woensdag 20 maart 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Evelien Tonkens
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  BELEIDSPLAN 200...  >  EVELIEN TONKENS 
MEERJARENBELEIDSPLAN EMANCIPATIE 2006 - 2010

Dit artikel maakt deel uit van een rubriek over het Meerjarenbeleidsplan Emancipatie 2006-2010.
Zie de openingspagina van deze rubriek.



Marie werd wijzer. Aart-Jan ook?

Evelien Tonkens, hoogleraar Actief Burgerschap (UvA),
lid Tweede Kamer (GroenLinks) 2002-2005

 

 

‘Vrouwen moeten zich niet langer laten opsluiten in vrijwilligerswerk!’, was een van de slogans van de Vrouwenstaking in 1981. De Vrouwenstaking van de 30e maart 1981  - niet alleen gericht op een goede abortuswet  - streed ook tégen vrijwilligerswerk, en vóór betaald werk!
Anno 2006 wordt die eis van toen tégen opsluiting in vrijwilligerswerk weer actueel. Want ‘maatschappelijke participatie’ is namelijk het nieuwe speerpunt in het emancipatiebeleid 2006-2010. Doel: méér vrouwen in het vrijwilligerswerk, de mantelzorg en andere onbetaalde arbeid. Zeker, het kabinet houdt uitdrukkelijk vast aan de doelstelling van economische zelfstandigheid van vrouwen. Maar impliciet geldt die doelstelling niet langer voor laag-opgeleide vrouwen. Want ' Maatschappelijke participatie als nieuwe doelstelling is nodig', stelt minister De Geus,

‘omdat (nog) niet iedereen in staat is een zelfstandig bestaan op te bouwen en economische zelfstandigheid te bereiken. Dit heeft meestal te maken met een laag opleidingsniveau.’

En laag-opgeleide mannen dan?!
Heeft de minister het wellicht over mannen? Want als er één groep is voor wie je economische zelfstandigheid in de toekomst moeilijk haalbaar zou achten, zijn dat toch zeker mannen. Hun prestaties in het onderwijs baren immers steeds meer zorgen. Meisjes en jonge vrouwen daarentegen doen het heel goed. Ze zijn gemiddeld zelfs hoger opgeleid dan jongens en mannen!
Voor laag-opgeleide vrouwen ligt bovendien in de toekomst een arbeidsmarkt in de zorg en dienstverlening: typische vrouwensectoren waar laag-opgeleide vrouwen goed terecht kunnen, makkelijker dan nóg lager-opgeleide mannen.
Maar nee, het kabinet richt zich in deze nieuwe doelstelling alléén op vrouwen. Het ziet maatschappelijke participatie alléén voor vrouwen als alternatief voor betaald werk. Daarmee wil het kabinet voorkomen, zegt het, dat vrouwen die niet economisch zelfstandig kunnen worden, ‘langs de kant komen te staan en in een sociaal isolement raken’.
Maar wat wil het kabinet dan met laag-opgeleide mannen die óók heel moeilijk een baan kunnen vinden en dus ook dreigen economische afhankelijk te worden?

Terug naar het kostwinnersstelsel?
Deze manoeuvre van de regering is alleen te verklaren als een stap in de richting van herstel van het primaat van het kostwinnerssschap. Het besluit om alléén voor laag-opgeleide vrouwen - en níet voor laag-opgeleide of zelfs nóg lager-opgeleide mannen - het doel van economische zelfstandigheid los te laten, is immers alleen logisch als je eigenlijk vindt dat betaald werk de ‘mannenafdeling’ is, en dat voor vrouwen heel ándere activiteiten net zo goed levensvervullend zijn. Mannen hebben in die visie, ook als ze laag-opgeleid zijn en weinig perspectief op betaald werk hebben, immers toch wel recht op (eigen) uitkering en behouden/verwerven aldus hun economische zelfstandigheid.
Een duidelijker ánti-emancipatiebeleid is bijna niet denkbaar. Dat de regering steeds minder aan emancipatiebeleid doet, was al jaren duidelijk. Dat men het emancipatiebeleid wil afschaffen ook. Dit ánti-emancipatiebeleid is wel een erg slinkse manier om dat te doen!

