woensdag 19 juni 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Mieke Verloo
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  GENDERMAINSTREAMING  >  COMMENTAREN EN ...
 >  MIEKE VERLOO 
Mieke Verloo | Reactie op de tussenrapportages VCE (december 2005)
en de reacties van kabinet en vakministers (februari 2006)

Dit artikel maakt deel uit van een rubriek over gender mainstreaming in het beleid van de rijksoverheid.
Zie de openingspagina van deze rubriek.



GIDSLAND VOL ZWAKHEDEN : DE NEDERLANDSE EMANCIPATIEPARADOX

 

door Mieke Verloo,
Politicologie en Instituut voor genderstudies Nijmegen
Non-residential fellow Institute for Human Sciences, Wenen

 

Criteria voor ‘goed emancipatiebeleid’
Nederland staat internationaal bekend als pionier op het gebied van emancipatiebeleid. Toch is binnen Nederland van oudsher vooral kritiek te horen. Hoe zit dat? Doet Nederland het nu goed of niet? Wat is eigenlijk goed emancipatiebeleid?
Goed emancipatiebeleid moet zorgen voor een maatschappij waarin ongelijke machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen niet meer voorkomen.
Dát is het uiteindelijke doel. Dáár moet dit beleid op worden afgerekend. Moeilijk, maar niet volslagen utopisch.
Kijk naar de excellente serie 'Emancipatiemonitor'. De monitors laten telkens overtuigend zien, dat er nog grote emancipatieproblemen zijn, zoals gelijk loon, economische zelfstandigheid van vrouwen, seksueel geweld, glazen plafond. Maar ook brengen ze in kaart waar vooruitgang is geboekt, bijvoorbeeld in de deelname van vrouwen aan politiek en arbeidsmarkt of deelname van mannen aan zorgactiviteiten - al is dat op zeer bescheiden schaal -.
Een wat bescheidener serie criteria kijkt meer op het niveau van het beleid zelf. Er moet ‘speciaal beleid’ zijn, om aan de ergste uitwassen van onze nog steeds ongeëmancipeerde samenleving iets te doen. En al het zogenaamde ‘gewone’ beleid moet niet nog eens de ongelijke machtsverhoudingen reproduceren. En eigenlijk moet al het beleid - zover als relevant - een bijdrage leveren aan een meer geëmancipeerde samenleving. Zorgen dat dat laatste gebeurt, is gender mainstreaming.

Nederland met beide voeten op de grond
De Visitatiecommissie Emancipatie is speciaal ingesteld om de kwaliteit van gender mainstreaming bij alle Nederlandse ministeries te toetsen. Haar Tussenrapportages (december 2005) zetten gidsland Nederland met beide voeten op de grond. De titel spreekt boekdelen: ‘Dat moet echt beter’, vindt de commissie.
Er is zeer weinig activiteit. Er is veel te weinig expertise. Er wordt zo goed als geen gebruik gemaakt van externe expertise. Het gebrek aan kennis over gender mainstreaming is verbijsterend. Departementen verschuilen zich overduidelijk achter onkunde.
Een typisch voorbeeld: departementen doen alsof decentralisatie hetzelfde is als gender mainstreaming. Nee dus. Ieder handboek beleidswetenschap stelt dat beleid toetsbaar moet zijn. Bewust de verantwoordelijkheid voor beleid afschuiven onder het motto : ‘anderen zijn nu verantwoordelijk‘, zónder concrete afspraken, zónder meegeven van middelen of expertise, zonder geplande controle, is eigenlijk regelrechte obstructie.
Wat in eerdere jaren was ontwikkeld, is nu weggespoeld. Sinds 2002 lijkt emancipatiebeleid te zijn verdwenen, en de moeizaam opgebouwde infrastructuur afgebroken. Er is nauwelijks besef van de bestaande internationale verplichtingen, bijvoorbeeld in het kader van de VN.
Is dit de arrogantie van een land dat meent alle andere landen ver vooruit te zijn : wij zíjn al geëmancipeerd? Lees en huiver.

Onafhankelijke Visitatiecommissie is uniek in de wereld....
Paradoxaal gezien bevestigt het rapport tegelijkertijd dat Nederland gidsland is. Vanuit Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk zijn mij de eerste bewonderende reacties al ter ore gekomen. De Visitatiecommissie is internationaal gezien een uniek fenomeen! Het valt te voorzien dat Nederland alleen al omwille van het bestaan van deze commissie, en door de hoge kwaliteit van haar werk, weer ferm als emancipatiegidsland te boek komt te staan.
Wat is er zo bijzonder aan deze commissie? Allereerst dat de commissie onafhankelijk is. Het Beijing + 10 rapport van de Europese Unie- waaraan ik met Sylvia Walby een bijdrage heb geleverd - concludeert dat er bijna nergens onafhankelijke evaluaties plaats vinden.

