woensdag 20 maart 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Joke Swiebel
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  BELEIDSPLAN 200...  >  JOKE SWIEBEL 
MEERJARENBELEIDSPLAN EMANCIPATIE 2006-2010

Dit artikel maakt deel uit van een rubriek over het Meerjarenbeleidsplan Emancipatie 2006-2010.
Zie de openingspagina van deze rubriek.



Emancipatie Internationaal :
De doelstellingen zijn goed, maar waar blijven de instrumenten? en o, wat een fouten en omissies!

door Joke Swiebel, Lid van het Europees Parlement voor de PvdA (1999-2004)
foto: Geert van Tol

 

Het hoofdstuk Emancipatie Internationaal wijkt in zoverre af van de andere hoofdstukken, dat een paragraaf “Wat is bereikt vanaf 2000” ontbreekt. Iets van relevante informatie daarover zit wel verstopt in de paragraaf  “Stand van zaken”. Maar de vraag wat men denkt in de afgelopen vijf jaar met het internationale emancipatiebeleid concreet te hebben bereikt, blijft onbeantwoord.
Wel wordt de mantra over de ‘wisselwerking tussen nationaal beleid en internationaal beleid’ herhaald. Deze wisselwerking zou sinds 1995 “aanzienlijk versterkt” zijn, zo staat in de Inleiding van 6.1. Helaas ontbreekt een aanduiding waar dat dan concreet uit zou blijken.

Stand van zaken: nietszeggende en nogal achterhaalde brokstukken
Met stijgende verbazing las ik verder. Ik trof in de paragraaf 'Stand van zaken' een zeer onvolledige, en ook vrijblijvende opsomming aan: nietszeggende en deels nogal achterhaalde brokstukken, gelardeerd met koeien van fouten en omissies die niet zouden mogen.
Een te hard oordeel? Gaat U met mij mee:

  • Onder het kopje “VN vrouwenverdrag” wordt vermeld dat in 2005 de 4e rapportage aan het CEDAW-comité is gestuurd. Prachtig. Maar wat heeft de Nederlandse regering tot nu toe gedaan heeft met de bevindingen van dat comité over de voorafgaande drie rapportages?? Geen woord daarover. Met name de SGP- kwestie heeft toch heel wat stof doen opwaaien. Men zou toch mogen verwachten dat hier op zijn minst verwezen wordt naar de eerdere (afhoudende) kabinetsreactie uit 2001, en ook naar de recente rechterlijke uitspraak. We willen immers graag weten wat de actuele positie van het kabinet nu is! Maar daarover geen woord.
         
  • Onder het kopje “Europese Unie” treffen we al in de eerste alinea twee fouten aan.
    Fout 1: Een ‘Europese Raamstrategie Gendermainstreaming’ bestaat niet. Bedoeld wordt de Communautaire Raamstrategie inzake Gelijkheid van Mannen en Vrouwen (2001-2005), COM (2000) 335. Dit stuk gaat – anders dan de nota hier zegt - níet over de lidstaten, maar vooral over wat de Europese Commissie doet.
    Fout 2: “In het kader van het (Europese) emancipatiebeleid wordt nu vooral gewerkt aan het toegankelijk maken van de wetgeving en jurisprudentie op dit gebied. Zo zijn er verschillende initiatieven genomen om raciale discriminatie […] te verbieden.” Wat een lariekoek. Natuurlijk beoogt de Anti-rassendiscriminatierichtlijn 2000/43/EG niet om lang bestaande wetgeving gelijke behandeling m/v toegankelijk te maken. De bijbehorende voetnoot maakt het nog bonter, door twee andere richtlijnen te noemen, nl. Richtlijn 2000/78/EG (Kaderrichtlijn) en Richtlijn 2002/73/EG (sekse), die nu juist weer níet over rassendiscriminatie gaan. Dit hele verhaal is van de klok en de klepel.
    Intussen komt de belangrijkste vraag niet aan de orde, namelijk: de Europese wetgeving beschermt thans de ene discriminatiegrond veel beter, d.w.z. op meer maatschappelijke terreinen, dan de andere, en houdt daarmee een ‘hiërarchie van gelijkheid’ in stand. Even het geheugen opfrissen:

