donderdag 16 juli 2020 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Emancipatiebeleid 1998-2002
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  KABINETSFORMATIES  >  2002
 >  EMANCIPATIEBELE... 
KABINETSFORMATIE 2002

Emancipatiebeleid 1998-2002

Emancipatieparagraaf Regeeraccoord 1998

[.... ] 

2. Emancipatie 

Emancipatie is al lang veel meer dan het «inhalen van achterstanden van vrouwen». Het gaat om veranderingen in taakverdeling, waardering van taken en maatschappelijke posities van mannen en vrouwen in de meest brede zin. Emancipatie heeft betrekking op alle beleidsterreinen, hetgeen tot uitdrukking komt in het gehele regeerakkoord. Het kabinet zal – op basis van haar eerdere reactie – in de komende kabinetsperiode verder vormgeven aan de uitvoering van het VN-Vrouwenverdrag, op basis van de rapportage van de Commissie Groenman. 

In Nederland is de formele gelijkheid tussen mannen en vrouwen een heel eind gevorderd, maar de materiële gelijkheid laat nog te wensen over. De stijgende deelname van vrouwen aan het arbeidsproces wordt niet gecompenseerd door een evenredige deelname van mannen aan onbetaalde zorg. Hierdoor dreigt een zorgvacuüm te ontstaan. Voor de zorg voor kinderen bieden de voorgenomen uitbreiding van kinderopvang en buitenschoolse opvang een oplossing. Voor de «mantelzorg» voor bejaarde ouders en zieke familieleden is een goed wettelijk verlofsysteem nodig (zie hoofdstuk III). Voor het oplossen van knelpunten op het terrein van arbeid en zorg zal het kabinet mede gebruik maken van het recente advies van de Commissie Dagindeling. Het doel is dan ook te komen tot een evenwichtige balans tussen zorg, arbeid, sociale participatie en vrije tijd voor mannen en vrouwen. 

Het beleid zal erop gericht zijn stereotype beeldvorming over mannen en vrouwen, alsmede over etniciteit, binnen en buiten de overheid tegen te gaan en positieve beeldvorming te stimuleren. Het streven naar een grotere deelname van vrouwen aan (hogere functies in) het openbaar bestuur en het bedrijfsleven zal worden geïntensiveerd in samenwerking met Toplink, Opportunity in Bedrijf en sociale partners (doorbreken van het zgn. glazen plafond). Het nieuwe belastingstelsel biedt belangrijke impulsen voor groeiende economische zelfstandigheid van vrouwen. 

Bijzondere aandacht zal in het beleid worden besteed aan het bevorderen van draagvlak voor emancipatie onder de jonge generaties; gelijkwaardigheid tussen de seksen is voor hen vaak vanzelfsprekend, maar in de praktijk lopen zij vroeg of laat tegen de nodige (institutionele) belemmeringen op. 

Bijzondere aandacht is ook nodig voor de positie van allochtone meisjes. Zij worden vaak geconfronteerd met verschillende verwachtingspatronen. De rol van deze meisjes kan van grote betekenis zijn in de vormgeving van sociale cohesie in een multiculturele samenleving. 

Een coördinerende functie van een minister belast met emancipatiebeleid blijft noodzakelijk. Dat ontslaat de overige departementen niet van een eigen verantwoordelijkheid in deze. De rol van verschillende departementen in de uitvoering van beleid – gericht op integratie/mainstreaming van emancipatie – wordt gestimuleerd. Elk departement zal een actieplan opstellen met ten minste drie concrete taakstellingen op het terrein van uitvoering en beleidstoepassing die binnen de regeerperiode geëffectueerd zullen worden.


Taakopdracht Staatssecretaris Arbeid, Zorg en Emancipatie 1998-2002

(uit Kamerstukken II, 7.augustus 1998, nr.16618) 

De staatssecretaris is binnen de grenzen van het door de minister vastgestelde beleid,in het bijzonder belast met::

  • de combinatie arbeid en zorg (verlof, deeltijd, kinderopvang en gelijke behandeling)
  • emancipatie

Voor de kinderopvang geldt een eerste verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport .Toelichting: De kinderopvang behoort zowel tot het beleidsterrein van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als tot het beleidsterrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgele­genheid. Hieruit vloeit een gezamenlijke verantwoordelijkheid voort van de beide staatssecre­tarissen, die door de betrokken ministers meer in het bijzonder met deze aangelegenheid zijn belast, zij het ieder vanuit hun specifieke verantwoordelijkheid voor het onder hen ressorterende beleidsterrein. Deze gezamenlijke verantwoordelijkheid zal onder meer tot uitdrukking komen in een gezamenlijke ondertekening door deze staatssecretarissen van de wetgeving op het terrein van de kinderopvang.


