donderdag 19 september 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 nr. 01
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  VARIA  >  BERICHTEN  >  2002
 >  DECEMBER  >  NR. 01 

Annelies de Vries

In: LOVER 2002, nr 4, rubriek Schatten uit het archief

Pionierswerk op De Born

Van 1933 tot 1994 werkten vrouwen op cursuscentrum De Born aan hun eigen ontwikkeling en aan die van de maatschappij. Ze kwamen in eerste instantie uit de SDAP en de Partij van de Arbeid, maar vanaf de jaren zeventig ook uit andere kringen. Voor duizenden vrouwen heeft De Born veel betekend, zowel op privé- als werkterrein. Ruim 11 meters archief in het IIAV – vol cursusprogramma’s, bouwtekeningen en foto’s – getuigen daarvan.

Het Born-archief bevat een telegram uit 1932: Terrein gekocht. Ribbius Peletier. Dat terrein lag midden in de bossen van Bennekom en werd gekocht om er een eigen huis voor vrouwen te bouwen: De Born. Koper Liesbeth Ribbius Peletier was secretaresse van het bestuur van de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en tevens secretaresse van de vrouwenorganisatie ervan, de Bond van Sociaal Democratische Vrouwenclubs. Beide organisaties hadden de ontwikkeling van arbeiders hoog in het vaandel staan. De ontwikkeling van vrouwen was echter een ander verhaal. Vrouwen waren weliswaar belangrijk als steun voor mannen in de strijd, maar kwamen verder op de tweede plaats. Het waren vrouwen zelf die initiatieven ontwikkelden om hier verandering in te brengen. In 1905 was Mathilde Wibaut in Middelburg leesclubs voor arbeidersvrouwen gestart, waar boeken werden voorgelezen en besproken. Langzamerhand ontstonden er vrouwenclubs in het hele land. Samen met anderen breidde Liesbeth Ribbius Peletier dit werk uit en professionaliseerde het. Er werd discussiemateriaal voor de leesclubs ontwikkeld en er kwamen scholingscursussen voor leesclubleidsters. Vervolgens ontstond behoefte aan een eigen huis. Liesbeth Ribbius Peletier beschikte over eigen geld en daarvan liet ze De Born bouwen, zonder al te veel bemoeienis van de partij. Dat was maar goed ook, want in de partij was zoals gezegd weinig begrip voor het vrouwenwerk, zeker wanneer vrouwen ook nog eens enkele dagen van huis gingen. Een goede huisvrouw laat haar gezin niet in de steek, werd in het partijbestuur gezegd.

VOORBEELDHUIS

Bij de bouw van De Born werd gestreefd naar een goed evenwicht tussen gebouw en cursuswerk. Ook de inrichting, het bos en de tuin werden hierbij betrokken. De opdracht aan de architect was een huis te bouwen waar de vrouw uit een plattelandsplaatsje zich thuis voelt, maar ook voelt dat er meer is tussen hemel en aarde dan zij tot dan toe heeft ervaren. Tegelijk moest het een huis zijn om in te wonen, dat gemakkelijk schoon te houden en efficiënt in het gebruik was. Het huis was zeker in de beginjaren ook als voorbeeld voor de deelnemers bedoeld, met aandacht voor hygiëne en privacy in de slaapkamers en douches en efficiëntie in de huishouding, en met duurzame, fraaie meubelen. Ook na jaren gebruik vonden afgedankte Born-meubelen nog altijd gretige afnemers of konden ze zo terecht in het museum van eigentijdse meubelen. Vernieuwingen en uitbreidingen in latere jaren werden steeds in dezelfde geest uitgevoerd, waardoor De Born een fraaie en functionele ruimte voor vrouwen bleef.

Overigens hebben de geesten ook wel eens gebotst. Een nieuwe generatie cursusleidsters vond de originele Gispen-meubelen en de gave, vijftig jaar oude parketvloer te functioneel, en had behoefte aan kleden en kussens. Dat was even slikken voor de oudere generatie, maar de zitkussens zijn er gekomen, al was het in een zijvleugel van het gebouw.

Over hoe De Born eruit zag is in het archief veel te vinden. Wat echter ontbreekt zijn de verzuchtingen van vrouwen wanneer ze de hal binnenstapten: Wat heerlijk om hier weer te zijn! Ook biedt het archief weinig informatie over het nachtelijke leven in het gebouw met de vele slaapkamers. Werd er vroeger wel eens gespookt door baldadige huisvrouwen die voor het eerst een paar nachtjes van huis waren, in latere jaren was de tweede golf van de vrouwenbeweging ook tijdens de nachten actief, zeker toen er ook nog een lesbische golf overheen kwam. Sommigen krijgen nog steeds een smachtende blik in de ogen wanneer ze daaraan terugdenken: kamer 14, en oh, kamer 21!