De bescherming tegen rassendiscriminatie strekt zich uit van arbeid en beroep, sociale zekerheid, sociale bescherming, sociale voordelen, onderwijs tot het aanbod van goederen en diensten. De bescherming tegen seksediscriminatie is in 2002 weliswaar uitgebreid tot het aanbod van goederen en diensten, maar heeft geen betrekking op onderwijs, sociale bescherming en sociale voordelen. De bescherming tegen discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging,  handicap, leeftijd en seksuele gerichtheid is beperkt tot arbeid en beroep.

De vraag die hier beantwoord had moeten worden is hier vooral: Is de Nederlandse regering bereid zich in te zetten voor een gelijke bescherming tegen alle vormen van discriminatie op alle terreinen? Ook het Europees Parlement heeft zich daar recent weer eens met grote meerderheid over uitgesproken.

  • Onder het kopje “Lissabonstrategie” krijgen we de conclusies opgedist van de conferentie “Diversity and Participation”, die in 2004 onder het Nederlandse EU voorzitterschap is gehouden. Praatjes vullen geen gaatjes.
    De vraag die hier beantwoord had moeten worden is: wat heeft Nederland sindsdien gedaan om de genderrelevante beleidsdoeleinden van Lissabon naderbij te brengen, in Nederland zelf én op EU-niveau? En wat zijn de resultaten? Een belangrijke kwestie, omdat zowel in Nederland als in andere EU-lidstaten sprake is van behoorlijke stagnatie in de arbeidsparticipatie van vrouwen. In hoofdstuk 2 (Economische zelfstandigheid) worden de Lissabondoelstellingen wel genoemd, en wordt vermeld dat de groei in arbeidsparticipatie van vrouwen stagneert. Maar van extra inspanningen ná de conferentie in 2004 lijkt, ondanks de toen gemaakte afspraken, geen sprake te zijn.
    Overigens: op 19 januari 2006 heeft het Europees Parlement een Resolutie 'Toekomst van de Lissabon-strategie vanuit genderperspectief' aangenomen, en een reeks aanbevelingen aan lidstaten en Europese Commissie geformuleerd. 
  • Het EU-Actieprogramma inzake gelijkheid m/v 2001-2005 (en de opvolging door het nieuwe Programma PROGRESS) wordt keurig vermeld. Maar je zou toch óók graag willen weten, in hoeverre we daar in Nederland gebruik van hebben gemaakt, en wat dat dan precies heeft opgeleverd. Helaas, niets daarover.
    Wel treffen we in de bijlage op blz. 77 (bij nr. 172) dit actieprogramma aan, maar – schrik niet – dan blijkt dat de schrijvers van dit ambtenarenproza hier een heel verhaal over EQUAL hebben neergeschreven. Dat is écht iets anders, een vergissing van principiële aard. Het Actieprogramma gelijkheid m/v is een specifiek programma gericht op emancipatiedoeleinden. EQUAL daarentegen is een op algemene sociale en werkgelegenheidsdoelen gericht programma, waarin emancipatie gemainstreamd zou moeten worden. Beide door elkaar halen getuigt niet van veel begrip van de problematiek.
          
  • Het Luxemburgse EU voorzitterschap heeft in 2005 de balans van Tien jaar na Beijing opgemaakt. Conclusie: er is nog veel te doen, zo lezen we op blz. 43. Tja, zo lust ik er nog wel een paar.
    Eerste vraag: heeft de Nederlandse regering die conclusies openbaar gemaakt en naar de Kamer gezonden? Neen dus. Die conclusies zijn alleen (als je weet wat je zoekt) op internet te vinden. Vervolgens is in februari 2005 door de Vergadering van Emancipatie-Ministers een Verklaring aangenomen, met zeer gedetailleerde handvatten voor een beter emancipatiebeleid. Heel nuttig allemaal, maar waarom houdt SZW dit geheim? Soms bang dat de Kamer zal vragen wat we ermee doen?
    Daarom luidt de tweede vraag: hoe worden die conclusies en handvatten opgepakt en uitgevoerd? Namen en rugnummers graag!
            
