woensdag 12 december 2018 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Dossier Prostitutie
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  PROSTITUTIE  >  DOSSIER PROSTITUTIE 
Focus op

PROSTITUTIE

Binnenkort buigt de Tweede Kamer zich in meer algemene zin over de resultaten van de opheffing van het bordeelverbod. Zij krijgt allerlei rapporten op haar bord over de stand van zaken in de prostitutie. Naar aanleiding daarvan bekijkt zij of het beleid wellicht aan aanpassing toe is.

Vooruitlopend hierop zet emancipatie.nl de zaken op een rij in een dossier, samengesteld door Femke van Zeijl.

  1. Inleiding
  2. Voorgeschiedenis
  3. Actuele situatie
  4. Prostituees van buiten de Europese Unie
  5. Gedwongen prostitutie: kinderen en vrouwenhandel
  6. Andere landen
  7. Slotbeschouwing: enkele conclusies
  8. Andere websites 


1. Inleiding

Is prostitutie een vorm van slavernij? Of is het een vak dat je in alle vrijheid moet kunnen uitoefenen? Feministen staan met hun opvattingen onderling soms lijnrecht tegenover elkaar.

Enerzijds is er de feministische stroming die het fenomeen omschrijft als slavernij. Zij ziet prostitutie als een onacceptabele aantasting van de lichamelijke integriteit en een mensonterend verschijnsel. Iets dat moet worden afgeschaft. Een verbod, het op de bon slingeren van klanten en strenge controles zijn het devies.

De andere feministische visie op prostitutie is – in de tijdgeest die de jaren zeventig meebracht – pragmatischer. Zij ziet seks in ruil voor geld als een gegeven feit. Trouwens: als iemand vrijwillig in de seksbranche aan de slag wil, met welk recht kun je haar of hem dat dan verbieden? In plaats van het vak te criminaliseren en de mensen in de marges van de maatschappij te dringen, kun je beter zorgen dat de sekswerker een zo sterk mogelijke positie heeft. De emancipatie van de prostituee is in deze visie aandachtspunt nummer één.

De tweede stroming heeft het in Nederland uiteindelijk gewonnen: werkers in de seksbranche behoren dezelfde rechten te hebben als andere werkenden. Als zij niet meer illegaal hoeven te zijn, kunnen zij ook daadwerkelijk aanspraak maken op die rechten. Regulering zal de arbeidsomstandigheden van sekswerkers verbeteren en hun rechtspositie versterken.

Twee jaar geleden, op 1 oktober 2000, was het na twintig jaar gekissebis dan eindelijk zo ver: er kwam een eind aan het bordeelverbod. Het beroep van de sekswerker is uit het zwarte circuit gehaald. Seksbedrijven moeten sindsdien, om een legale status te krijgen, aan een hoop voorwaarden voldoen. En, zo luidde de waarschuwing: ze zullen met strenge controles te maken.

Maar wat is er eigenlijk terecht gekomen van alle mooie bedoelingen en voornemens bij de opheffing van het bordeelverbod ? In december 2001 publiceerde de SGBO (kenniscentrum van de Vereniging Nederlandse Gemeenten VNG) een eerste onderzoek : een inventarisatie van het gemeentelijk beleid, en de recente ontwikkelingen in de seksbranche.

Binnenkort buigt de Tweede Kamer zich in meer algemene zin over de resultaten van de opheffing van het bordeelverbod. Zij krijgt allerlei rapporten op haar bord over de stand van zaken in de prostitutie. Naar aanleiding daarvan bekijkt zij of het beleid wellicht aan aanpassing toe is.

Vooruitlopend hierop zet Emancipatie.nl de zaken op een rij.