.... en de VCE heeft een uitstekende prestatie geleverd van hoge strategische kwaliteit
Bovendien heeft de VCE een uitzonderlijke prestatie geleverd in termen van helderheid van opzet, uitvoering en presentatie van resultaten. De gekozen opzet was van zeer hoge strategische kwaliteit. De VCE heeft niet alleen een studie gemaakt van de beleidsteksten en wetten van departementen en van andere activiteiten die ministeries hebben ondernomen, maar heeft gekozen voor een vorm van actieonderzoek: een combinatie van gesprekken met ministers, zelfstudies en workshops met ambtenaren en externe deskundigen.
Deze ‘zachte’ vorm van werken deed me denken aan de Open Method of Coordination die op het niveau van de Europese Unie steeds meer ingang vindt. Deze opzet werkt als een tweesnijdend zwaard: tegelijk met het verzamelen van informatie door de commissie wordt informatie aan departementen toegespeeld.
Het strategisch slimme aan deze constructie is dat defensief gedrag op deze wijze enigszins wordt tegen gegaan: er wordt immers ook hulp geboden. Het blijkt ook dat deze werkwijze in een aantal gevallen direct concreet iets heeft opgeleverd. Sommige ministeries zijn weer zeer bescheiden aan de slag gegaan.

Definities van gender en emancipatie ontbreken
Een van de zwakkere punten is dat de analyse van de VCE op enkele punten impliciet blijft, zoals in het gebruik van het begrip ‘gender’. Dit begrip wordt in de rapporten niet gedefinieerd. Is dit een bewuste keuze, om discussie daarover te vermijden?
Ook ‘emancipatie’ wordt niet gedefinieerd. Het is dus óók niet mogelijk om te concluderen hoe de departementen ‘emancipatie’ of ‘gender’ definiëren, én welke politieke invulling zij daaraan geven.

  • Moeten we ruimte maken voor iets wat vrouwen eigen is en waar de maatschappij nu te weinig rekening mee houdt?
  • Is de maatschappij eigenlijk OK, maar moet alleen de deelname van vrouwen omhoog? Of:
  • Moet alles anders, en zouden we moeten zien dat ook mánnen een ander leven kunnen leiden, niet slechts door ook vader te zijn, maar veel breder.

Nu er geen formele definitie meer is van het emancipatieprobleem is, het gebrek aan articulatie in het rapport van de visitatiecommissie een gemiste kans.

VCE past diepere analyses niet consequent toe
De visitatiecommissie zelf lijkt te putten uit een diepere analyse van gender van waaruit kritiek gegeven wordt en ideeën worden aangeleverd. Zo uit ze kritiek op de grondslagen van de modellen van het Centraal Planbureau (CPB). Deze gaan tot nu toe uit van genderneutrale individuen, en leveren daarom alleen koopkrachtplaatjes op van ‘huishoudens’. Daarmee verdwijnt ieder zicht op de zeer verschillende financiële autonomie en koopkracht van mannen en vrouwen. De VCE adviseert – terecht - de CPB-modellen aan te passen.
Toch legt ook de VCE het accent soms te zeer op vrouwen en hún problemen. Zo wijst ze Economische Zaken er op dat verbetering van de infrastructuur voor werken en zorgen het ondernemerschap voor vrouwen aantrekkelijker zal maken. Maar ze vergeet te vermelden dat óók de categorie geëmancipeerde mannen hiervan zal profiteren, en met beide óók de hele Nederlandse economie!

Ministeries: vooral passief, niet proactief
De rapporten hebben veel aandacht voor het gebrek aan duurzaamheid van de schaarse initiatieven gender mainstreaming. Ministeries werken vaak vooral met pilots, zetten geld in uit vooral incidentele bronnen. Ze hebben brede aversie tegen verplichtingen.
Ze interpreteren gender mainstreaming daarmee eerder passief, als het garanderen dat seksisme in beleid vermeden wordt, en veel minder proactief, als het duurzaam zorgen dat al het beleid in positieve zin bijdraagt tot emancipatie.

Twee extra ‘eigen conclusies’
Op basis van de rapporten over de ministeries, trek ik zelf een paar extra conclusies.