Er is niks mis met vrijwilligerswerk. Maar ‘t mag geen vervanging zijn voor betaald werk!
Is er dan zoveel fout met vrijwilligerswerk? Nee natuurlijk niet. Het is een bijzonder nuttige, en voor veel mensen ook ontplooiende en verrijkende activiteit.
Maar de Vrouwenstaking protesteerde er destijds – terecht! - tegen, dat vrouwen in het vrijwilligerswerk werden ópgesloten: vrijwilligerswerk als voldoende weekactiviteit voor vrouwen, naast natuurlijk hun zorgtaken thuis. En daarmee onthield men die vrouwen hun recht op betaald werk en op economische zelfstandigheid.
Die kritiek wordt helaas weer actueel.
Helder: vrijwilligerswerk is een prima aanvulling op een betaalde baan, en kan ook nuttig zijn als voorbereiding op een betaalde baan. Maar het mag geen vervanging zijn! Vervanging is alleen aan de orde bij mensen die echt té ongezond zijn of té zeer gehandicapt om te werken.
Mijn kritiek op het hoofdstuk over de nieuwe doelstelling van maatschappelijke participatie is dus drieërlei:

  • Er wordt in véél te algemene termen gesteld dat economische zelfstandigheid voor veel laagopgeleide vrouwen te hoog gegrepen is. Daarmee wordt de gehele groep gestigmatiseerd. Terwijl verreweg de meeste laag-opgeleide vrouwen nu en in de toekomst met wat hulp en steun een prima plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden en economische zelfstandigheid kunnen bereiken. 
  • De doelstelling richt zich alleen op laag-opgeleide vróuwen, en niet op mannen met dezelfde kenmerken. Voor laag-opgeleide mannen wordt economische zelfstandigheid kennelijk vanzelfsprekend geacht. Maar voor laag-opgeleide vrouwen is het iets wat te hoog gegrepen kan zijn. 
  • Het Beleidsplan geeft op geen enkele manier concreet aan, hóe de vrouwen die gaan meedoen aan vrijwilligerswerk zich zullen gaan kwalificeren voor de arbeidsmarkt. Hóe het kabinet hen daarbij helpt, en hoeveel extra budget het daarvoor uittrekt. En: hóe de vrouwen dan daadwerkelijk een baan vinden én behouden. Ofwel: De brug tussen vrijwilligerswerk en betaald werk, de brug die in ieder geval het perspectief op economische zelfstandigheid zichtbaar maakt, ontbreekt.

Misschien komt deze draai ook wel heel erg goed uit 
Het welslagen van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) hangt immers helemaal af van een toename van vrijwilligerswerk en mantelzorgers. De komende jaren zal er een enorme vraag ontstaan naar gratis arbeidskrachten zonder baan, zonder lastige eisen van economische zelfstandigheid. Gratis arbeidskrachten, die tevreden zijn met onbetaalde activiteiten in de marge.

Een brug tussen vrijwilligerswerk en betaald werk: leren van het herintredersbeleid
De vraag hoe je vrouwen voor wie betaald werk niet direct onder handbereik ligt toeleidt naar betaald werk is bepaald geen nieuw probleem. In de jaren tachtig en begin jaren negentig bestond daartoe het ‘herintredersbeleid’. Gerichte (vrouwenvak)opleidingen en het opdoen van (vaak onbetaalde) werkervaring waren daarin kernwoorden. Dit beleid sloeg toen met groot succes een brug tussen onbetaald naar betaald werk.
Maar helaas, het herintredersbeleid is niet meer. Staatssecretaris Van Hoof (SZW) heeft het in november 2004 stilletjes afgeschaft. Zijn motief: dit beleid hoort thuis bij de gemeenten, als onderdeel van het reïntegratiebeleid.
Een aantal (deel)gemeenten heeft inderdaad enkele projecten gestart om laag-opgeleide allochtone vrouwen naar de arbeidsmarkt toe te leiden. In die projecten is veel kennis en ervaring opgedaan. Maar het waren vrijwel allemaal kleinschalige experimenten. Betaald met geld uit Brussel, de regering had er zelf vrijwel geen cent voor over. De kans is klein dat die ervaringen in de mainstream van gemeentelijk beleid terecht komen, en breed worden toegepast. Daarvoor is veel meer, en vooral ook financiële steun van de rijksoverheid nodig, die bovendien landelijke kwantitatieve targets vaststelt. Een Regiegroep zonder budget die 3 keer per jaar bij elkaar komt is tegen die achtergrond alleen een doekje voor het bloeden.

Tot slot:
De kern van emancipatie is dat er een einde komt aan vrouwen als afhankelijke wezen, als vulling en reservepost. Dat vrouwen eindelijk écht gelijk gaan delen in macht, status en inkomen, en niet meer als vanzelfsprekend naar die hoek van de samenleving worden gemanoeuvreerd waar gratis hard werken en niet zeuren verlangd wordt.
Zo bezien is dit de meest anti-emancipatoire nota die in jaren geschreven is. Marie werd wijzer, maar dat geldt helaas niet voor Aart-Jan de Geus.