woensdag 17 juli 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Dossier
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  EMANCIPATIE EN ...  >  DOSSIER 
EMANCIPATIE EN INTERNET: HOE GAAN WE VERDER ?
Introductiedossier ten behoeve van de werkconferentie van IIAV, E-Quality en Steo op donderdag 30 januari 2003 (Amsterdam, gebouw IIAV, Obiplein 4).

De werkconferentie op 30 januari 2003 is niet de eerste over ''emancipatie en internet''. Al op 19 juni 1997 organiseerde het Ministerie van SZW (DCE) hierover samen met het Instituut voor Publiek en Politiek de conferentie Emancipatie op Internet. Doel was toen: het ontwerpen van een nieuwe aanpak voor meer informatie en interactie voor emancpatie op internet. Het waren vooral de voorloopsters die toen aanwezig waren: de vrouwen van Antenna en Vrouwen.net bijvoorbeeld, de Webgrrls, het Vrouwenplein (als onderdeel van de Digitale Stad). Van het IIAV, van het toenmalige Arachne, van Vrouwenbelangen en van de VIP-site over vrouwen, internet en politiek.
Wat is er sindsdien gebeurd? Wat zijn aandachtspunten anno 2003? Hoe gaan we verder?


  1. Thema’s, ontwikkelingen en trends : achterstanden en genderverschillen.
  2. Vrouwen- en emancipatiebeweging en internet
  3. Overheid en emancipatie
  4. Nieuwe ontwikkelingen, nieuwe vragen
  5. Enkele knelpunten anno 2003

1. Thema's, ontwikkelingen en trends : achterstanden en genderverschillen

In 1997, op de conferentie ''Emancipatie op Internet'', wordt vooral gesproken over het belang van digitale debatten. Over vrouwenorganisaties en ook de overheid die het Net op zouden moeten gaan. Over virtuele gemeenschappen zoals de Webgrrls (inmiddels: womenontheweb). Over de positie van vrouwen in de ICT-sector. En natuurlijk over de mogelijkheden om met internet te  lobbyen en actie te voeren: vooral in internationaal verband, zoals al bij de VN-Vrouwenconferentie te Beijing (1995), was daar al de nodige ervaring mee opgedaan en waren successen geboekt.

In die begintijd, en eigenlijk nog steeds, vragen achterstanden van vrouwen op internet veel aandacht:

  • Achterstand in ''bezit en gebruik'' van internet. Het SCP-cahier Digitalisering van de leefwereld (2000) wijst vooral vrouwen en ouderen aan als degenen die weinig toegang hebben tot internet en email.
  • Achterstand in deelname aan ICT-opleidingen en -beroepen: eind jaren negentig nog geen 10%. Edith van Eck en Monique Volman onderzoeken het onderwijs: Nieuwe media, nieuwe verschillen: een reviewstudie over sekseverschillen en ICT in primair en voorgezet onderwijs (1999).
  • Achterstand van vrouwen in de hogere regionen van de ICT-sector. Hoe kunnen we zorgen dat deze achterstanden zo snel mogelijk worden ingehaald? Dat nieuwe plannen al niet bij voorbaat de achterstanden bij vrouwen (net als die  bij ouderen) bevestigen of zelfs versterken? Kan het dan niet anders? De emancipatie-effectrapportage op de kabinetsnota “Investeren in voorsprong” toonde bijvoorbeeld aan dat de hierin voorgestelde aanpak  - waarin niet de techniek maar de deskundigheidsbevordering centraal staat -  meisjes en vrouwen veel kansen biedt.

Ook is er al veel aandacht voor genderverschillen, niet alleen in het gebruik van internet, maar ook in de beeldvorming van vrouwen en mannen. Vooral Liesbeth van Zoonen is hier de drijvende kracht achter nieuwe analyses en onderzoeken. Zie bijvoorbeeld haar bijdragen

Er zijn uiteraard ook andere onderzoek(st)ers, bijvoorbeeld Els Rommes: Wat als ik op het verkeerde knopje druk ? Vrouwen, computers en genderscripts (Lover, december 2002, tekst zelf niet online).

