maandag 19 augustus 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Petra Meier
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  GENDERMAINSTREAMING  >  COMMENTAREN EN ...
 >  PETRA MEIER 
Petra Meier | Reactie op de tussenrapportages VCE (december 2005)
en de reacties van kabinet en vakministers (februari 2006)

Dit artikel maakt deel uit van een rubriek over gender mainstreaming in het beleid van de rijksoverheid.
Zie de openingspagina van deze rubriek.



Daar gaat ons rolmodel !
Belgische bedenkingen bij ‘Het moet echt beter'. Emancipatiebeleid en gender mainstreaming bij de rijksoverheid in 2005. Voorlopig beeld.’

 

 

 

door Petra Meier, vakgroep politieke wetenschappen
Vrije Universiteit Brussel

Het gras is altijd groener, zeker voor het perkje van het emancipatiebeleid
De Belgisch Nederlandse verhoudingen lopen niet steeds van een leien dakje. Maar er zijn een aantal punten waar zonder uitzondering met afgunst naar Nederland gekeken wordt. Het gras aan de andere kant is altijd groener, en dat geldt zeker voor het perkje van het emancipatiebeleid.
De Vlaamse overheid is in 1997 zelfs zover gegaan de naam van de emancipatie-effectrapportage over te nemen, ook al refereert die naar het Nederlandse emancipatiebeleid en niet naar het Vlaamse gelijke kansenbeleid. Want de term was toch zo ingeburgerd. De term wel, zuchtten vervolgens veel Vlaamse feministen, maar helaas niet het gedachtegoed dat erachter zit. Dat ongelijkheid iets te maken heeft met machtsverhoudingen, zowel op een individueel als op een structureel niveau, bijvoorbeeld.

Een evaluatiecommissie!
‘Het moet echt beter’ werd in België met grote ogen onthaald. Van de resultaten werd niet opgekeken: dit soort verhalen kennen we. Wel van het feit dat een evaluatiecommissie op zich meerdere jaren krijgt om gender mainstreaming en de evolutie van het emancipatiebeleid te evalueren! In België hebben projecten rond gelijkheid vaak een looptijd van niet meer dan een jaar. Voor het ontstaan van de Vlaamse variant van een emancipatie-effectrapportage waren negen maanden voorzien. Voor de ontwikkeling van een gids die voor alle federale Ministeries een leidraad moet bieden van hoe zij gender mainstreaming als nobel principe naar de praktijk vertalen voorzag het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen vier maanden. Omgerekend is dit nog geen week per Ministeriële bevoegdheid.
Dat een evaluatieopdracht zoals die van de Visitatiecommissie Emancipatie een aantal jaren bestrijkt bevestigt dan ook de opvatting dat in Nederland alles beter is. Maar is dat ook zo? Waar staat België dan op het vlak van gender mainstreaming?

België : in 1996 een begin, met een indirecte stimulans
Een eerste formele stap richting gender mainstreaming werd in België ondernomen in 1996. Het parlement keurde toen een wet goed, strekkende tot controle op de toepassing van de resoluties van de Wereldvrouwenconferentie te Peking (wet van 6 maart 1996). Die wet gebiedt een jaarlijkse rapportering van de regering aan het parlement over de vorderingen die gemaakt worden in de toepassing van de resoluties van het Actieplatform van Peking. Deze rapportering zet de federale overheid in principe aan tot een gender mainstreamingbeleid gezien de resoluties uiteenlopende beleidsterreinen beslaan. Het gaat hier echter enkel om een indirecte stimulans tot gender mainstreaming. De overheid is verplicht tot het rapporteren over vooruitgang die ze boekt, niet om effectief vooruitgang te boeken.

Andere overheden in België: 1997 en 2002
Bij de andere overheden is een soortgelijke aanzet tot gender mainstreaming vast te stellen. De Vlaamse overheid heeft in 1997 een decreet aangenomen houdende de opvolging van de resoluties van de Wereldvrouwenconferentie Peking. De Waalse regering en die van de Franse Gemeenschap volgden in 2002.
Terwijl het Vlaamse decreet het houdt op een voortgangsnota die een evaluatie inhoudt van de genomen maatregelen, zijn de andere decreten iets uitvoeriger. Zo moet elke minister van de Waalse regering informatie verstrekken over de strategische doelstellingen van zijn of haar departement inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen, over de daarvoor uitgetrokken financiële middelen, over de uitvoering van de doelstelling en de evaluatie ervan, evenals over de contactpersoon die op het kabinet of in het departement belast is met deze materie. Ministers van de Franse Gemeenschapsregering worden tevens expliciet gevraagd de moeilijkheden die ze ondervonden in de verwezenlijking van hun doelstellingen en de vooruitzichten om deze te verhelpen op te nemen in hun rapportering.
Deze verschillende eisen, die aan de rapportering worden gesteld, leiden daarom nog niet tot meer of minder gender mainstreaming in de praktijk. Ook hier is er enkel een verbintenis wat de verslaggeving betreft, en niet inzake de eigenlijke realisaties op het terrein.