2. Voorgeschiedenis van het bordeelverbod

Het bordeelverbod in Nederland is nog niet eens een eeuw oud als het weer in de prullenbak verdwijnt. Het stamt immers uit 1911. Vóór die tijd is de houding ten opzichte van prostitutie coulant tot pragmatisch. De middeleeuwers zien het fenomeen als een noodzakelijk kwaad. De heren zullen zich anders prompt aan nette vrouwen vergrijpen, zo vrezen ze. En de negentiende eeuwers zijn bang voor het geestelijk welzijn van het manvolk. Melancholie en een gebrekkige levenslust zijn het gevolg als de man seksueel niet aan zijn trekken komt, is de overtuiging.

Zo kent de prostitutiegeschiedenis een lange traditie van gedogen. De overheid laat sekswerkers lang in meer of mindere mate hun gang gaan.

Daar komt verandering in als eind negentiende eeuw het feminisme opkomt. De eerste feministische golf kenmerkt zich door een abolitionistische invalshoek: alle vormen van prostitutie uitbannen. Voorvechtster van dit standpunt is de Haagse Mariane van Hogendorp, presidente van de Nederlandsche Vrouwenbond tot Verhooging van het Zedelijk Bewustzijn. Deze club lobbyt vanaf 1884 intensief voor een wettelijk verbod op bordelen. Tel daarbij de gruwelverhalen over blanke slavinnen die de ronde doen, en het is niet meer dan logisch dat in 1911 de tijd rijp is voor zo'n bordeelverbod.

De veranderende seksuele moraal en de opkomst van de tweede golf feministen keren in de jaren zeventig van de twintigste eeuw het tij. Toch kost het nog twee decennia gepraat en discussie  met name door verzet uit confessionele hoek voor de kogel tijdens het (2e) Paarse Kabinet door de kerk gaat. Omdat het CDA niet meer in de regering zit, kan het komen tot een legalisering van de bordelen. In de woorden van toenmalig minister van Justitie Korthals: 'Wel uitbating, geen uitbuiting' .

Met de opheffing van het bordeelverbod, zo stelt het Ministerie van Justitie in een persbericht over de dan nog op handen zijnde wetswijziging, wil de politiek het volgende bereiken:

  1. beheersing en regulering van exploitatie van prostitutie
  2. verbetering van de bestrijding van exploitatie van onvrijwillige prostitutie
  3. bescherming van minderjarigen tegen sexueel misbruik
  4. verbetering van de positie van de prostitué(e)
  5. ontvlechten van prostitutie en criminele randverschijnselen
  6. terugdringen van prostitutie door illegale vreemdelingen 

Op dat moment, in 2000 dus, kent een derde van de Nederlands gemeenten een of andere vorm van prostitutie, met een groot aantal verschijningsvormen, geconcentreerd rond de grotere steden. In clubs, achter ramen, op straat.


3. Actuele situatie

In november 2000 is de verwachting dat het voor de prostituee in de gelegaliseerde clubs beter wordt. Eindelijk kan ze aanspraak maken op haar rechten. Onhygiënische toestanden, uitbaters die boetes heffen als je tien minuten te laat komt, gedwongen met een klant mee moeten gaan: die zaken zullen allemaal tot het verleden gaan behoren. Het arbeidsrecht, de Arbo-wet en de geregelde controles van de bordelen zullen de positie van sekswerkers ten goede komen.

Al deze voorspelde voordelen ten spijt: de afgelopen twee jaar zijn de Nederlandse sekswerkers uit het legale circuit vertrokken.

Wat ging er mis? Een hele hoop. Al één jaar na de legalisering van de bordelen komen op een congres van De Rode Draad in het rapport De lange mars en de vele struikelblokken talloze problemen naar voren. Bijvoorbeeld: overheidsinstanties als de belastingdienst en het (toenmalige) GAK hebben geen idee wat ze met de prostituees aanmoeten, en ze doen dus maar wat. Verzekeraars en banken vertikken het om sekswerkers als klant aan te nemen. Het openen van een zakelijke rekening is voor de prostituee een hels karwei, het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering vrijwel onmogelijk. Het lijkt wel of iedereen zich door de wetswijziging heeft laten overrompelen, en pas op 1 oktober 2000 is gaan nadenken wat te doen.