Ook andere thema's trekken belangstelling. Zoals ICT als bijdrage aan de combinatie van arbeid en zorg, met telewerken, diensten en boodschappen per teleservice. In hun eindrapport voor het Ministerie van Economische Zaken Dubbel delen in de digitale delta (2001) gaan Wetzels en Tijdens hierop uitgebreid in. Het thema virtuele gemeenschappen blijft ook boeien, het is  vooral Marianne van den Boomen die zich hierin verdiept: Leven op het net: de sociale betekenis van virtuele gemeenschappen.

Het jaar 1999 wordt vaak genoemd als het jaar waarin internet in Nederland echt doorbrak. Meer dan 30% van de huishoudens beschikt dan over een internetverbinding. Ook het aanbod op internet neemt vanaf dat jaar explosief toe.  Nederland blijkt een van  de koplopers in de Europese Unie. Dat geldt ook in 2003: meer dan 80% van de huishoudens beschikt inmiddels over een internetverbinding.
Hoe gaat anno 2003 nu met:

Achterstanden ...
Sommige deskundigen, zoals Valérie Frissen, voorspelden dat vrouwen hun achterstand op internet snel zouden inhalen. Maar in welke mate en ook hoe snel dat nu inderdaad gaat, daar verschillen de meningen over. Volgens het CBS (cijfers 2001) gaat tweederde van de mannen en bijna de helft van de vrouwen maandelijks online. De Emancipatiemonitor 2002 vermeldt, op basis van cijfers uit 2001, dat vrouwen nog steeds beduidend minder achter de computer zitten dan mannen. Wel blijkt er tussen jongens en meisjes inmiddels vrijwel geen verschil meer te zijn in het aantal uren dat zij van een computer gebruik maken. Opmerkelijk is ook - al zijn daar nauwelijks cijfers over beschikbaar - dat allochtone vrouwen, met name jonge meiden, zich veelvuldig op het net bevinden en eigen informatie- en communicatie-plekken hebben ontwikkeld.
Anderen zijn minder pessimistisch. Zij wijzen er op dat in de Verenigde Staten zelfs al meer vrouwen van internet gebruik maken dan mannen. Liesbeth van Zoonen waarschuwt echter voor de betrouwbaarheid van de cijfers: die zouden te vaak komen uit de koker van bedrijven die meer adverteerders op het net op willen trekken.

Het aandeel van meisjes en vrouwen in ICT-opleidingen en beroepen neemt blijkens cijfers van de Emancipatiemonitor 2002 intussen nauwelijks toe. En ook het aantal vrouwen in de hogere regionen in de ICT-sector blijft, ondanks beeldbepalende dames als Nina Brink, op een laag niveau.

Een andere manier in gebruik van internet?
De laatste tijd groeit de belangstelling naar de verschillen tussen mannen en vrouwen in de manier waarop ze met internet omgaan. Mannen surfen meer, en zijn vaker op zoek naar spelletjes en porno. Vrouwen zouden veel korter en ook doelgerichter gebruik maken van internet. Zie het artikel van Corrie Gerritsma (2002): Strijd der seksen in cyberspace
Daarbij rijst de vraag naar het aanbod op internet: zijn de informatie- en andere internetvoorzieningen - veelal door commerciële overwegingen ingegeven en gestuurd - eigenlijk niet zodanig gender-biased dat ze vrouwen en emancipatievraagstukken financieel en feitelijk weinig marktwaarde toekennen en dus ook buiten de mainstream van het aanbod houden?
In dit verband is het interessant om te kijken hoe de vrouwen- en emancipatiebeweging zich inmiddels op internet manifesteert.