Emancipatie-effectrapportage, of gendergevoelig budgetteren?
De laatste jaren is herhaaldelijk geopperd, dat de verslaggeving over de opvolging van de resoluties van het Actieplatform van Peking niet volstaat, en dat er nood is aan een emancipatie-effectrapportage en/of een instrument om gendergevoelig te kunnen budgetteren. In dit kader werd er steeds weer op gewezen dat gendergevoelig budgetteren bijvoorbeeld één van de voorwaarden is voor het ontvangen van middelen via de Belgische ontwikkelingssamenwerking, terwijl dit niet gebeurt door de Belgische overheden zelf.

Nieuw voorontwerp .....
De regering heeft steeds de lijn gevolgd om de wet van 1996 met betrekking tot de opvolging van de resoluties uit het Actieplatform van Peking te amenderen. Recent keurde de Ministerraad een voorontwerp van wet goed die dit tot doel had. Het voorontwerp:

  •  voorziet in een duidelijke identificatie van de overheidskredieten die bedoeld zijn voor de bevordering van gelijkheid m/v en een ‘gendertoets’ voor elke nieuwe beleidsmaatregel.
  • Daarnaast moet de genderdimensie beter verankerd worden in de federale beleidslijnen. De federale regering zou bij het begin van de legislatuur een aantal strategische doelstellingen vastleggen met betrekking tot het bevorderen van gelijkheid m/v.
  • Het voorontwerp voorziet tevens in de opvolging en evaluatie van deze acties. De eigenlijke jaarlijkse verslaggeving over de opvolging van de resoluties van het Actieplatform van Peking zou teruggebracht worden tot een tweejaarlijkse evaluatie.

.... vanwege een eerder - mislukt - pilootproject 
Het idee om bij de start van de legislatuur een aantal strategische doelstellingen omtrent gelijkheid vast te leggen vloeit voort uit een pilootproject van een aantal jaren geleden dat tot op vandaag een van de meest concrete Belgische pogingen geweest is om ‘aan gender mainstreaming te doen’. Eind 2000 besloot de Ministerraad dat elke Minister een strategische doelstelling met betrekking tot de gelijkheid m/v zou formuleren. Voor alle 20 toenmalige beleidsdomeinen werd minstens één strategische doelstelling bepaald. Deze werd vervolgens vertaald naar subdoelstellingen, ook werd voor de uitevoering een actieplan enz. opgesteld.
Het project had een initiële looptijd van één jaar. Deze werd verdubbeld omdat de strategische doelstellingen na het eerste jaar verre van gerealiseerd waren. Ondanks het verdubbelen van de initieel voorziene tijdsspanne werd een groot aantal doelstellingen tóch niet gerealiseerd. De meeste initiatieven bleven hangen op het punt waar acties concreet uitgevoerd moesten worden.
De bevindingen uit de evaluatie zijn voor een deel gelijk aan diegene die we in ‘Het moet echt beter’ aantreffen Vandaar ook dat men in België niet wakker ligt van ‘Het moet echt beter’!

Voordeel nieuwe voorontwerp: focus op resultaten
Het voordeel van het nieuwe voorontwerp van wet is dat het een dwingender karakter zou kunnen hebben dan de engagementen die de Ministerraad in 2000 aanging. Bovendien zou het bepalen van strategische doelstellingen een meer resultaatsgericht perspectief bieden dan de eerdere wet strekkende tot de opvolging van de resoluties van het Actieplatform van Peking.
Veel van de slagkracht van de nieuwe initiatieven hangt echter af van de definitieve vorm die zij zullen aannemen in de uiteindelijke wet. Zoals het er nu uitziet zou de gendertoets van de begroting bijvoorbeeld ná de stemming van de begroting plaatsvinden, en niet een voorwaarde zijn voor de goedkeuring ervan.
We kunnen dus vaststellen dat België in dit opzicht zijn Nederlands rolmodel inmiddels voorbij steekt! In Nederland blijft de teneur dat elk departement zelf verantwoordelijk is. Dat leidt niet altijd tot resultaten, zoals ook Mineke Bosch onderstreept.

Politiek commitment is van centraal belang
Het feit dat er een voorontwerp van wet werd goedgekeurd op de Ministerraad is op zich echter al een belangrijke stap. Initiatieven die aan de maatschappelijke sekseverhoudingen sleutelen hebben het meeste kans op slagen wanneer zij uitgaan van de Ministerraad. Dat hebben bijvoorbeeld de verschillende quotawetten bewezen.
De Ministerraad biedt uitzicht op de nodige politieke steun van de meerderheid. De uiteindelijke wet zal echter moeten uitwijzen tot waar die steun gaat.

Zie ook:  ‘Eindrapport en evaluatie van de door de federale regering ingerichte cel gender mainstreaming’