dinsdag 10 december 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Erna Hooghiemstra
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  BELEIDSPLAN 200...  >  ERNA HOOGHIEMSTRA 
MEERJARENBELEIDSPLAN EMANCIPATIE 2006 - 2010

Dit artikel maakt deel uit van een rubriek over het Meerjarenbeleidsplan Emancipatie 2006-2010.
Zie de openingspagina van deze rubriek.



DOELSTELLING VAN ECONOMISCHE ZELFSTANDIGHEID IS AAN VERBREDING TOE !

Erna Hooghiemstra,
directeur Nederlandse Gezinsraad

 

Vanzelfsprekend, maar het gaat niet vanzelf.
De titel is goed gekozen. Enerzijds worden gelijkwaardige posities van vrouwen en mannen vanzelfsprekend gevonden. Anderzijds zijn er toch nog steeds grote verschillen: verschillen tussen vrouwen en mannen, maar ook tussen vrouwen onderling.
Het is geen geringe opgave om onder deze condities het emancipatieproces voort te zetten. Hoe vaak horen we tegenwoordig niet dat diegenen die willen emanciperen, alle kansen worden geboden? Grijpen ze die kansen niet, dan wíllen ze het toch kennelijk niet?!
Het is gemakkelijker om het emancipatieproces vooruit te brengen als genoeg mensen ervan overtuigd zijn dat het aan de gevestigde structuren of cultuur ligt, dan in een context waarin het idee post gaat vatten dat het aan de ‘achterlopers’ zelf ligt.
De constatering dat het niet vanzelf gaat met de voortgang van het emancipatieproces vraagt om een kritische reflectie op het bestaande beleid. De vraag rijst:

Passen de beleidslijnen die tot nu toe gevolgd zijn nog wel bij deze tijd?

Teleurstellend: keuze voor handhaving van de bestaande doelstellingen
In dit opzicht stellen de toekomstplannen van het Beleidsplan teleur. Er spreekt geen kritische blik uit. Integendeel.
Het Beleidsplan kiest voor handhaving van de bestaande hoofddoelstellingen. Met één uitzondering gemaakt: een zesde doelstelling wordt toegevoegd, nl. het bevorderen van maatschappelijke participatie van vrouwen in een kwetsbare positie.
Waarom denken de opstellers van deze nota dat (vrijwel) ongewijzigd beleid onder gewijzigde omstandigheden tóch tot het gewenste resultaat leidt??

Gezinsfase: méér dan alleen een kwestie vruchtbaarheid
Het Beleidplan besteedt terecht aandacht aan de invloed van beleid op de vruchtbaarheid. Dat is een uiterst belangrijk onderwerp. Maar aandacht voor vruchtbaarheid is niet voldoende: het emancipatieproces stokt immers juist op het moment dat er daadwerkelijk kinderen worden geboren. Dát is het moment waarop mensen hun keuzes op de arbeidsmarkt herzien. Want dan komt er voor hen een belangrijke levensvervulling bij: zorgen dat de kinderen op een verantwoorde wijze opgroeien.
Pas ná de geboorte van een kind daalt het aantal vrouwen dat economisch zelfstandig is. Pas dán ontstaan de grote verschillen in arbeidsuren tussen vrouwen en mannen. Pas dán doen vrouwen een stap terug in hun loopbaan. Pas dán neemt het aandeel dat mannen bijdragen aan zorgtaken af.

Aanpassing van beleidsdoelstelling Economische Zelfstandigheid nodig
Er is dus volop reden om het proces van besluitvorming rondom die gezinsfase onder de loep te nemen, en na te gaan of dat zou moeten leiden tot aanpassing van de beleidsdoelstellingen. . Hieronder doe ik een aantal suggesties, vooral met betrekking tot hoofddoelstelling 3: economische zelfstandigheid.

