maandag 20 mei 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Jantine Oldersma
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  BELEIDSPLAN 200...  >  JANTINE OLDERSMA 
MEERJARENBELEIDSPLAN EMANCIPATIE 2006 - 2010

Dit artikel maakt deel uit van een rubriek over het Meerjarenbeleidsplan Emancipatie 2006-2010.
Zie de openingspagina van deze rubriek.



LEKKER CONCREET. EN NU DE DOELSTELLINGEN GAAN HALEN!

door Jantine Oldersma, Joke Smit Instituut

 

'Emancipatie: Vanzelfsprekend, maar het gaat niet vanzelf!’
De titel van het nieuwe Meerjarenbeleidsplan Emancipatie 2006-2010 lijkt een bedekte kritiek op de vorige nota. De eerste versie van het Beleidsplan 2000-2010 (maart 2000) heette immers ‘Van vrouwenstrijd naar vanzelfsprekendheid’. Deze versie werd door vriend en vijand de grond in geboord, en in november dat jaar al vervangen door het ‘echte’ Meerjarenbeleidsplan. Mooie beschouwingen heeft mevrouw Verstand het licht doen zien, vonden critici toen. Maar waarom is er geen analyse gemaakt van beleidsdoelstellingen? van de ingezette instrumenten en de effecten daarvan? En: wat gaat het kabinet nu precies doen?

Toen ik indertijd beide stukken behandelde met een groepje studenten, werd al snel duidelijk waarom het verhaal zo vaag was gehouden: de doelstellingen waren óverambitieus, de instrumenten waren uiterst schaars en sloten meestal niet aan bij de doelstellingen. Effectonderzoek was vrijwel niet voorhanden.

Hoe staat het er nu, anno 2006, mee? 
Wat onmiddellijk opvalt is dat het nieuwe Meerjarenbeleidsplan een stuk dunner is, en ook concreter. Vage bespiegelingen ontbreken grotendeels. Er zijn handzame tabelletjes die nog eens samenvatten wat precies de beleidsvoornemens zijn. Het kabinet formuleert duidelijke doelen, en ook op veel plaatsen indicatoren.  Emancipatiebeleid lijkt gewoon beleid te worden. Deze zakelijke manier van beschrijven vind ik zonder meer winst!

Tel je zegeningen. Maar het kan beter! 
De nieuwe manier van presenteren nodigt de lezeres als het ware uit om haar zegeningen te tellen. Op het gebied van besluitvorming zíjn die er ook. In de politiek is de afgelopen jaren vooruitgang geboekt doordat politieke partijen zich meer gelegen laten liggen aan hun vrouwelijke leden. Maar er zijn ook nog veel terreinen waar níet zoveel is gebeurd. ‘Het kabinet richt zich de komende jaren op het uitoefenen van directe invloed in die domeinen waarvoor zij ook verantwoordelijk is’, staat in de nieuwe nota. 
Dit kan een belangrijke zin worden, als het kabinet dit beleidsvoornemen ook écht wil uitvoeren. Want precies op die terreinen waar het kabinet verantwoordelijkheid draagt kan het namelijk nog een stuk beter: bij de Commissarissen der Koningin is het nog steeds huilen met de pet op, en bij de burgemeesters houdt het ook niet over. 
Ook de adviesraden en de zelfstandige bestuursorganen kunnen nog wel wat actieve aandacht gebruiken. De dertien permanente adviesraden bevatten aardig wat vrouwen. Maar tijdelijke raden hebben inmiddels aan invloed gewonnen, en juist die zijn regelmatig nog 100% mannelijk. De toppen van zelfstandige bestuursorganen zijn regelmatig in het nieuws, maar er is maar zelden aandacht voor het feit dat hier een aanzienlijke hoeveelheid zeggenschap over belangrijke aspecten van eenieders dagelijks leven in vrijwel volledig mannelijke handen is gelegd. Verder is nog steeds te weinig doorgedrongen dat een verhoging van de arbeidsdeelname van vrouwen gebaat is met het opnemen van expertise op dit gebied in alle sociaal-economische adviescolleges. 
Kortom: als het kabinet op juist deze terreinen écht zijn verantwoordelijkheid zou nemen, dan zou dat een revolutionaire ontwikkeling zijn!