2. Vrouwen- en emancipatiebeweging & internet : het net op! en met welk doel?
  • De meeste voorloopsters zijn er nog steeds. Al hebben sommigen zich hernoemd (van webgirrls naar Women on the Web). Zijn anderen uitgebreid (naast het IIAV ook vrouweninfo.nl). Is Arachne opgegaan in E-Quality. En zijn anderen verzelfstandigd: Vrouwenplein.
  • Sinds 1997 hebben heel wat vrouwen- en emancipatiegroepen en -organisaties hun gezicht op het net gezet. De emancipatiebureaus waren er al snel bij, en hebben naast een eigen website ook een gezamenlijke (portal)site: emancipatie.net
    Expertisecentra als E-Quality, het Clara Wichmann Instituut en Transact hebben hun eigen websites en bouwen die steeds meer uit met nieuwe functies en producten: dossiers, hulp- en dienstverlening, agenda, verwijzingen.
    Wie anno 2003 kijkt naar de vrouwen- en emancipatielinks op emancipatie.pagina.nl, emancipatie-lokaal.pagina.nl of in de website-databases van het IIAV zal verrast zijn over het grote aantal websites in emancipatieland. Websites van thuisblijfmoeders tot huismannen, van kinderopvang tot vrouwelijke ondernemers, van platform van ZMV-vrouwen tot motorrijdende vrouwen.
  • Ook allochtone groepen zijn het net op gegaan, en maken druk gebruik van internet als informatie- en communicatiemiddel. Zie bijvoorbeeld maroc.nl, het Multicultureel Plein, het IOT(Turks),de multiculturele.pagina en zami.nl.
  • Ook een aantal vrouwen- en emancipatiebladen zijn inmiddels online. De website vrouwonline.nl heeft heel wat vrouwen met de vertrouwde content uit de vrouwenbladen Libelle, Margriet en Viva over de internet-drempel heen geholpen. AVANTA (inmiddels opgeheven) en later ook OPZIJ beperken zich tot voornamelijk inhoudsopgaven van hun nummers, evenals Lover, Gender en Nemesis. Andere tijdschriften als Historica, E-Quality Matters en Zij aan zij zetten samenvattingen of volledige teksten online. Enkelen, zoals Op Gelijke Voet, ontbreken op internet nog volledig. 
  • Sommige algemene sites hebben een eigen vrouwen- of emancipatie-rubriek (FNV, Amnesty, e.a.) en werken met anderen samen in bv. de  vrouwenloonwijzer, en nu ook de CAO-wijzer.  Ook vacature.com heeft enkele vrouwen- en emancipatierelevante dossiers en wegwijzers.

Hoe gebruiken vrouwen- en emancipatieorganisaties internet nu eigenlijk? 
In zijn onderzoek Vrouwenbeweging online (2001) kwam Arthur Edwards tot de conclusie dat zij zich vooral richten op informatievoorziening en werving van leden en abonnees. Ze nodigen, zo concludeert hij, de bezoekers niet uit tot het geven van meningen en standpunten.Wat zijn dan nieuwe mogelijkheden voor een meer strategisch gebruik van ICT in vrouwenorganisaties? Tijdens een bijeenkomst van IIAV, E-Quality en Expertisecentrum GEM, maart 2001, met Anna Everett komt vooral empowerment van vrouwen als doelstelling naar voren.


3. Overheid en emancipatie

Ook de overheid moet meer aandacht besteden aan emancipatie, zo luidt een van de conclusies van de conferentie van 1997. Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Het ministerie van SZW ontwikkelde een emancipatierubriek, vooral gericht op informatie over het eigen beleid en op digitale ontsluiting van brochures. Ze heeft een aantal deel-rubrieken gewijd aan emancipatievragen als dagindeling, gelijke beloning, gelijke behandeling, mensenrechten en dergelijke en zet ook recente kerndocumenten als het Meerjarenbeleidsplan 2001 online. Begin 2003 start een aparte website www.mannenwordenerbetervan.nl., mede bedoeld om suggesties voor beleid uit te lokken en discussie te entameren. Actuele informatie over emancipatiebeleid is geïntegreerd in de algemene rubrieken ''Persberichten'' en ''Officiele publicaties'' op de site van SZW.