Tegenover de laksheid in het erkennen van de nieuwe rechten van prostituees staat de opmerkelijke daadkracht van de politie. Met name de eerste maanden na de opheffing van het bordeelverbod slaat zij geregeld toe met ware razzia's in bordeelgebieden, daarbij naar hartelust iedereen om paspoorten vragend en van alles noterend. Zowel voor klanten als voor de werkende vrouwen niet bepaald een pretje. 

Ander probleem is dat door de wetswijziging het prostitutiebeleid voor een groot deel op het bordje van de afzonderlijke gemeentes is gekomen. En die schrikken zich vaak een hoedje: in de gemeenteraad opeens over bordelen gepraat worden. Veel gemeenten richten zich sindsdien op beperking van het aantal seksclubs. Sommige gemeenten, met name die op de Veluwse bible-belt, zouden het liefst de prostitutie helemaal verbannen, maar ja, dat mag niet. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) vindt het maar niets. Zij heeft een maand voordat de politiek het nieuwe beleid gaat evualueren al aangekondigd dat zij de opheffing van het bordeelverbod maar lastig te handhaven is. Daar tegenover staan de exploitanten van de clubs. De Excellent Groep, een vereniging van seksclubs in Nederland, beschuldigt gemeentebesturen er juist van er alles aan te doen om het de branche zo moeilijk mogelijk te maken. Dat speelt alleen maar degenen in de kaart die het niet zo nauw nemen met de regels. En daardoor floreert het illegale circuit, zo meent de organisatie.


4. Prostituees van buiten de Europese Unie

Ze waren vaak al jarenlang in Nederland. Vrouwen uit bijvoorbeeld Latijns-Amerika of West-Afrika die hier de kost verdienden in de prostitutie. Ze mochten hier officieel niet zijn, maar werden naar ‘goed Nederlands gebruik’ gedoogd. Zij maakten het merendeel uit van de werkende vrouwen achter de ramen en in de seksclubs.

Dat veranderde na de opheffing van het bordeelverbod. Sindsdien zijn zij hier niet meer gewenst: vrouwen van buiten de Europese Unie zijn namelijk uitdrukkelijk uitgesloten uit de nieuwe, gelegaliseerde bordelen. De wetgever heeft met de opheffing van het bordeelverbod bepaald dat niet-EU-bewoners niet in Nederland in de prostitutie mogen werken.

Voor zo’n beetje alle beroepsgroepen geldt de Wet Arbeid Vreemdelingen. Als een werkgever kan aantonen binnen de EU geen gegadigden te kunnen vinden voor een baan, dan kan hij toestemming krijgen mensen van buiten de Europese Unie aan te stellen. Behalve als het om de sector prostitutie gaat. algemene maatregel van bestuur op de wet arbeid vreemdelingen - moet online te vinden zijn, ben nog op zoek

Al heel lang is ervoor gewaarschuwd dat door deze uitsluiting een grote groep buitenlandse vrouwen in de handen van vrouwenhandelaars zou belanden. Inmiddels erkennen ook de gemeenten dat sinds 1 oktober 2000 de prostitutie met name is gegroeid in het niet-gelegaliseerde circuit. De Groningse Vertrouwensvrouw Prostitutie stelt zelfs in haar eerste jaarverslag dat de handel in vrouwen in de provincie sindsdien is toegenomen. De opheffing van het bordeelverbod lijkt een van haar doelen voorbijgeschoten.

Eén groep buitenlandse vrouwen wist overigens hun uitsluiting uit het legale circuit aan te vechten. Na jarenlang procederen tot aan het Europese Hof van Justitie kregen prostituees uit Polen en Tsjechië gelijk. Zij mogen zich hier in principe als zelfstandig ondernemer vestigen. En dus ook werken in de gelegaliseerde bordelen. Europa heeft namelijk een afspraak met verschillende Oost-Europese landen die op termijn bij de EU hopen te komen. Bewoners uit die landen mogen zich als ondernemer vestigen in de Unie. En dat geldt voor sekswerk net zo goed als voor andere sectoren, zo bepaalt het Europese Hof in november 2001. Het heeft echter nogal wat voeten in de aarde om je als onderneemster in Nederland te vestigen. Dat zal een reden zijn dat tot nu toe nog maar weinig vrouwen uit deze contreien van deze mogelijkheid gebruikmaken


5. Gedwongen prostitutie: kinderen en vrouwenhandel

Prostitutie als zelf gekozen beroep is gelegaliseerd. Maar gedwongen prostitutie als kinderprostitutie en vrouwenhandel moet hard bestreden worden, daar is iedereen het over eens.