Het werk op De Born is vanaf het begin vernieuwend geweest. Nu lijkt dat vreemd, maar in die tijd was lesgeven aan volwassenen een nieuw verschijnsel. Onderwijs was bestemd voor kinderen en studenten, niet voor grote mensen. Bruikbare methoden voor volwassenen bestonden nauwelijks en op De Born is op dit terrein echt pionierswerk verricht. De leesclubleidsters kregen pittige cursussen, waar ze leerden om ervoor te zorgen dat de deelneemsters aan de leesclubs actief gingen discussiëren en een eigen mening vormden. Dit alles werd vaak met behulp van rollenspellen geoefend. Naast de cursussen voor leesclubleidsters ontstond gaandeweg een breed aanbod van andersoortige cursussen, zoals kaderscholing voor vrouwen die een bestuursfunctie vervulden in de Bond, en weken voor werkende vrouwen en meisjes.

CO-COUNSELING

Net als elders in de samenleving kwam ook het werk op De Born eind jaren zestig in een stroomversnelling terecht, mede door gedachten over een leven lang leren – volwasseneneducatie begon ingeburgerd te raken – en door nieuw elan in de vrouwenbeweging. Er werden nieuwe methoden ingevoerd: ervaringsleren, kunstzinnige werkvormen, lichaamswerk, co-counseling. Daarnaast bleven de oude werkvormen ook gewoon op het programma staan: trainingen in spreken in het openbaar, vergaderen, besturen en samenwerken. Hele generaties vrouwen hebben zich op deze manier ontwikkeld en voorbereid op allerlei maatschappelijke en politieke functies. Van vrijwel alle cursussen zijn verslagen aanwezig in het archief, door de cursusleiding met bloed, zweet en tranen geproduceerd. Deze verslagen moesten altijd keurig zijn bijgewerkt, voor het geval de rijksinspecteur opeens op de stoep zou staan.

De eerste decennia kwamen de deelnemers voornamelijk uit de SDAP en de PvdA. Hoewel de sociaal-democratische grondslag van De Born behouden bleef, ontstond er op den duur een ware diversiteit aan deelnemersgroepen, elk met een programma op maat. Tamelijk geruisloos vonden allerlei vrouwenorganisaties hun weg naar De Born, zoals de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen en de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. Toen de actiegroep Man-Vrouw-Maatschappij naar De Born kwam, ging er een klein gejuich op, omdat hiermee de verbinding werd gelegd met de tweede golf in de vrouwenbeweging. De komst van lesbische vrouwen naar De Born had wat meer voeten in de aarde, maar na de aanvankelijke hapering kwam juist het lesbische werk tot grote bloei. We spreken nu over de jaren tachtig, toen alles kon en mocht op De Born, met slechts een kleine beperking na klachten van leveranciers: blote borsten mochten wel aan de achterkant van het huis, maar niet meer aan de voorkant!

Tot 1992 was De Born een zelfstandig, goed florerend vrouwencentrum. Daarna gingen de ontwikkelingen snel. Door subsidievoorwaarden van de rijksoverheid, nota bene met sterke sociaal-democratische signatuur, werd De Born gedwongen met andere instellingen te fuseren. De nieuw gevormde organisatie Travers vond het pand niet rendabel en vertrok in 1994 naar elders. Wat resteerde was het huis, dat er nu, zonder vrouwengroepen, verloren bij staat. Het bruisende leven van weleer blijft echter bewaard, deels in de harten van de vele oud-cursisten, deels in het archief.


Annelies de Vries was ooit cursusleidster op De Born en bestuurslid van Stichting De Born. Nu werkt zij bij de Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad als hoofd Collectieve Belangenbehartiging.

Dit artikel is met toestemming van auteur en redactie overgenomen uit LOVER, 2002, nr. 4.

 




Wilt u meer weten over De Born? Bij de afdeling Communicatie van het IIAV (pr@iiav.nl of 020-6650820) kunt u tegen portokosten (€ 1,88) het jubileumboek De Born: zestig jaar groei en verandering aanvragen (Wiky van Rijssel et al., 1993).