woensdag 19 juni 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Actueel
Nieuw op de site
Dossiers
Focus
Den Haag
Emancipatie algemeen
Varia
Servicepagina
Onze andere sites
 
 Gendermainstreaming
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  DEN HAAG  >  EMANCIPATIEBELEID  >  GENDERMAINSTREAMING 
GENDERMAINSTREAMING : FEITEN/ONWIKKELINGEN TOT AAN 2003
Gender mainstreaming is een sleutelwoord in het emancipatiebeleid.
Doel is, er voor te zorgen dat emancipatie-aspecten op alle terreinen van overheidsbeleid in alle fasen worden meegewogen: bij het verzamelen van feitelijke gegevens, bij de beleidsontwikkeling, in de meningsvorming en in de besluitvorming.
In deze rubriek informatie over:


Nota's, voortgangsrapportages, parlementaire behandeling en actuele teksten

15 november 2002: Beleidsbrief Emancipatie en Familiezaken: hoofdstuk 1. Hieruit:

Het kabinetsstandpunt (mainstreaming) wordt uitgevoerd door middel van een project dat tot in 2006 loopt. Er heeft actieve interdepartementale communicatie en samenwerking plaats teneinde optimale resultaten te boeken. Om het proces mogelijk te maken en te stimuleren worden diverse instrumenten aangeboden aan de departementen: de emancipatie-effect rapportage (EER), emancipatietaakstellingen voor een periode van (in beginsel) vier jaar, gender budget analyse, en andere. Deze instrumenten worden in het komend jaar bezien op hun onderlinge samenhang. Met de departementen wordt vervolgens nagegaan hoe voor hen uit dit aanbod maatwerk kan worden samengesteld, toegesneden op elk departement afzonderlijk.

21 oktober 2002 Kamerstukken II, 27061, nr 18
Brief  Staatssecretaris Phoa (SZW) aan de Tweede Kamer dd. 21 oktober 2002 ter aanbieding van de
Interdepartementale overzichtsrapportage gendermainstreaming 2002 (pdf)

11 oktober 2001 Algemeen overleg, Kamerstukken II, 27061 nr 16 (verslag vastgesteld 31 oktober 2001) over:

  • de tweede integrale voortgangsrapportage over het actieplan Emancipatietaakstellingen departementen en de handleiding Emancipatie-effectrapportage (SoZa-01-541); 
  • het kabinetsstandpunt gender mainstreaming (27 061, nr. 15).

6 juni 2001, Kamerstukken II, 27061, nr 15


Samenvatting Kabinetsstandpunt Gender Mainstreaming, juni 2001: uitgangspunten en instrumenten 

Uitgangspunten

  • De politieke en ambtelijke verantwoordelijkheid voor de concrete invulling van gender mainstreaming ligt primair bij de departementen zelf. Een goede basisstructuur op departementaal en interdepartementaal niveau is noodzakelijk voor het succes van gender mainstreaming
  • De coördinerend bewindspersoon heeft een verbindende en ondersteunende rol in de organisatie van het intra- en interdepartementale proces van gendermainstreaming.  

Instrumenten

Departementale rapportages gender mainstreaming

a. een rapportage over hoe het departement heeft zeker gesteld dat de vijf algemene rand­voorwaarden voor gender mainstreaming worden vervuld en de organisatiestructuur die daarvoor is gekozen. Deze randvoorwaarden betreffen: commitment van de politieke en ambtelijke top,

  •  expliciet emancipatiebeleid met duidelijke doelstellingen,
  • vastleggen van verantwoordelijkheden,
  • beschikbaarheid van genderdeskundigheid,
  • beschikbaarheid van middelen (formatie en budget) en
  • instrumenten; 

b. concrete inhoudelijke doelstellingen voor gender mainstreaming en de resultaten die men tot nu toe behaald heeft;   

c. een verbeteragenda, waarin staat welke verbeteringen in het volgende jaar op de agenda staan;

d. een financiële paragraaf, waarin benodigd en benut budget en formatie staan gespecificeerd. De coördinerend bewindspersoon rapporteert hierover aam de Tweede Kamer – na bespreking in de Interdepartemen­tale Coordinatiecommissie Emancipatie (ICE) -, voor het eerst in het voorjaar van 2002 [1]

Versterking interdepartementale ondersteuningsstructuur 

De Interdepartementale Coordinatiecommisie emancipatie (ICE) die sinds 1977 een adviserende rol heeft, wordt versterkt met een stuurgroep, waar ook de coördinerend bewindspersoon aan deelneemt. Deze stuurgroep:

  • agendeert belangrijke departementsoverstijgende onderwerpen,- stelt zonodig projectgroepen in,
  • adviseert over beleidsonderwerpen waarop een emancipatie-effectrapportage van belang is,
  • evalueert de voortgang van het proces van gender mainstreaming binnen de departementen.