Bestuurlijke vernieuwing op emancipatie-effecten toetsen
Het lijkt wel alsof het kabinet de al jaren op sterven liggende emancipatie-effectrapportage weer tot leven wil wekken: voorstellen voor bestuurlijke vernieuwing zullen mede worden getoetst op hun effecten voor mannen, vrouwen en diversiteit. Dat is goed nieuws! Want toen het kabinet vorig jaar plannen maakte voor een gemengd kiesstelsel beek de in 1996 gemaakte kiesstelsel-EER al volledig uit het geheugen van zowel politici als ambtenaren verdwenen.
Ook de aandacht voor diversiteit in de Algemene Bestuursdienst is een goede ontwikkeling. Nóg beter zou het zijn als in het opleidingentraject van ambtenaren aandacht zou zijn voor emancipatie-expertise: dat kan een meer duurzaam effect hebben op zowel carričres van vrouwen en minderheden als op de kansen voor een effectieve gendermainstreaming. 
Goede voornemens, dus. Nu maar hopen dat Binnenlandse Zaken ook weer eens iets aan de eigen emancipatie-infrastructuur gaat doen, zodat we ook mogen hopen op uitvoering van deze plannen.

Glazen plafond: waarom ook niet eens kijken naar Noorwegen? 
Het glazen-plafond-beleid wordt traditioneel behandeld in het onderdeel over (macht en) besluitvorming, al zou dat óók goed passen in de sectie over arbeid. Carričres in de commerciële sector zijn immers een stuk moeilijker te beďnvloeden via beleid dan die in de publieke sector. 
Ook in het vrouwenparadijs Noorwegen zijn de toppen van bedrijven tot nu toe vrijwel volledig mannelijk terrein. De Nederlandse overheid heeft op dat gebied wel doelstellingen geformuleerd, maar beperkt zich in het instrumentarium tot zachte technieken, gebaseerd op overreding. Tot nu toe levert dat niet veel op. Het zou op zijn minst kunnen hélpen als het kabinet zich eens zou laten informeren over de inzet van de Noren. Misschien kan het dan in de toekomst ook wat steviger toegrijpen in het bedrijfsleven!

Maatschappelijke participatie: opmaat voor het Angelsaksische model?
Met de aandacht voor maatschappelijke participatie is iets vreemd aan de hand. 
Het kabinet roept economische zelfstandigheid uit tot de belangrijkste doelstelling van het emancipatiebeleid, en voegt er als tweede hoofddoelstelling maatschappelijke participatie aan toe. Die oproep tot maatschappelijke participatie is echter vooral gericht op laag- opgeleide autochtone en allochtone vrouwen.

‘Betaalde arbeid en economische zelfstandigheid zijn niet voor iedereen bereikbaar’, zegt het kabinet. Voor die vrouwen die daar misschien wel nooit aan toe zullen komen wil ze de lat daarom lager leggen en ze stimuleren om wel maatschappelijk actief te zijn. De daardoor ontwikkelde vaardigheden kunnen ze goed gebruiken om hun kinderen betere kansen te bieden op de Nederlandse scholen en uiteindelijk op de arbeidsmarkt.

Op het eerste gezicht lijkt dit een sympathiek streven. Maar bij nader inzien is het toch een vreemde manoeuvre. Waar wil het kabinet juist deze groep vrouwen maatschappelijk laten participeren?

‘Deelname aan vrijwilligerswerk in de buurt of op school, gastouder zijn of actief lid van een vereniging: het zijn allemaal manieren om mee te doen in de samenleving’, schrijft minister De Geus.

