar ze zijn wel voorstanders van een vergaande hervorming van het huidige beleid. Het vreemdelingenrecht zou veeleer moeten uitgaan van aanvaarding van gemengde relaties als logisch gevolg van de internationalisering van de samenleving en het gegeven dat gemengde relaties deel uitmaken van meerdere nationale en transnationale verbanden.

Betty de Hart (Alkmaar, 1964) publiceerde artikelen over gemengde relaties, nationaliteitsrecht en vreemdelingenrecht gepubliceerd. Daarnaast schreef zij over internationale kinderontvoering (NCB Utrecht 2002). Momenteel is zij werkzaam bij het Centrum voor Migratierecht van de KU Nijmegen.

‘Onbezonnen vrouwen. Gemengde relaties in het nationaliteitsrecht en vreemdelingenrecht’, Betty de Hart, promotie 14 februari 2003 aan de KU Nijmegen.


Persbericht Katholieke Universiteit Nijmegen, 31-1-2003