Organisatie emancipatiebeleid: strategie en structuur gender mainstreaming

(uit: Brief van de Staatssecretaris van Sociale zaken en Werkgelegenheid dd. 26 juni 2001 Kamerstukken II, 2000-2001, 27 061, nr. 15).

Uitgangspunten

  • De politieke en ambtelijke verantwoordelijkheid voor de concrete invulling van gender mainstreaming ligt primair bij de departementen zelf. Een goede basisstructuur op departementaal en interdepartementaal niveau is noodzakelijk voor het succes van gender mainstreaming
  • De coördinerend bewindspersoon heeft een verbindende en ondersteunende rol in de organisatie van het intra- en interdepartementale proces van gendermainstreaming.  

Instrumenten

Departementale rapportages gender mainstreaming

a. een rapportage over hoe het departement heeft zeker gesteld dat de vijf algemene rand­voorwaarden voor gender mainstreaming worden vervuld en de organisatiestructuur die daarvoor is gekozen. Deze randvoorwaarden betreffen: commitment van de politieke en ambtelijke top, expliciet emancipatiebeleid met duidelijke doelstellingen, vastleggen van verantwoordelijkheden, beschikbaarheid van genderdeskundigheid, beschikbaarheid van middelen (formatie en budget) en instrumenten; 

b. concrete inhoudelijke doelstellingen voor gender mainstreaming en de resultaten die men tot nu toe behaald heeft;   

c. een verbeteragenda, waarin staat welke verbeteringen in het volgende jaar op de agenda staan;

d. een financiële paragraaf, waarin benodigd en benut budget en formatie staan gespecificeerd. De coördinerend bewindspersoon rapporteert hierover aam de Tweede Kamer – na bespreking in de Interdepartemen­tale Coordinatiecommissie Emancipatie (ICE) -, voor het eerst in het voorjaar van 2002 [1]

Versterking interdepartementale ondersteuningsstructuur 

De Interdepartementale Coordinatiecommisie emancipatie (ICE) die sinds 1977 een adviserende rol heeft, wordt versterkt met een stuurgroep, waar ook de coördinerend bewindspersoon aan deelneemt. Deze stuurgroep:

  • agendeert belangrijke departementsoverstijgende onderwerpen,- stelt zonodig projectgroepen in,
  • adviseert over beleidsonderwerpen waarop een emancipatie-effectrapportage van belang is,
  • evalueert de voortgang van het proces van gender mainstreaming binnen de departementen.

Instelling van een Visitatiecommissie gender mainstreaming:

 De coördinerend bewindspersoon Emancipatie.benoemt een visitatiecommissie Gender Mainstreaming, bestaande uit vijf leden (drie externe kernleden, onder wie de voorzitter, en twee wisselende leden uit DCE en ICE). Taak van de Visitatiecommissie is de voortgang van het departementaal proces van gender mainstreaming te controleren en te evalueren, en voorts om aanbevelingen aan de departementen te doen inzake verbeterpunten. De visitatiecommissie rapporteert direct aan het betrokken departement en aan de coördinerend bewindspersoon emancipatie.

Coördinatie Emancipatiebeleid

De coordinerend bewindspersoon informeert zich onder meer door rondgangsgesprekken met de vakministers over de opzet en verloop van gendermainstreaming op de departementen. Ook de directeur van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid (DCE) zal tweejaarlijks rondgangsgesprekken voeren met de portefeuillehouders en coördinatoren emancipatie van de departementen. 

De DCE heeft tot taak:

  • het ondersteunen van departementen bij het proces van gender mainstreaming met behulp van informatie en advies 
  • het ontwikkelen van innovatief beleid (ontwikkelingsfunctie) 
  • het (verder) ontwikkelen van instrumenten, zoals een vierjarige beleidskalender, «gender sensitive budgeting», een interdepartementaal kennisnetwerk, databanken (strategisch infor­matiesysteem, een expertisebank, overzicht van «good practices» en andere instrumenten, modules emancipatiedeskundigheid voor (reguliere) trainingen en (reguliere) cursussen. 

[1] Deze eerste rapportage aan de TK is 1 juni 2001 nog niet verschenen.