Deze zinsnede doet vermoeden dat dit stimuleringsbeleid voor laag-opgeleide vrouwen voornamelijk moet verhelen dat het kabinet niet van zins is een serieus beleid te voeren gericht op het omzetten van onbetaald ‘vrijwilligerswerk’ in écht betaald werk voor vrouwen. Het kabinet kiest kennelijk voor het zgn. Angelsaksische model: laagbetaalde vrouwenarbeid in bijvoorbeeld de zorg blijft voor een groot deel buiten het reguliere circuit. Vrouwen die dat werk grijs of zwart doen blijven meestal rechteloos en carričreloos. Precies hier zit het verschil met het Scandinavische model van de verzorgingsstaat: in de Scandinavische landen is dat laag-betaalde vrouwenwerk ‘echt’ werk, met salaris, opleidingen en carričremogelijkheden!

Meer vrouwen vaker buiten de deur
Toch staan onder het (misleidende) kopje van maatschappelijke participatie wel een aantal goede maatregelen vermeld, voornamelijk uit de koker van de PaVEM. Taal en Werk zijn de kernwoorden. In het nieuwe inburgeringstelsel is meer aandacht voor vrouwen en vooral in de grote steden zullen taalcursussen, scholing, arbeidsmarkttrajecten en sociale activering er voor moeten zorgen dat meer vrouwen vaker buiten de deur komen. 
Dit soort zaken staat natuurlijk al lang op de politieke agenda, ooit als ‘sociale vernieuwing’, daarna als ‘grote steden-beleid’. Maar in de genderneutrale aanduiding sneuvelde de aandacht voor vrouwen nogal eens. Het is daarom, ondanks de ongelukkige presentatie, toe te juichen dat er in het emancipatiebeleid uitgebreid wordt stilgestaan bij de noodzaak ook laagopgeleide vrouwen betere kansen te bieden!
De vraag is echter wel, wie dit beleid gaat betalen. Al deze zaken zijn gedecentraliseerd naar gemeenten, die intussen steeds minder geld te besteden hebben.

Doorstroming van vrouwen naar de top in het maatschappelijk middenveld 
Deze nieuwe invulling van ‘maatschappelijke participatie’ doet gemakkelijk vergeten dat er ook nog een ander aspect aan deze kwestie is. In grote delen van het maatschappelijk middenveld - die brede weg naar maatschappelijke en politieke macht - zijn vrouwen schaars aan de top.
Vorige kabinetten hadden nog wel de ambitie om daar iets aan te doen. Maar dit kabinet lijkt zelfs díe ambitie te laten varen. Dat is alleen al jammer, omdat het ontbreken van een beleidsdoelstelling op den duur ook consequenties heeft voor het monitoren van deze sector. 
Daarom is het goed - ook al gebeurt er dan verder niets aan beleid - dat de Emancipatiemonitor hier de vinger aan de pols houdt. Maar het zou toch ook nuttig zijn, om op dit gebied eens na te denken over effectief beleid. Maatschappelijke organisaties onderhouden op veel manieren contacten met de overheid: als ontvangers van subsidie, als leverant van diensten, als gesprekspartners over beleid. Het kabinet zou zich toch langzamerhand af kunnen vragen of het de contacten met organisaties waarvan de toppen nog steeds vrijwel ‘all male’ zijn niet op een lager pitje zou moeten zetten.

Tenslotte:
Het zal duidelijk zijn dat ik niet gelukkig ben met de koers van het emancipatiebeleid op het gebied van maatschappelijke participatie en besluitvorming. Maar gezien de samenstelling van dit kabinet had ik eerlijk gezegd ook geen hoge verwachtingen. 
De zakelijke aanpak vind ik beslist een grote vooruitgang. 
Wat nog steeds node mist is serieuze aandacht voor de machinerie van het beleid. Op veel ministeries zijn ambtenaren met deskundigheid en belangstelling op emancipatiegebied de afgelopen jaren verdwenen. De coördinatie leek steeds moeilijker te worden. Stedelijke en provinciale steunpunten worden schaarser. 
Als we het er over eens zijn dat emancipatie inderdaad niet vanzelf gaat, dan zal íemand het toch moeten doen!