maandag 19 augustus 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Joop Schippers
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  FOCUS  >  ARCHIEF  >  TK-VERKIEZINGEN 2002
 >  SLOTBESCHOUWINGEN  >  JOOP SCHIPPERS 
Slotbeschouwingen Emancipatiedebat TK-verkiezingen 2002

JOOP SCHIPPERS

Ontbreken van coherente visie leidt tot 'hap-snap'-maatregelen

Joop Schippers* (6 mei 2002)

Het zal er om spannen. Komt er in het volgende kabinet nog een coördinerend bewindspersoon voor emancipatiezaken? Wel als het aan PvdA-leider Melkert ligt. Niet als CDA-leider Balkenende het voortouw bij de formatie krijgt: bij het CDA verdwijnt emancipatie onder de warme deken van het gezins- en jeugdbeleid, want 'emancipatie is niet alleen een kwestie van geld (…)'.
Toch speelt geld, of breder: de sociaal-economische dimensie van het emancipatiebeleid een belangrijke rol. En juist op dat punt is in de verkiezingsprogramma’s en in de lopende verkiezingsdebatten nauwelijks een rode lijn te ontwaren. Het ontbreekt aan een systematisch gebruik van criteria als economische en zorgzelfstandigheid - toch al vele jaren doelstelling van regeringsbeleid. Wat zijn bijvoorbeeld de risicogroepen? Welke maatregelen moet de nieuwe regering nemen om ook voor hen deze doelstelling te realiseren? De voorbeelden liggen voor het opscheppen.

Mantelzorgers

Risicogroep vormen de mensen, vooral vrouwen, die langdurig intensieve mantelzorg verlenen. Ze hebben daarin vaak niets te kiezen. Hun zorglast neemt met de jaren toe. Ze offeren steeds meer van zichzelf op, tot ze zijn uitgeteld en opgebrand. Sommigen krijgen inmiddels iets van betaling uit de persoonsgebonden budgetten (PGB’s). Maar dat is meer een zakcentje dan dat het ergens in de richting komt van economische zelfstandigheid.
Professionele zorg moet hier het antwoord bieden. Het tekort hieraan mag niet langer op de kleine, zwaarbelaste groep van mantelzorgers worden afgewenteld. Bovendien moet worden voorkomen dat door betaling uit de PGB’s juist nog meer (morele) druk op de mantelzorgers ontstaat.

Lager opgeleide vrouwen met kinderen

Het zijn vooral lager opgeleide vrouwen die er niet in slagen na de geboorte van kinderen een band met de arbeidsmarkt te behouden. Omdat steeds meer vrouwen er gelukkig wel in slagen arbeid en zorg te combineren, worden vrouwen die dat niet lukt steeds meer een uitzondering. Zij ondervinden steeds meer moeite om terug te keren op de arbeidsmarkt, en blijken nauwelijks te profiteren van de gunstige situatie op de arbeidsmarkt van de afgelopen jaren. Hun uitstroom werkt nu nog sterker als een fuik: eenmaal weg hebben ze feitelijk geen kans meer op economische zelfstandigheid op latere leeftijd.
Beleid dat zich alleen richt op het voorkomen van uitstroom via (betaalde) verlof- en kinderopvangmaatregelen en op financiële prikkels ter bevordering van herintrede is voor deze risicogroep niet genoeg. Er moeten vooral krachtige maatregelen komen ter bevordering van hun arbeidsmarktkansen, zoals hernieuwde investeringen in hun menselijk kapitaal en 'employability', en ook in gerichte begeleiding van juist deze groep. Zulke maatregelen passen overigens uitstekend in een levensloopgericht beleid voor alle burgers: een beleid waarin een levenlang leren en regelmatig opfrisverlof een centrale plaats innemen. Nu gelden dat soort investeringen feitelijk alleen voor werknemers en uitkeringsgerechtigden (WW, WAO en ABW). Als dergelijke investeringen ook worden gedaan voor (potentiële) herintreders draagt dat niet alleen direct bij aan hun arbeidsmarktkansen, maar ook indirect: ze zullen vanuit een grotere zelfredzaamheid ook beter in staat zijn hun afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen.

Vrouwen en/in de WAO: emancipatie-effectrapportage is urgent

Steeds meer vrouwen, ook jonge vrouwen, belanden in de WAO. Onderzoek wijst uit dat dit niet zozeer samenhangt met hun dubbele belasting maar vooral met de cultuur in organisaties, met de wijze van leidinggeven. Veranderingen daarin zouden – en dan niet alleen voor vrouwen - een preventieve werking kunnen hebben voor het risico van ziekte en arbeidsongeschiktheid..
In de her en der vigerende WAO-plannen wordt ‘preventie’ wel genoemd. Het lijkt dan echter vooral te gaan over het voorkomen van de overstap van de Ziektewet naar de WAO. Quasi-preventie dus: de put wordt gedempt als het schaap er al ligt te spartelen en nog net niet is verdronken!
Een belangrijke sleutel van de oplossing van het WAO-vraagstuk ligt in een grondige analyse van de oorzaken van de stijgende arbeidsongeschiktheid van vrouwen. Voer voor de emancipatie-effectrapportage (EER) rond de WAO die staatssecretaris Hoogervorst al een jaar geleden heeft toegezegd. Na die toezegging is het rond deze EER echter oorverdovend stil gebleven. Gelukkig zijn ‘ze’ hem binnen het departement nog niet helemaal vergeten. Maar toch, hij had inmiddels klaar kunnen zijn! Bovendien: zo’n EER zal ongetwijfeld voor het voetlicht halen dat een partnertoets – ongewenst door de SER, maar verdedigd door de VVD-staatssecretaris van SZW – het kostwinnersbeginsel weer van stal haalt en daarmee een sterk anti-emancipatoir effect heeft. Ook de voorgestelde strengere eisen aan het arbeidsverleden zullen de toets der kritiek niet kunnen doorstaan: niet alleen vanuit het emancipatieperspectief, maar ook niet vanuit het perspectief dat het kabinet meer variatie in levenslopen wil accomoderen.
Overigens: wie in de WAO-passages van de verschillende verkiezingsprogramma’s zoekt naar ‘emancipatie’ zal niets vinden.

Geen hap-snap-beleid. Maar gender mainstreaming in Regeerakkoord

Het 'hap-snap'-karakter van de in verschillende programma's genoemde maatregelen, en ook het gebrek aan systematische analyse van knelpunten en noodzakelijke maatregelen onderstrepen nog eens de noodzaak van gender mainstreaming: het integreren van systematische aandacht voor gender- en emancipatievraagstukken in de hoofdstroom van het 'reguliere' beleid. Dat is misschien niet een lekkere 'soundbite' in een verkiezingsdebat, maar moet wel een item zijn voor het Regeerakkoord. Met een coördinerend bewindspersoon (bij Algemene of eventueel Binnenlandse Zaken). Met een nieuwe serie Taakstellingen Emancipatie. En met een Visitatiecommissie die de ontwikkelingen in de gaten houdt en stimuleert. Op die manier kan het mainstreamingsproces in de komende kabinetsperiode daadwerkelijk gestalte krijgen en de consistentie en daarmee de effectiviteit van het beleid een stuk verder op weg helpen.

* Prof. dr. J.J. Schippers is als hoogleraar Arbeids- en Emancipatie-economie verbonden aan de Universiteit Utrecht.