Eerste vraag: hoe omvangrijk is dit verschijnsel? Eind 2001 trok de kinderrechtenorganisatie Child Right aan de bel. Er zouden in Nederland minstens 15.000 kinderen in de prostitutie werken, vier keer zo veel als vijf jaar daarvoor. Politie en hulpverlening reageerden vol ongeloof op deze aantallen. Een eerder rapport(1998) van Transact en Child Right benadrukt dat het niet mogelijk is hier harde uitspraken te doen. Alleen al door het feit dat slachtoffers niet snel naar de politie stappen. Wel is duidelijk dat jonge vluchtelingen die zonder ouders hier terechtkomen (de zgn AMA's) een risicogroep vormen.

Ook bij vrouwenhandel is lastig hard te maken om hoe veel slachtoffers het gaat. Bovendien is de definitie een probleem. Het klassieke beeld van de arme buitenlandse vrouw die denkt in Nederland in een hotel te gaan werken of op een keurig kantoor, of denkt te trouwen met de aardige man die ze ontmoette, klopt lang niet altijd. Een aantal vrouwen weet heel goed dat zij in de prostitutie komen te werken. Hun probleem is veeleer dat, eenmaal hier aangekomen, zij geen enkele vrijheid meer blijken te hebben. Ze moeten vaak onmenselijk lange uren maken, krijgen bedreigingen te horen als ze ermee op willen houden en werken uiteindelijk evengoed onder dwang. Deze vrouwen zijn - ook volgens de wet - net zo goed slachtoffer van vrouwenhandel.

Van de twee miljoen mensen die wereldwijd worden verhandeld, komen 700.000 vrouwen en kinderen in de seksindustrie terecht. Dat is een schatting van het IOM, International Organisation for Migration. De criminalisering van de prostitutie maakt vrouwen in veel landen dubbel slachtoffer. Politieke aandacht voor gedwongen prostitutie was er al lang voor de opheffing van het bordeelverbod.. Maar wel bij vlagen. Vooral als er weer eens drammatische verhalen de media bereiken of onderzoeken uitkomen. Zoals na het NISSO-rapport (1998) over de aard en omvang van prostitutie onder minderjarige, vaak allochtone meisjes. De toenmalige minister van Justitie, Korthals, beloofde toen meer aandacht voor het verschijnsel, ook met strengere straffen voor exploitanten die zich met gedwongen prostiutie inlaten. Hij verwees toen ook naar de op hand zijnde opheffing van het bordeelverbod: dat zou de bestrijding van de uitwassen zoals gedwongen prostitutie een stuk makkelijker maken.

Het blijft echter te vaak bij woorden als het gaat over bestrijding van gedwongen prostitutie en vrouwenhandel, zo concludeert de Nationaal Rapporteur mensenhandel in haar eerste rapport (maart 2002). Bestrijding van mensenhandel moet, zo stelt zij onomwonden:  consequenter, daadkrachtiger en initiatiefrijker.

Iedere EU-lidstaat heeft zich verplicht een rapporteur mensenhandel aan te stellen. Deze heeft tot taak geregeld te berichten over aard en omvang van vrouwenhandel, en te beoordelen of het gevoerde beleid wel effect heeft. Hoewel de EU-ministers van justitie en emancipatie achter het idee stonden, is Nederland tot nu toe het enige land dat zo iemand aanstelde. Ook niet al te rap, overigens: in 2000 kan zij met haar werk beginnen. Haar eerste rapport verscheen maart 2002.