  1. Vergroten van de economische veiligheid gezinnen en van de potentiële economische zelfstandigheid van individuen
    Het zijn hoofdzakelijk vrouwen met kinderen, die niet aan het beleidsideaal van economische zelfstandigheid voldoen.
    Waarom niet? Omdat veel ouders het niet verantwoord vinden om allebei voltijd of veel uren te blijven werken. Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt hen daar ook grotendeels in.
    Als beiden voltijds blijven werken moeten de kinderopvang wel van héél goede kwaliteit zijn - beter dan het  gemiddelde in Nederland - om er op te kunnen vertrouwen dat  het niet slecht is voor de ontwikkeling van kinderen. Bovendien, kinderen jonger dan 1 jaar zijn  – blijkens de literatuur - het beste af bij één van de ouders.
    Het Beleidsplan stelt voor om voor deze periode een structurele oplossing te zoeken, en dat is te waarderen. Waarom zouden ouders kiezen voor economische zelfstandigheid van hen allebei, als hun gezamenlijk inkomen hoger is dan zij feitelijk voor hun gezin nodig hebben en als zij weten dat dat niet goed is voor hun kinderen?
    Wel is het belangrijk te voorkomen dat een gezin in economische problemen komt als het hoofdinkomen wegvalt, of als het gezin uiteenvalt.
    Waarom wordt individuele economische zelfstandigheid nog steeds als beleidsdoel gehanteerd. Gaat het er niet veel méér om, te streven naar ‘economische veiligheid van het gezin’ en ‘individuele potentiële economische zelfstandigheid’.
    Uiteraard moet binnen dat concept alle aandacht moeten worden gegeven aan gelijke uitgangsposities en gelijke kansen voor vrouwen en mannen.
    Anders gezegd: zouden we niet moeten streven naar een aanpassing van het beleidsdoel van individuele economische zelfstandigheid aan de dagelijkse realiteit?

  2. Ieder gezin moet in staat zijn om economische zekerheid én voldoende kwaliteit aan zorg te bieden.
    Een ander nadelig gevolg van blijven streven naar economische zelfstandigheid is dat dit veel mééer druk legt op vrouwen met lage inkomens’, dan op vrouwen met hogere inkomens (en hun gezinnen).
    Met een hoog inkomen kun je wél met een parttime baan economische zelfstandigheid verwerven. Maar met een laag inkomen nauwelijks. Dit betekent in feite dat kinderen van ouders met lage inkomens veel minder tijd van hun eigen ouders wordt gegund dan kinderen van ouders met hoge inkomens.
    Over de omvang en aard van zorgtaken wordt in het Beleidsplan weinig tot niets gezegd. Terwijl juist dit punt voor mensen in de gezinsfase een punt van grondige overweging is.
    Ik pleit er voor, om niet alleen te streven naar economische doelen binnen het arbeid en zorgbeleid, maar ook naar ‘zorgdoelen’. We moeten een situatie creëren, die zowel voldoet aan minimum-eisen in economische zekerheid, als aan minimum-eisen in de kwaliteit van de zorg!

  3. Vergroten van arbeidsparticipatie van vrouwen uit etnische minderheden/ stimuleren van maatschappelijke participatie combineren met ondersteuning ouders bij de zorg en opvoeding van hun kinderen
    Het emancipatiebeleid heeft zich de laatste jaren in het bijzonder ingezet om de positie van allochtone vrouwen te verbeteren.
    Die ontwikkelingen gaan echter langzaam. Veel allochtone vrouwen krijgen op relatief jonge leeftijd kinderen. Anders dan de meeste autochtone vrouwen doen zij daarvóór weinig arbeidservaring op. Bovendien verkeren de kinderen van allochtone vrouwen in een relatief kwetsbare positie verkeren.
    Om al die redenen moet het beleid gericht op een hogere arbeidsdeelname van allochtone vrouwen rekening houden met de gevolgen daarvan voor de kinderen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door de kinderen van participerende allochtone vrouwen gratis toegang te verschaffen tot educatieve kinderopvangfaciliteiten.