Andere departementen besteden (nog) nauwelijks specifieke aandacht aan emancipatievragen en -thema's. Het ministerie van OCW kent een emancipatiedossier. Het ministerie van Justitie heeft een website gewijd aan huiselijk geweld, met informatie over het eigen beleid en wegwijzers naar onder meer hulpverlening. 
   


4. Nieuwe ontwikkelingen, nieuwe vragen

  • Sterke groei van informatie op internet over emancipatie- en vrouwenvraagstukken
    Anno 2003 is inmiddels heel veel informatie te vinden over vrouwen- en emancipatievraagstukken, over vrouwen- en emancipatie-organisaties te vinden: Feiten en ontwikkelingen. Hulpverleningsinstellingen en chatrooms. Weetjes en tips. Actualiteit en beleid. Wetenschappelijk onderzoek en achtergronddossiers. Discussies en stellingen. Biografische berichten en vrouwengeschiedenis. En ook  steeds meer beeld- en geluidsmateriaal.
    Er is daarnaast nog veel méér informatie op het net te zetten! Die behoefte is er ook. De vrouwen- en emancipatieorganisaties noemen in het rapport EOS verdient beter ! Naar een effectievere emancipatieondersteuningsstructuur (NEI, 2001, zie ook de bijlagen) een goede informatievoorziening over emancipatie en vrouwen van essentieel belang voor hun werk en functioneren. 
    De vraag is echter: wat zijn hun informatiebehoeften recies? Daar is op dit moment nog weinig zicht op.
  • Hoe toegankelijk is de informatie? De noodzaak van portalsites.
    Er is overweldigend veel emancipatie-relevante informatie op internet. Maar het ligt overal verspreid, het is versnipperd en slecht te vinde, zlefs met de beste zoekmachines. Met name het IIAV - beheerster van vrouweninfo.nl - en de Stichting emancipatie online (Steo) - beheerster van emancipatie.nl en de eerdergenoemde emancipatie-startpagina's -.zijn dan ook doelbewust bezig om die informatie voor internet-bezoekers te ontsluiten. Zij ontwikkelen, ieder op eigen wijze, zogenaamde portalsites, die de weg wijzen naar wat er op een bepaald thema of vanuit een bepaalde invalshoek zoal aan informatie te vinden is. Ook de emancipatiebureaus, met name MCE (Utrecht) en Enova (Drenthe) zijn op dit punt actief. Eerdaags gaat het Drents Vrouwenplein online. Een Gronings Vrouwenplein is in voorbereiding.
    Wat kunnen we van elkaar leren bij het beter toegankelijk maken informatie? Kunnen we samenwerken? Kunnen we op elkaar afstemmen?
  • Stellingen, debatten en meningsvorming
    Nog met enige voorzichtigheid is een aantal websites het pad op gegaan van debat en meningsvorming. De emancipatiebureaus hebben op hun gezamenlijke site emancipatie.net enkele discussies gestart. Emancipatie.nl is in 2002 begonnen met (geleide) internet-discussies, in het kader van de Verkiezingen 2002 en 2003, en ook de Emancipatieagenda 2003.  Ook het ministerie van SZW/DCE begeeft zich met de nieuwe website mannenwordenerbetervan.nl nu op dit terrein.
    Over belang en effectiviteit van deze functie - debat en meningsvorming - lopen de meningen uiteen. Veel bezoekers van internet vertonen consumentengedrag, en doen nauwelijks mee. Andere bezoekers laten juist extra veel van zich horen. Aan welke eisen van representativiteit en kwaliteit moet worden voldaan om deze functie effectief te doen zijn?
  • Actievoeren en lobbyen met internet
    In internationaal verband - VN, Europese Unie - is internet onmisbaar gebleken bij actievoeren en lobbyen. Maar op nationaal en regionaal niveau lijkt, althans in Nederland, nog weinig enthousiasme te bestaan om hierbij de nieuwe mogelijkheden van internet te exploreren. Doorgaans wordt volstaan met het gebruik van Internet als snelle, makkelijke en goedkope verspreider van persberichten en standpunten.  Er is hier nog een wereld te winnen.
  • Beeldvorming over vrouwen en over emancipatie op internet.
    Belangstelling voor beeldvorming op internet is er wel, al loopt die niet bepaald over. Er wordt in Nederland (nog) erg weinig onderzoek naar gedaan. De expertise blijft nog beperkt tot een kleine kring. 
    Dat het op internet wemelt van harde porno is wel bekend. Hetzelfde geldt voor gewelddadige videogames: de meest populaire deelt zelfs punten uit voor wie een prostituee in elkaar trapt. Minder bekend is de vele jongens-ongein op internet, of de websites met seksistische opmerkingen en beoordelingen van vrouwen. Zie bijvoorbeeld Binnenhof Babes, over vrouwelijke politici.
    Vraag is, hoe het nu precies is gesteld met beeldvorming op internet rond vrouwen (en dus ook mannen) en emancipatie. Kunnen we de expertise en ervaringen die is opgedaan bij bijvoorbeeld de reclame en de media, en ook in het (overheids)beleid, toepassen? Of gelden voor internet andere regels en wetmatigheden? Welke zijn dat dan? Wat voor onderzoek hebben we nodig om voldoende greep te krijgen op eenzijdige en ook gevaarlijke beeldvorming op internet? Hoe kunnen we die dan tegen gaan? Is de manier waarop het wasmiddel OMO op de stereotype beeldvorming inspeelt in hun website waaromwasiknogvoorjou bijvoorbeeld nuttig, effectief?


