woensdag 8 april 2020 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Gelijk loon
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  ARCHIEF  >  TK-VERKIEZINGEN 2002
 >  STELLING VAN DE WEEK  >  GELIJK LOON 
Stelling van de week

GELIJK LOON

TIYE International, landelijke vereniging van zmv-vrouwen, Marina Ferrer Qindiagan:

Beloningssysteem opnemen in de cao, maakt belonen doorzichtig’

‘Tiye wil een oplossing voor gelijke beloning. De zmv-vrouwen in het bijzonder mogen niet gedupeerd worden. De multiculturele samenleving van vandaag vraagt daarom zijn eigen maatregelingen die gebaseerd is op diversiteitsbeleid. Tiye doet daarom de volgende aanbevelingen: 1. Gooi politieke correctheid en gebrek aan openheid overboord. 2. Maak de factoren discriminatie op de arbeidsmarkt en met name de ongelijke behandeling bespreekbaar. Het VN-Vrouwenverdag kan hierbij een instrument zijn. 3. Er moeten effectieve maatregelen zijn om institutionele mechanismen te bestrijden door bijvoorbeeld cultuuromslag in (arbeids)organisaties. Door het ontwikkelen van diversiteitbeleid vanuit een gender- en etniciteitsperpectief kunnen vooroordelen die aanwezig zijn aan de orde worden gesteld. 4. Neem 'gelijke beloning voor gelijkwaardig werk' als belangrijkste uitgangspunt. Een beloningssysteem dient daarom gebaseerd te zijn op een functiewaarderingssysteem, waarin deskundigheid en opleiding tot uitdrukking komen. Het doorlopen van de schalen moet gebaseerd zijn op relevante ervaring. Waarbij de ervaring in land van herkomst betrokken moet worden. 5. Koppel het beloningsysteem niet gekoppeld aan personen, maar aan een functiewaarderingssysteem. Mensen die dezelfde functie vervullen, moeten op dezelfde arbeidsvoorwaarden kunnen rekenen. Deze koppeling aan de functie voorkomt een ongezonde rivaliteit tussen collega-werknemers. 6. Neem een beloningsysteem op in de CAO, dat maakt het belonen doorzichtig, controleerbaar en open. Dit voorkomt bovendien willekeur bij werkgevers.’




PvdA, Tweede Kamerlid Jet Bussemaker:

‘Ongelijke beloning actief opsporen en bestraffen’

‘Twee jaar geleden heeft de PvdA de regering verzocht om ongelijke beloning tussen mannen en vrouwen (23 procent, waarvan 7 procent onverklaarbaar) aan te pakken. Daaruit blijkt al dat de PvdA allerminst vindt dat ongelijke beloning als onveranderlijk feit geaccepteerd moet worden. De regering heeft naar aanleiding van het PvdA-verzoek enkele initiatieven genomen, maar die zijn nog altijd te vrijblijvend. Zo is een checklist opgesteld voor sociale partners, maar de vraag is wie het initiatief zal nemen tot gebruik van dit instrument. Daarom is meer nodig. De Commissie Gelijke Behandeling moet bijvoorbeeld zelf onderzoek kunnen doen bij vermoedens van ongelijke beloning. Naar Engels voorbeeld moeten vrouwen van hun werkgever informatie moeten kunnen krijgen over salarissen van vergelijkbare mannelijke collega's. Vergelijking van functiewaardering moet niet alleen mogelijk zijn binnen beroepsgroepen, maar ook tussen beroepen; want waarom wordt het werk van een parkeerwachter in dergelijke systemen hoger gewaardeerd dan van leidster in de kinderopvang? Met name in sectoren waar veel vrouwen werken (zorg, onderwijs, kinderopvang) dient de functiewaardering kritisch onder de loep te worden genomen. Fiscale stimulansen in het nieuwe belastingstelsel dragen er aan bij dat de tweede persoon in het huishouden die gaat werken daaraan meer overhoudt. Maar behalve de armoedeval moet ook de `herintredersval' nog worden aangepakt. Als vrouwen zich dan ook nog een gezonde dosis egoïsme (of beter: rechtvaardigheid) toe-eigenen bij onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden komen we een heel eind.’



Stelling 6 mei 2002: Onverklaarbare beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen

Anno 2002 zijn er nog steeds beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen verdienen in de marktsector gemiddeld 23 procent meer dan vrouwen, bij de overheid is 15 procent. In het bedrijfsleven kan 7 procent van dat verschil niet worden verklaard aan de hand van persoons- of functiekenmerken. Bij de overheid is dat 4 procent. Er is bovendien ook een beloningsverschil tussen allochtonen en autochtonen: een allochtone vrouw verdient gemiddeld 17 procent minder dan autochtone vrouwen. De overheid vindt dat werkgevers en werknemers zelf iets aan deze zeurende kwestie moet doen? Of heeft de politiek toch een taak? Of moeten we er maar geen energie in steken omdat het een onoplosbaar probleem is?

Stelling: 'Dat mannen meer verdienen dan vrouwen is historisch zo gegroeid, en daaraan is niets meer te doen.'