Instelling van een Visitatiecommissie gender mainstreaming:

 De coördinerend bewindspersoon Emancipatie.benoemt een visitatiecommissie Gender Mainstreaming, bestaande uit vijf leden (drie externe kernleden, onder wie de voorzitter, en twee wisselende leden uit DCE en ICE). Taak van de Visitatiecommissie is de voortgang van het departementaal proces van gender mainstreaming te controleren en te evalueren, en voorts om aanbevelingen aan de departementen te doen inzake verbeterpunten. De visitatiecommissie rapporteert direct aan het betrokken departement en aan de coördinerend bewindspersoon emancipatie.

Coördinatie Emancipatiebeleid

De coordinerend bewindspersoon informeert zich onder meer door rondgangsgesprekken met de vakministers over de opzet en verloop van gendermainstreaming op de departementen. Ook de directeur van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid (DCE) zal tweejaarlijks rondgangsgesprekken voeren met de portefeuillehouders en coördinatoren emancipatie van de departementen. 

De DCE heeft tot taak:

  • het ondersteunen van departementen bij het proces van gender mainstreaming met behulp van informatie en advies 
  • het ontwikkelen van innovatief beleid (ontwikkelingsfunctie) 
  • het (verder) ontwikkelen van instrumenten, zoals een vierjarige beleidskalender, «gender sensitive budgeting», een interdepartementaal kennisnetwerk, databanken (strategisch infor­matiesysteem, een expertisebank, overzicht van «good practices» en andere instrumenten, modules emancipatiedeskundigheid voor (reguliere) trainingen en (reguliere) cursussen. 

[1] Deze rapportage verscheen op 21 oktober 2002.


Links


Gender mainstreaming: wat is dat? Definities.....

De Begrotingsbrief emancipatie 2001 omschrijft gender mainstreaming als volgt:

het (re)organiseren, verbeteren , ontwikkelen en evalueren van beleidsprocessen op een wijze dat gelijke beleidseffecten voor vrouwen en mannen duurzaam worden geintegreerd in al het reguliere beleid.

Gender mainstreaming is belangrijk, zo vervolgt de Begrotingsbrief 2001, omdat:

  • traditionele rolopvattingen in het beleid zichtbaar worden gemaakt
  • de effecten van het beleid voor bepaalde groepen in beeld worden gebracht
  • het beleid aan kwaliteit en effectiviteit wint.

..... en achtergronden
Gender mainstreaming kent een lange geschiedenis.
TECENA wees er in haar eindrapport Een wereld te winnen (2001) op, dat emancipatiebeleid al in de jaren zeventig uitdrukkelijk mede werd benoemd als facetbeleid: een integraal aspect van beleid dat zichtbaar en herkenbaar moet worden geintegreerd in het reguliere beleid.
Het Regeeraccoord 1977 stelde dat het Kabinet een doelbewust emancipatiebeleid zou voeren als geintegreerd onderdeel van het algemene beleid. Vrijwel alle departementen stelden vervolgens emancipatie-commissies in. Deze hadden onder meer tot taak om de emancipatie-aspecten van de departementale beleidsterreinen in kaart te brengen (emancipatienota's) en nieuw beleid te ontwikkelen.
Het Beleidsplan Emancipatie (1985) herbevestigde dat emancipatiedoelen geintegreerd moeten worden op elk beleidsterrein. 
Het Beleidsprogramma Met het oog op 1995 (1992) benoemde een drietal speerpunten van algemeen emancipatiebeleid:

  • het vergroten van het aandeel van vrouwen in de maatschappelijke en politieke besluitvorming;
  • de herverdeling van de onbetaalde arbeid;
  • de doorbreking van beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Doel was, dat elk departement deze speerpunten in elke beleidsontwikkeling zou afwegen, en aldus in het departementale beleid integreren. In die periode werden de tot dan toe bekende instrumenten voor integratie op een rij gezet, en werden ook nieuwe instrumenten ontwikkeld, zoals de emancipatie-effectrapportage (EER).
De doelstelling om de speerpunten van algemeen emancipatiebeleid daadwerkelijk te integreren in het beleid van departementen is slechts ten dele gelukt. Gerichte inspanningen om de integratie van emancipatiebeleid ook na 1995 te stimuleren raakten in verband met andere prioriteiten op de achtergrond. Veel expertise ging daardoor verloren. 

Wel kwam integratie van emancipatiedoelen in (overheids)beleid steeds sterker op de internationale agenda, mede dankzij lobbies van de kant van Nderland. Dat bleek tijdens de vierde Wereldvrouwenconferentie (Bejing, 1995), bij de Raad van Europa (1998) en in de Europese Unie. Vooral vanaf die tijd kwam de engelse term voor integratie: 'gender mainstreaming', in zwang, ook in Nederland. Via de internationale omweg kwam integratie van emancipatiebeleid, nu gender mainstreaming geheten, ook in Nederland weer op de agenda.