5. Enkele knelpunten anno 2003

De snelle ontwikkelingen en vernieuwingen sinds 1997 zijn niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Er zijn vele initiatieven genomen om nieuwe, interessante websites te maken. Maar er zijn er ook nogal wat stuk gelopen en feitelijk dood. Een duurzame website vraagt meer dan veel enthousiasme, creativiteit en wat startgeld of -subsidie in het begin. Zelfs een succesvolle site als bijvoorbeeld emancipatienet.nl is bij gebrek aan geld en andere middelen inmiddels geïntegreerd in het Kennisnet.
Er zijn dus niet alleen nieuwe vragen, zoals onder meer hiervoor onder 4. aangeduid, maar ook nieuwe knelpunten. Een greep daaruit:

  • Financiering.
    Websites die zijn of worden ontwikkeld resp. beheerd vanuit een bestaande (gesubsidieerde) instelling worden doorgaans beschouwd als een vanzelfsprekende activiteit die dus ook binnen de reguliere financieringsstroom valt. Websites echter, hoe succesvol en effectief ook, die geen (gesubsidieerd) instituut achter zich hebben vallen daarbuiten: er wordt doorgaans alleen éénmalig geld ter beschikking gesteld voor de eerste ontwikkeling (technische structuur, vormgeving, ontwikkeling redactionele formule). Hier lijkt de opvatting te heersen dat internet in eerste aanleg commercieel is georieënteerd en dat nieuwe websites dus ook commercieel (moeten) worden gefinancierd. 
    Zo'n beperkte visie levert problemen op voor de continuïteit van nieuwe websites, zoals de vrouwenloonwijzer, WAHO, emancipatie.nl en andere succesvolle emancipatiesites. Ze worden dan wel met een startsubsidie opgezet en/of geprofessionaliseerd, maar het ontbreekt daarna aan financiering van behoud, beheer en verdere ontwikkeling. Dit knelpunt geldt overigens ook voor bijvoorbeeld een website als oudersonline (1 miljoen bezoekers). Donaties van de bezoekers bleken een druppel op de gloeiende plaat, en advertentie-inkomsten eveneens.
  • Professionalisering
    De technische ontwikkelingen op internet gaan supersnel. Redactionele formules van zelfs grote websites als die van kranten en tijdschriften veranderen voortdurend, inspelend op behoeften van bezoekers en commerciële belangen.
    Webmasters en anderen die direct bij redactie en beheer van een website zijn betrokken lopen al snel achter als ze niet zorgen dat ze op de hoogte blijven en kunnen anticiperen op alle vernieuwingen.Vooral kleinere organisaties resp. organisaties die veel met vrijwilligers werken zijn kwetsbaar. De webmaster vervult naast de technische rol doorgaans ook een zekere redactionele functie (verzorging en selectie van content). Beide functies zijn steeds moeilijker met elkaar te verenigen. Voor deskundigheidsbevordering is echter nauwelijks geld of tijd beschikbaar.