Reacties van PvdA Tweede Kamerlid Jet Bussemaker, Leefbaar Nederland kandidaat-Kamerlid Dimp Nelemans, Marina Ferrer Qindiagan (TIYE International, landelijke vereniging van zmv-vrouwen) en Joop Hartog, arbeidseconoom verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.




Leefbaar Nederland, kandidaat-Kamerlid Dimp Nelemans voor district Tilburg op plek 4

‘Beloningsverschil is een strafbaar feit’

‘Als we de beloningsverschillen tussen werkende mannen en vrouwen onder de loep nemen, zijn er een aantal opvallende waarnemingen. Ten eerste mannen in voltijdbanen verdienen aanmerkelijk meer dan vrouwen met voltijdbanen. Onderzoek op dit punt in onderwijsinstellingen, overheidsdiensten en bancaire instituten leverde het bewijs dat dit fenomeen zich niet alleen in het bedrijfsleven voordoet. Een nog merkwaardiger feit is dat bij vrouwen in voltijdbanen en deeltijdbanen het uurloon nauwelijks verschilt, terwijl de uurlonen van mannen in voltijd aanmerkelijk hoger liggen dan bij mannen die in deeltijd werken. Dit laatste zou wel eens de belemmering voor mannen kunnen zijn om voor deeltijdwerk te kiezen. Het verschil in beloning bij het uitoefenen van dezelfde functie moet nadrukkelijk op de schop. Het is pure discriminatie. Politiek gezien ligt hier voor Leefbaar Nederland een duidelijke taak. Een belangrijk argument daarvoor is dat ongelijke behandeling strafbaar is. Daar waar mensen dezelfde inspanning verrichten met een zelfde resultaat moet het uurloon geen verschil maken. De spiraal van ongelijke behandeling die op dit punt maatschappelijk is gegroeid, moet worden doorbroken. Strafbare feiten als deze verdienen het om onder de aandacht te worden gebracht van de rechter. De bewijslast in deze zal vaak niet gemakkelijk zijn en de gedupeerde zal zich ook meermalen meer slachtoffer voelen dan eiser. Dat maakt deze kwestie gecompliceerd. Desalniettemin verdient de werknemer die constateert dat er sprake is/was van ongelijke beloning de maatschappelijke acceptatie en politieke steun. De politiek moet hiertoe een wettelijk kader scheppen dat de persoon in staat stelt om ook jaren nadat de onrechtmatigheid zich heeft voltrokken het tekort aan inkomen te vorderen.’




Joop Hartog, arbeidseconoom verbonden aan de Universiteit van Amsterdam:
‘Vrouwen dwingen betere beloning af’

‘Verhoudingen kunnen historisch gegroeid zijn, maar daarmee zijn ze nog niet voor de eeuwigheid vastgelegd. Ooit liepen Amerikaanse vrouwen rond met buttons waarop de tekst “sixty cents for every dollar!”: vrouwen verdienden gemiddeld maar 60% van wat mannen verdienden. Dat sloot, bitter genoeg, prachtig aan bij een Oud-Testamentische norm (Leviticus, 27:1-5). Maar die norm geldt al lang niet meer. Zuivere loondiscriminatie van vrouwen ten opzichte van mannen komt nauwelijks meer voor in Nederland, terwijl we vroeger aparte loonschalen voor mannen en vrouwen hadden. In dezelfde banen worden mannen en vrouwen gelijk betaald. Uit econometrisch onderzoek blijkt dat vrouwen hooguit vijf procent minder verdienen dan mannen met dezelfde opleiding, ervaring, etc.
Het echte verschil schuilt in de toegang tot de banen. Vooral doorstromen naar de top blijkt voor vrouwen nog steeds uiterst moeizaam. De mogelijke oorzaken daarvan zijn al uitvoerig op allerlei plaatsen naar voren gebracht: hardnekkige rolpatronen, knelpunten in de combinatie van werk en zorg. De rolpatronen kunnen er diep in zitten. Een recent experimenteel onderzoek laat zien dat wanneer in een bepaald competitief spel vrouwen tegen vrouwen spelen ze in absolute zin beter presteren dan wanneer ze tegen mannen spelen. Ik denk dat in die rolpatronen het grootste probleem zit. Maar vrouwen zullen dat zelf veranderen. Beleid kan de combinatie van zorg en werk faciliteren. Langere openstelling van winkels is een voorbeeld. Ik heb pas de inrichting van ”kindercampussen” bepleit: aanleg van complexen rondom de school waarin alle sport, ontspanning en opvang bijeen is gebracht, met “diensturen” gelijk aan de gangbare werktijden en een eigen vervoerdienst. Maar beleid is accommoderend, zelden initiërend.
Intuitief schat ik dat binnen tien jaar de maatschappij en de arbeidsmarkt er geheel anders bij liggen. Ambitieuze, goed opgeleide vrouwen dwingen dat gewoon af, ook al gaat dat gepaard met grote inspanningen. Waarom zou Nederland niet net zo vrouwvriendelijk kunnen worden als Denemarken?’