  • Onder het kopje “Raad van Europa” wordt vermeld dat er sinds 2003 gewerkt wordt aan de opstelling van een Europees Verdrag ter bestrijding van mensenhandel.
    Wie wil weten hoe het daarmee staat, kan ik snel uit de droom helpen: het Verdrag is inmiddels tot stand gekomen! Gewoon te vinden op de website van de Raad van Europa, zo moeilijk is dat niet: Council of Europe Convention on Action against Trafficking in Human Beings, Council of Europe Treaty Series, No. 197. Gesloten in Warschau, 16 mei 2005.
    Hoera, zou je zeggen. Maar de ambtenaren die deze nota schreven weten kennelijk van niks, en hun superieuren van nog minder. Hoe anders deze omissie te verklaren?
    En verder willen we natuurlijk weten: hoe blij is Nederland met dit resultaat? Voegt het echt iets toe? Gaan we het snel ratificeren? En wat gaan we doen om het te implementeren?

Tot zover deze opsomming. Mijn schoenen vallen uit over al deze onkunde en slordigheid. Is er dan niemand ‘in de lijn’ die zo’n stuk kritisch leest en terugstuurt? Zijn er nog chefs en andere parafenzetters die hun vak verstaan, of weten ook zij van hun gezond niet af of kan het ze niet schelen? Of denken ze dat Kamerleden toch te dom zijn om het op merken?
Zij bewijzen hun Minister en de Kamer een slechte dienst. M.i. grenst dit aan minachting voor het Parlement. Dat de Nederlandse overheid de laatste jaren een emancipatiebeleid voert dat velen te slap, te vrijblijvend of te éénzijdig vinden, is één ding. Daar kun je in een democratie over van mening verschillen. Maar wat níet kan is dat informatie wordt geleverd die van geen kanten deugt. Daarmee worden ook de volksvertegenwoordigers gehinderd om hun controlerende taak uit te voeren.

Doelstellingen voor de komende jaren
Dat doet deugd: Buitenlandse Zaken en Defensie gaan goed aan de slag met de thema’s  vrouwen in ontwikkelingsgebieden en seksuele en reproductieve rechten en vrouwen in (post-) conflictgebieden. Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking loopt natuurlijk al veel langer voorop, maar kennelijk is nu ook bij Defensie het kwartje gevallen.

De hernieuwde aandacht bij Ontwikkelingssamenwerking voor seksuele en reproductieve rechten blijkt ook uit een aardig punt in de bijlage (punt 170), dat verwijst naar de vergadering van de RAZEB (22-23 November 2004). Toen zijn tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap de conclusies van Cairo – de VN conferentie over bevolking en ontwikkeling (ICPD, 1994) -  en de EU-inzet voor seksuele en reproductieve rechten in OS-kader herbevestigd.

Jammer is wel, dat SZW/DCE zich in het internationale emancipatiebeleid lijkt te willen beperken tot de bevordering van gendermainstreaming in alle internationale dossiers. Een eigen inhoudelijk beleid is in geen velden of wegen te bekennen.

Tot slot:
Onder Subdoelstelling 26 bij Ontwikkelingssamenwerking treffen we ineens een fundamentele opmerking aan: Ín navolging van het Engelse begrip 'gender equality' heeft Ontwikkelingssamenwerkinig lang het begrip 'gendergelijkheid' gebruikt. Maar:

“Dit anglicisme verhult dat het om machtsverschillen gaat en om systematische uitsluiting. Emancipatie en weerbaarheid van vrouwen spreken veel meer en zijn feitelijk ook de doelstellingen van ons buitenlands beleid” (blz. 48).

Bravo! Kijk, die notie vinden wij in het emancipatiebeleid voor Nederland, zoals in dit Beleidsplan 2006-2010 nauwelijks meer terug.