1.  verbreding naar diversiteitsbeleid werkt desastreus uit
De recente verbreding van emancipatiebeleid naar diversiteitbeleid - hoezeer lovenswaardig ook – werkt desastreus uit voor emancipatie. Die verschuiving is immers gepaard gegaan met een absoluut gebrek aan reflectie op vragen als: wat verandert dat precies? Wat is het probleem dat diversiteitbeleid hoort op te lossen? En: wie moet dat dan doen, met welke middelen? In andere landen woeden hevige discussies welke veranderingen in infrastructuur nodig zijn in de verbreding naar ‘gender, race and disability’. Maar in Nederland is er een stilte gevallen. De bestaande infrastructuur is gewoon afgeschaft, zonder dat iets nieuws werd geschapen. Diversiteitsbeleid lijkt vooral opnieuw te verleiden tot doelgroepenbeleid en achterstandsdenken:  twee oude valkuilen waar gender mainstreaming nu juist voor zou moeten behoeden. Ook is in diversiteitbeleid het uitgangspunt weer ferm dat de problemen zich alléén in de samenleving bevinden, bij voorkeur bij minderheidsgroepen zelf. De overheid is géénszins onderdeel van enig probleem (of het moeten oude ‘foute’ kabinetten zijn geweest). De overheid wijst alleen met het prekende vingertje naar burgers die verantwoordelijk zijn voor hun eigen achterstand of voor discriminatie. Etnocentrisme van de overheid zelf? Ondenkbaar!

2. Te veel technocratie, te weinig vrouwenbeweging
Mijn tweede conclusie: het Nederlandse gender mainstreamingbeleid is erg technocratisch. Er zijn zo goed als geen verwijzigingen naar de vrouwenbeweging, of naar vrouwenorganisaties.
Dit betekent allereerst dat noch feministische noch vrouwenorganisaties een rol van betekenis spelen in gender mainstreaming in Nederland. De Visitatiecommissie wijst daar niet expliciet op. Vindt zij dit dus geen enkel probleem? Ook in de reacties van de ministers speelt dit geen rol. Waarom niet?
Ongeacht of deze afwezigheid te wijten is aan de zwakte van de Nederlandse beweging, of aan het gebrek aan politieke ruimte om hen een stem te geven, lijkt het me een knelpunt in gender mainstreaming!

Reacties kabinet en vakministers: overtuigd van hun eigen gelijk
Veel aanbevelingen van de commissie getuigen van een behoorlijke dosis gezond verstand, zoals de aanbevelingen tegen geheugenverlies: “Je hebt al eerder een prima studie uitbesteed, doe dan nu ook iets met de conclusies ervan!” (Economische Zaken). Of het pragmatische:  “Haal expertise van buiten als je die niet zelf hebt”.
Het is daarom des te schrijnender om de reacties van de onderscheiden ministers te lezen. De meerderheid blijft unverfroren overtuigd van het eigen gelijk: hun beleid is prima. Ze hebben toch een project ‘meer vrouwen bij de brandweer’?! En verder zijn ze toch altijd genderneutraal bezig?
VWS probeert ermee weg te komen dat ze al ‘gender mainstreaming doen’, zonder enig bewijs! Een absolute aanfluiting.
Een enkeling (Justitie / Vreemdelingenzaken en Integratie) wijst de commissie erop dat ze niet hoort te mopperen. Wat het departement doet, is het resultaat van democratische beslissingen! Maar dat is natuurlijk een gotspe: beleid kán en móet toch ook afgerekend worden op de eigen kwaliteit, en op de mate waarin het recht doet aan internationale verplichtingen!
Financiën maakt het nog bonter, en lijkt te suggereren dat de politiek wel zal uitmaken of naar gender gekeken moet worden.
De meeste reacties maken een defensieve en onvolwassen indruk. Je laat geen serieuze commissie aan het werk gaan om je er vervolgens met een paar dooddoeners en betises vanaf te maken! Hopelijk zal de Tweede Kamer de ministers stevig ter verantwoording roepen naar aanleiding van de rapporten.

Nederland : prachtige verpakking maar de inhoud is vooral lucht
Nederland heeft kortom een prima proces opgezet, een set prima instrumenten voor gender mainstreaming ontwikkeld (emancipatiemonitor, emancipatie-effectrapportage, gender budgeting etc).  Maar als het er op aankomt, zijn dat evenzovele doekjes voor het bloeden.
Nederland gidsland voor emancipatie? Vergeet het maar. De verpakking is prachtig, maar de inhoud is vooral lucht.