6. Andere landen

Hoe staat het eigenlijk in de landen om ons heen? Laten we vier Europese landen bekijken.

Het Zweedse beleid staat wel het meest lijnrecht tegenover het Nederlandse. Evenzeer vanuit feministische overwegingen stelde Zweden prostitutie op 1 januari 1999 strafbaar. Tenminste: de klant is sindsdien in overtreding als deze gebruik maakt van de diensten van een prostituee. Daarmee is het het enige land dat het betalen voor seks strafbaar stelt, en niet het geld ontvangen ervoor. Ook in dit geval is de wetswijziging overigens het resultaat van twee decennia discussie. Inmiddels denkt ook Denemarken over een dergelijke regelgeving.

De Scandinavische feministen mogen er blij mee zijn, sekswerkers zijn dat allerminst. De prostitutie is na de wetswijziging ondergronds gegaan. Via mobiele telefoons en ingewikkelde afspraken vinden de klanten nu de weg naar de prostituee. Maar veilig is het allerminst. Op een congres over sekswerk in Europa begin 2002 pleitten verschillende werkende vrouwen dan ook voor het afschaffen van de regelgeving.

Onze zuiderburen in België neigen eerder naar de Nederlandse benadering. Tenminste, er liggen een aantal wetsvoorstellen die richting legalisering gaan. Op dit moment is de exploitatie van prostitutie echter nog altijd verboden. Dit neemt niet weg dat bijvoorbeeld de rosse buurt in Antwerpen een groot centrum van prostitutie in Europa is. Een plek waar ook Nederlandse prostituees inmiddels hun heil zoeken. Sinds de opheffing van het bordeelverbod zien Belgische exploitanten tenminste geregeld Nederlandse sekswerkers opduiken. Vrouwenhandel is ook in België een groot probleem. Vandaar waarschijnlijk dat de meest actieve organisatie op het gebied van prostitutie, Payoke, er zich vooral bezighoudt met dat onderwerp.

Dubbele standaards vieren hoogtij in de Duitse prostitutie. Eind vorig jaar was in de kranten te lezen dat Duitsland de prostitutie had gelegaliseerd. Niets is echter minder waar. Prostitutie was nooit illegaal in het land, evenmin als in Nederland overigens. Maar bordeelhouders zijn nog steeds strafbaar, en sekswerk was voor de autoriteiten geen echte arbeid. In dat laatste is wel verandering gekomen. Onze oosterburen definiëren prostitutie nu ook als arbeid, waardoor prostituees in theorie toegang zouden hebben tot dezelfde sociale verzekeringen als werknemers in andere sectoren. Maar door een bepaling in het strafrecht is dit in de praktijk nauwelijks het geval. Prostitutie is voor de Duitsers namelijk nog altijd normal 'sittenwidrig', tegen de goede zeden. Bordeelhouders die een werkovereenkomst aangaan met een werkneemster, lopen daardoor het risico evengoed de wet te overtreden. Een hoop onduidelijkheid is het gevolg, en geen vrouw doet daadwerkelijk aanspraak op haar rechten. Daar tegenover staat dat verschillende grote steden met een groot gedoogd prostitutiegebied sinds een paar jaar behoorlijk repressief optreden, op zoek naar illegale vrouwen. Politierazzia's zijn in Hamburg en Frankfurt am Main tegenwoordig heel gebruikelijk. Ook daar staat een deel van de bordelen sindsdien leeg.

De Britse situatie is vergelijkbaar met die in België: prostitutie is niet verboden maar allerlei zaken eromheen wel. Dus zijn ook hier bordeelhouders strafbaar. Het interessante van Engeland is echter dat de beroepsgroep zich er stevig aan het organiseren is. Een verbond van sekswerkers, de International Union of Sexworkers, heeft zich dit jaar aangesloten bij de op drie na grootste vakbond van het land. Sekswerk is ook werk, vindt de vakbond. De IUSW, die zich tot doel stelt sekswerk uit de criminele sfeer te halen, heeft daarmee de discussie in het Verenigd Koninkrijk in één keer een stuk verder gebracht.