  • Samenwerking en afstemming
    Naarmate zich meer emancipatie- en vrouwensites ontwikkelen, naarmate meer emancipatierelevante informatie ter beschikking komt, naarmate meer discussie en lobbywerk plaatsvinden: des te belangrijker wordt het om dat alles toegankelijk en inzichtelijk te maken/houden voor de bezoekers/doelgroepen. Landelijke en regionale portalsites - die zich dus specifiek richten op het verbeteren van de toegankelijkheid - kunnen echter alleen goed functioneren als er tussen alle betrokken spelers op het veld goed en efficiënt wordt samengewerkt. Dat is in de eerste plaats een praktich punt. Een kwestie van elkaar tijdig inomeren, elkaar technische mogelijkheden en beperkingen kennen, goede werkafsprakenn maken. Maar voor meer en betere samenwerking en afstemming is het ook nodig om met elkaar te spreken over de vraag:
  • Wat willen we, ieder op zich en ook samen, eigenlijk bereiken met emancipatie en internet? 
    Emancipatie.nl en IIAV hebben eind 2000 een gezamenlijke nota geschreven en daarin een aantal doelstellingen geformuleerd voor portalsites emancipatie. Wellicht bieden deze inspiratie voor een gezamenlijke visie. De toen geformuleerde doelstellingen waren: 
    1. Het geven van een zo breed mogelijk beeld van de maatschappelijke ontwikkelingen en discussies inzake het emancipatieproces, en wel:

      • historisch, actueel en toekomstgericht
      • wetenschappelijk, maatschappelijk en beleidsmatig/politiek
      • in Nederland, maar ook actief verwijzend naar andere landen, met name door algemene en specifieke informatie ter zake optimaal toegankelijk en transparant te maken.
    2. Het zichtbaar maken van en het versterken van het emancipatiedraagvlak in de samenleving, zowel in de vrouwenbeweging als in maatschappelijke organisaties en instituties, nationaal en -voor zover relevant voor de Nederlandse ontwikkelingen- zoveel mogelijk ook internationaal.
    3. Het zonodig ondersteunen en stimuleren van het emancipatie-veld om een actiever gebruik te maken van internet voor informatie-uitwisseling, meningsvorming en beïnvloeding van beleid en maatschappij.
    4. Het activeren tot en inspireren van maatschappelijke discussie, meningsvorming en zo mogelijk ook samenwerking over de gewenste aanpak van emancipatievraagstukken in maatschappij en beleid.
    5. Het exploreren van nieuwe digitale kansen en mogelijkheden om het emancipatieproces te versterken en te versnellen.

 

januari 2003

 

Heb je opmerkingen, correcties of aanvullingen ? Die ontvangen we graag per mail op redactie@emancipatie.nl .