7 .Slotbeschouwing: enkele conclusies

Ging het de afgelopen twee jaar over prostitutie, dan ging het in feite over twee zaken. Ten eerste over de invallen van de politie in welk bordeelgebied dan ook. Ten tweede waren er de rare fratsen van gemeenten om zo min mogelijk sekswerk binnen de gemeentegrenzen te hoeven accepteren.

Het nieuwe prostitutiebeleid, zo concluderen deskundigen, wordt vooral geregeerd door angst. Dat het hoofddoel ooit was, om een betere maatschappeljike en juridische positie van de serkswerker te realiseren, is al lang uit het oog verloren.

Het enige gebied waarop vanaf het begin actief beleid is, is dat van de controle op illegale prostituees. Daardoor lijkt het erop dat wat ooit begon als een sociale maatregel, is verworden tot puur vreemdelingenbeleid. De razzia's in september 2002 op de Amsterdamse tippelzone, met als belangrijk doelwit Oost-Europese prostituees, zijn daarvan een voorbeeld. Een ramp voor de hulpverlening. De moeite die zij erin steekt vrouwen zo ver te krijgen om aangifte te doen - zij zijn niet zelden slachtoffer van vrouwenhandel - is zo voor niets geweest. Ook de belangenvereniging van prostituees De Rode Draad is verontwaardigd. Volgens haar zijn de Oost-Europese tippelaarsters ten onrechte als misdadiger opgepakt en uitgezet.

 Is er dan niets positiefs te melden? Gelukkig wel, er zijn wel degelijk vorderingen gemaakt. Zo gedraagt de politie zich inmiddels ten opzichte van de legale bordelen iets netter. Binnenvallen, ieders doopceel lichten en alles noteren is er bijna niet meer bij. Met de wet in de hand hebben exploitanten de politie ervan weten te overtuigen dat dit soort acties niet alleen contraproductief, maar ook onwettig is. Daarnaast lijken ook belastingdienst en het GAK inmiddels uit hun diepe slaap gewekt. Er zijn nu speciale folders voor sekswerkers. Maar er is nog steeds geen eenduidigheid over hun arbeidsrechtelijke positie.

Het meest bemoedigend is wel de oprichting van Vakwerk, de vakbond voor prostituees. Resultaat van de inspanningen van De Rode Draad, ondersteund door de FNV. Vakwerk is op 1 oktober 2002, de tweede verjaardag van de opheffing van het bordeelverbod, officieel gelanceerd. Maar ook al eerder, zomer 2002, doet zij al van zich spreken, met de eis tot loonsverhoging voor de sekswerker, een bericht dat de media gretig oppakken. Vakwerk vindt dat het kabinet, en met name het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, meer moet doen om de situatie in de prostitutie, en vooral de positie van de sekswerker te verbeteren.

Het woord is nu aan de politiek. Minister en Tweede Kamer buigen zich de komende tijd over de vraag hoe het ervoor staat in de branche. Zijn de aanvankelijke doelstellingen van de opheffing van het bordeelverbod bereikt? Heeft zij bijgedragen aan de emancipatie van de prostituee? Wat ging er mis en wat moet er beter of anders? Vragen die de politiek alleen goed kan beantwoorden als zij ook nadrukkelijk de positie van vrouwen van buiten de EU bij de evaluatie betrekt.


8. Andere websites

Nederland:

Buitenland:

  • Sexpert (Finland, ook in het engels)
  • Cabiria, Action de sante communautaire avec les personnes prostituées (Frankrijk)
  • Hydra (Duitsland, ook in het engels)
  • De Prostitutieraad  (België)

Internationaal:

Vrouwenhandel:

  • Stop-Traffic, internationale mailinglist over vrouwenhandel, met uitgebreide bibliografie en informatie
  • GAATW, Global Alliance Against Traffic in Women